Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Werkwoordspelling

Total questions: 20

Worksheet time: 19mins

Name
Class
Date
1.

Ik [...] (raden) het correcte antwoord op die vraag.

(a)  

2.

[...] (kunnen) jij morgen deze boodschappen voor mij meebrengen? 

(a)  

3.

Voor ieder correct antwoord [...] (worden) een punt toegekend.

(a)  

4.

Mijn vader [...] (betalen) voor mij.

(a)  

5.

De verzekering [...] (vergoeden) de schade van de orkaan.

(a)  

6.

Toen mijn vader 25 jaar in dienst was, [...] (overhandigen) de directeur hem een cadeau

(a)  

7.

De asperges [...] (smaken) mij gisteren lekker.

(a)  

8.

De kapper [...] (verven) straks nog de haren van de kapper.

(a)  

9.

Welke zin is fout gespeld?

a)

Je broer houdt van spinazie.

b)

Houd je broer van spinazie?

c)

Houdt je broer van spinazie?

10.

Welke zin is fout gespeld?

a)

De paus heeft dit weekend Ierland bezocht.

b)

Wist je dat de paus Ierland wil bezoeken?

c)

De paus bezoekte Ierland dit weekend.

11.

Welke zin is correct gespeld?

a)

DOW wil dat de weg versmald wordt.

b)

DOW wilt dat de weg versmald word.

c)

DOW wilt dat de weg versmalt wordt.

12.

De leerlingen liepen [...] (lachen) het klaslokaal uit.

(a)  

13.

Het water op mijn raam is gisteren helemaal [...] (bevriezen)

(a)  

14.

Gisteren werd Jay [...] (uitschelden)

(a)  

15.

Ik [...] (missen) mijn vriendje heel erg toen ik met mijn moeder op vakantie was.

(a)  

16.

Maud [...] (verhuizen) morgen naar Oranjestad.

(a)  

17.

In december kun je vaak wandelen door een [...] (verlichten) stad.

(a)  

18.

Wij hebben gisteren hard voor AJAX [...] (juichen)

(a)  

19.

Ik [...] (bidden) vorige week dat mijn oma van haar ziekte zou genezen.

(a)  

20.

Joshua heeft zijn huis helemaal zelf [...] (verbouwen)

(a)