wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

V2 T1 + T2

Total questions: 51

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.

Welke verteringsklieren geven verteringssappen af aan de voedselbrij in de twaalfvingerige darm?

a)
lever en alvleesklier
b)
lever en maag
c)
alvleesklier en dunne darm
d)
gal en lever
2.

Welke voedingsstoffen kun je minder goed verteren zonder gal?

a)
koolhydraten
b)
vetten
c)
vezels
d)
eiwitten
3.
herbivoren hebben knobbelkiezen
a)
waar
b)
niet waar
4.
Welke spijsverteringskanaal is het langst?
a)
varken
b)
koe
c)
wolf
5.
In de lever wordt vet verteerd
a)
waar
b)
niet waar
6.

Aan het eind van de maag zit een kringspier. Hoe heet deze kringspier?

a)

Maagklep

b)

maagportier

c)

maagdeur

d)

maagspier

7.
Welk onderdeel zorgt ervoor dat er geen voedsel of drinken in de neusholte komt? 
a)
strottenhoofd
b)
huig
c)
strottenklep
d)
neustussenschot
8.
In welk orgaan zitten bacteriën die voedingsvezels verteren?
a)
twaalfvingerige darm
b)
dikke darm
c)
dunne darm
9.

Hoe heet het orgaan dat wordt aangewezen met nummer 6?

a)

maag

b)

twaalfvingerige darm

c)

alvleesklier

d)

lever

10.

De gibbon is een...

a)

omnivoor

b)

carnivoor

c)

herbivoor

11.

Dit is de schedel van een....

a)

omnivoor

b)

herbivoor

c)

carnivoor

12.
Twee uitspraken:
Mies zegt: Gal wordt gemaakt in de galblaas
Marit zegt: De enzymen uit de alvleesklier helpen bij de vertering van eiwitten, koolhydraten en vetten. Wie heeft gelijk?
a)
Mies
b)
Marit
c)
Beide gelijk
13.
Bij welk nummer komen darmplooien en vlokken voor?
a)
9
b)
10
c)
11
d)
12
14.
Welke stoffen moeten verteerd worden?
a)
vetten, water, mineralen en eiwitten
b)
koolhydraten, vetten en water
c)
koolhydraten, vetten, eiwitten
d)
koolhydraten, vetten, eiwitten en vitamines
15.
Welk nummer geeft de huig aan?
a)
1
b)
2
c)
3
16.

Marja zegt: De speekselklieren geven verteringssappen af die zetmeel en eiwitten verteren

Ginny zegt: Het oppervlak van de wand van een deel van het darmkanaal is vergroot door darmplooien en darmvlokken

Wie heeft er gelijk?

a)

Marja

b)

Ginny

c)

beide gelijk

17.
Varkens eten naast plantaardig voedsel ook dierlijk voedsel.
Hebben varkens knip-, knobbel- of plooikiezen?
a)
knip
b)
plooi
c)
knobbel
18.
In de spieren is een voorraad brandstof opgeslagen, die bij inspanning kan worden gebruikt.
In welke vorm is brandstof in spieren opgeslagen?
a)
zetmeel
b)
glucose
c)
glycogeen
d)
fibrinogeen
19.
Wat is bij deze verbranding de brandstof?
a)
de vlam
b)
het kaarsvet
c)
de zuurstof 
20.
Welke 2 stoffen komen altijd vrij bij de verbranding van een kaars?
a)
zuurstof en water 
b)
kaarsvet en koolstofdioxide
c)
water en koolstofdioxide
d)
water en zuurstof 
water en kaarsvet
21.
Waarom gaat het vlammetje van de kaars uit?
a)
De koolstofdioxide in het potje raakt op
b)
De zuurstof in het potje raakt op
c)
Het lontje is te kort
d)
Het kaarsvet raakt op
22.
Waarom gaat het vlammetje van de kaars uit?
a)
De koolstofdioxide in het potje raakt op
b)
De zuurstof in het potje raakt op
c)
Het lontje is te kort
d)
Het kaarsvet raakt op
23.
Wat is een indicator?
a)
Een stof waar iets inzit
b)
Een orgaan
c)
Een stof waarmee ik een andere stof aantoon
d)
Een stof waarmee ik een andere stof weg krijg
24.

