wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Politiek deel 1 - kbl

Total questions: 16

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Wie horen er bij de overheid?

a)

Nederlanders die mogen stemmen.

b)

Nederlanders die belasting betalen.

c)

Politici en ambtenaren

d)

Politici en kiezers

2.

Lees beide zinnen.

Welke zin is niet juist?

1. Ambtenaren werken bij de overheid.

2. Politieagenten en vuilnismannen zijn geen ambtenaren.

a)

Zin 1

b)

Zin 2

3.

Wat valt onder de overheid?

a)

Een reisbureau

b)

Een uitzendbureau

c)

Een gemeentehuis

d)

Een bank

4.

In de Nederlandse democratie:

a)

beslist het volk in een referendum over belangrijke onderwerpen.

b)

kiest de bevolking vertegenwoordigers die de besluiten nemen.

c)

mogen inwoners over iedere nieuwe wet stemmen.

d)

nemen ambtenaren de belangrijkste beslissingen

5.

Bij een indirecte democratie:

a)

kiest de bevolking politici die voor hen besluiten nemen.

b)

stemt de bevolking zelf over elk besluit.

c)

kiest de bevolking in een referendum de volksvertegenwoordigers.

d)

nemen de kiezers en de volksvertegenwoordigers samen in een referendum de besluiten.

6.

Wat is een voorbeeld van directe democratie?

a)

De overheid keurt de bouw van een ondergrondse tunnel af.

b)

Een groep mensen protesteert tegen de sloop van een wijk.

c)

Een burgemeester verbiedt een groot feest in zijn stad.

d)

De bevolking stemt voor het plan om de jacht op dieren te verbieden.

7.

Lees de beide zinnen, kies de zin met het juiste antwoord:

1. Bij geheime verkiezingen weten kiezers niet op welke politici ze stemmen.

2. Bij vrije verkiezingen mag je stemmen op wie je wilt.

a)

Zin 1

b)

Zin 2

8.

Welke zinnen zijn juist?

Linkse partijen:

1. vinden dat mensen altijd voor zichzelf moeten zorgen.

2. willen lagere uitkeringen voor mensen zonder werk.

3. vinden dat de regering moet opkomen voor kwetsbare mensen in de samenleving.

4. willen een actieve overheid.

a)

Zin 1

b)

Zin 2

c)

Zin 3

d)

Zin 4

9.

Welke zinnen zijn juist?

Rechtse partijen:

1. willen een overheid die streng optreedt tegen criminaliteit.

2. zijn voor extra hulp aan mensen die het moeilijk hebben.

3. willen een passieve overheid.

4. willen het verschil tussen rijk en arm verkleinen.

a)

Zin 1

b)

Zin 2

c)

Zin 3

d)

Zin 4

10.

Een linkse politieke partij wil zo veel mogelijk de …………………….. helpen.

Wat is er weggelaten in de zin?

a)

rijke mensen

b)

middenpartij

c)

kwetsbare mensen

d)

rechtse partijen

11.

Een rechtse politieke partij wil zo veel mogelijk …………………. voor de burgers.

a)

eigen verantwoordelijkheid

b)

regels

c)

actieve overheid

d)

uitkeringen

12.

“Wie hard werkt, mag ook veel verdienen.”

Deze uitspraak hoort vooral bij:

a)

Links

b)

Rechts

c)

Midden

d)

Zowel links als rechts

13.

Hogere belastingen voor topinkomens zorgen voor meer gelijkheid in de samenleving.

Deze uitspraak hoort vooral bij:

a)

Links

b)

Rechts

c)

Midden

d)

Links en rechts

14.

Lees de beide zinnen, kies de juiste zin.

Zijn de uitspraken juist of onjuist?

1. In Nederland bestaat de regering meestal uit één partij.

2. In Nederland moeten de partijen die de regering vormen rekening houden met elkaars standpunten.

a)

Zin 1

b)

Zin 2

15.

Welke uitspraak is juist?

a)

Na de verkiezingen kunnen partijen die het met elkaar oneens zijn best een regering vormen.

b)

In Nederland bestaat de regering alleen uit de grootste partij.

c)

Partijen die het met elkaar oneens zijn kunnen ook niet met elkaar samenwerken.

d)

De grootste partij heeft in de Tweede Kamer altijd meer dan de helft van de stemmen.

16.

Als twee partijen een compromis sluiten, dan:

a)

krijgt de grootste partij van de twee haar zin.

b)

krijgt de kleinste partij van de twee haar zin.

c)

komen ze niet tot een echte oplossing.

d)

geven ze allebei een beetje toe