Wat kan ik aantonen met helder kalkwater?

a)

zuurstof

b)

stikstof

c)

koolstodioxide

d)

helium

25.
Bij de mens wordt suiker (glucose) verbrand>
Welke vorm van energie komt er dan vrij
a)
Warmte en beweging
b)
warmte en licht
c)
licht en beweging
d)
alleen beweging
26.
Wat is niet waar?
a)
Als ik ga bewegen gaat het hart sneller kloppen
b)
Als ik ga bewegen gaat mijn ademhaling sneller
c)
Als ik ga bewegen heb ik meer koolstofdioxide nodig
d)
Als ik ga bewegen heb ik meer zuurstof nodig
27.
Welke weg ,legt de ingeademde lucht af in het ademhalingsstelsel?Wat is het juiste antwoord?
a)
Neusholte-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp-bronchie
b)
neusholte-bronchie-strottenhoofd-keelholte-luchtpijp
c)
neusholte-keelholte-strottenhoofd-luchtpijp-bronchie
d)
keelholte-neusholte-strottenhoofd-luchtpijp-bronchie
28.

Het precentage stikstof wat je in en uitademt is gelijk

a)

waar

b)

niet waar

29.

Om welke reden(en) is ademen door de neus gezonder?

a)

De lucht wordt gekeurd

b)

De lucht wordt gefilterd (Stofdeeltjes worden uit de lucht gehaald)

c)

De lucht wordt verwarmd

d)

De lucht wordt vochtig gemaakt

30.

Waarmee begint de buikademhaling?

a)

Het samentrekken van de tussenribspieren

b)

Het samentrekken van het middenrif

c)

Het ontspannen van de tussenribspieren

d)

Het ontspannen van het middenrif

31.

1 longen worden groter

2 borstholte wordt groter

3 tussenribspieren trekken samen

4 lucht stroomt naar binnen

Wat is de goede volgorde?

a)

1-2-3-4

b)

4-1-3-2

c)

3-2-1-4

d)

3-1-2-4

32.

Waardoor is de luchtpijp zo stevig?

a)

Door de spieren

b)

Doordat er continu lucht doorheen stroomt

c)

Door de kraakbeenringen

d)

Doordat er bot omheen zit

33.

Koudbloedige dieren hebben koud bloed.

a)

Waar

b)

Niet waar

34.

Warmbloedige dieren hebben warm bloed.

a)

Waar

b)

Niet waar

35.

Zit de luchtpijp voor of achter de slokdarm?

a)

voor

b)

achter

36.

Waarom bevatten spieren die veel gebruikt worden of die zwaar werk moeten verrichten (zoals beenspieren) meer mitochondriën ?

a)

In deze spieren vind weinig verbranding plaats

b)

In deze spieren vind veel verbranding plaats

37.

glucose + .... → .... + water + energie

a)

Zuurstof → koolstofdioxide

b)

Zuurstof → butaan

c)

Koolstofdioxide → zuurstof

d)

Waterdamp → zwavel

38.

Welke dieren zijn warmbloedig?

a)

vissen en kikkers

b)

reptielen

c)

Alleen zoogdieren

d)

vogels en zoogdieren

39.

Wat is vaak de oorzaak van copd?

a)

werken met gras

b)

astma

c)

huisstofmijt

d)

roken

40.

Welk dier is in staat om in de winter een actief leven te leiden?

a)

haai

b)

merel

c)

kikker

41.

Gaswisseling kan snel plaats vinden in de longblaasjes omdat?

a)

Ze een heel groot oppervlakte samen hebben en een dikke wand hebben

b)

Ze een hele dikke wand hebben waardoor water en opgeloste voedingsstoffen makkelijk doorheen kan

c)

Ze een heel groot oppervlakte hebben en maar 1 cellaag dik zijn

42.

Bij hooikoorts is men allergisch voor het stuifmeel van bomen

a)

waar

b)

niet waar

43.

Een pantoffeldiertje ademt via de longen

a)

waar

b)

niet waar

44.

Een insect ademt via zijn mond

a)

waar

b)

niet waar

45.

Hoe heten de openingen aan de zijkant van het achterlijf van een rups?

a)

Tracheeën

b)

Stigma's

46.
De grondstofwisseling van een muis en een slang worden met elkaar vergeleken. De temperatuur is 10 graden Celsius. wie heeft de hoogste grondstofwisseling? en waarom?
a)
de muis, omdat hij veel verbranding heeft
b)
de muis, omdat hij weinig verbranding heeft
c)
de slang omdat hij veel verbranding heeft
d)
de slang omdat hij weinig verbranding heeft
47.
Zoogdieren halen adem met
a)
longen
b)
kieuwen
c)
celmembraan
d)
tracheeën
48.
Vissen halen adem met
a)
longen
b)
kieuwen
c)
celmembraan
d)
tracheeën
49.

Eencellige dieren halen adem met....

a)

longen

b)

kieuwen

c)

celmembraan

d)

tracheeën

50.

Nummer 7 is....

a)

de luchtpijp

b)

een bronchie

c)

een longblaasje

d)

de huig

51.
In de animatie zie je 
a)
de buik- of middenrifademhaling
b)
de borstademhaling
c)
allebei
d)
geen van beide