wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

HV1 T1 BS 1, 2, 3 LO 1, 2

Total questions: 54

Worksheet time: 35mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een organisme?

a)
Iets wat nooit geleefd heeft
b)
Een levend wezen
c)
Een onderdeel van het menselijk lichaam
d)
De leer van het leven
2.

Hoe noemen we iets wat heeft geleefd?

a)
levend
b)
levenloos
c)
dood
d)
bewegend
3.

Deze houten tafel is

a)
Levend
b)
Levenloos
c)
dood
d)
geen van de genoemde 3
4.

Deze spiegel is

a)
dood
b)
levenloos
c)
levend
d)
geen van de genoemde 3
5.

Dit gebakken eitje is

a)
levend
b)
dood
c)
levenloos
d)
geen van de genoemde 3
6.

Dit lammetje is

a)
dood
b)
levenloos
c)
levend
d)
geen van genoemde 3
7.

Hoe noemen we iets wat nooit geleefd heeft?

a)
dood
b)
levenloos
c)
levend
d)
geen van de 3 
8.

Waarvoor gebruiken we in de biologie levenskenmerken?

a)
Hieraan kun je zien of iets dood is
b)
Hieraan kun je zien of iets levenloos is
c)
Hieraan kun je zien of iets waar is
d)
Hieraan kun je zien of iets leeft
9.

De tekening in de afbeelding is een

a)
een natuurgetrouwe tekening van een bloem
b)
een schematische tekening van een bloem
10.
Wat is geen tekenregel?
a)
Teken groot.
b)
Schrijf er altijd bij wat je getekend hebt.
c)
Je moet altijd een doorsnede tekenen.
d)

Teken met strakke lijnen.

11.

Welke van de hier onderstaande begrippen zijn levenskenmerken?

a)

groeien, ademen, ruiken

b)

ademen, voeden, lopen

c)

uitscheiden, bewegen, ademen

d)

voortplanten, groeien, horen

12.

Water in een rivier is

a)

dood

b)

levend

c)

levenloos

13.

Een rijdende auto is

a)

dood

b)

levend

c)

levenloos

14.

Een omgevallen boom is

a)

dood

b)

levend

c)

levenloos

15.

Welk levenskenmerk wordt op het plaatje vertoond?

a)

Waarnemen

b)

Voeden

c)

Uitscheiden

d)

Bewegen

e)

Ademhalen

16.

Wat zijn de manieren van waarnemen?

a)

Horen, zien en ruiken

b)

Zien, ruiken, voelen

c)

Proeven, zien, ruiken, voelen

d)

Horen, zien, ruiken, proeven, voelen

17.

Wat voor soort doorsnede is hier te zien?

a)

Lengtedoorsnede

b)

Dwarsdoorsnede

18.

Wat voor soort tekening is dit?

a)

Natuurgetrouw van een buitenaanzicht

b)

Natuurgetrouw van een doorsnede

c)

Schematisch van een buitenaanzicht

d)

Schematisch van een doorsnede

19.

Als ik 10 frikadellen eet waardoor ik aankom is dat een voorbeeld van

a)

groei

b)

ontwikkeling

20.

Als er een bloem op een plant ontstaat, dan is dat een voorbeeld van

a)

groei

b)

ontwikkeling

21.

Wat is de definitie van biologie?

a)

De leer van het leven

b)

De leer van de aarde

c)

De leer van het menselijk lichaam

d)

Een schoolvak heeft geen definitie

22.

Wat bekijk je met een loep?

a)

kleine dingen zoals zaden

b)

bacteriën

c)

schimmels

d)

bomen

23.

Wat is de definitie van groei?

a)

Een gedaanteverwisseling

b)

Het uitzetten van organisme

c)

Het optreden van veranderingen in bouw van een organisme

d)

Het groter en zwaarder worden van een organisme

24.

Als je een hond uitlaat, dan gaat hij op zoek naar de geur van andere honden. Als de hond die geur geroken heeft, dan plast hij ook op die plek.

Welke twee levenskenmerken horen hierbij?

a)

groeien en waarnemen

b)

uitscheiden en voortplanten

c)

uitscheiden en waarnemen

d)

voortplanten en groeien

25.

Een appel in de winkel is

a)

levend

b)

dood

c)

levenloos

26.

Welke 2 stadia in de ontwikkeling van een meeltor zie je hier?

a)

larve en imago

b)

ei en pop

c)

larve en pop

d)

ei en imago

27.

Zet de stadia van de gedaantewisseling van het lieveheersbeestje in de juiste volgorde.

a)

1-3-4-2

b)

1-4-3-2

c)

2-4-1-3

d)

4-1-2-3

28.

Wat is de naam van nummer 2?

a)

zaadlob

b)

kiem

c)

zaadhuid

29.

Hoe heten de witte delen op deze kastanjes?

a)

het poortje

b)

de navel

c)

de zaadhuid

d)

reservevoedsel

30.

Wat voor aanzicht staat er in de afbeelding?

a)

dwarsdoorsnede

b)

lengtedoorsnede

c)

buitenaanzicht

31.

Hoe heet nummer 8?

a)

zaadlob

b)

blaadjes

c)

kiem

d)

wortel

32.

Dit is een schematische tekening.

a)

onjuist

b)

juist

33.

Wat voor een aanzicht is dit?

a)

lengte doorsnede

b)

dwarsdoorsnede

c)

buitenaanzicht

34.

Welk deel van de bruine boon bevat het reservevoedsel?

a)

zaadhuid

b)

worteltje

c)

blaadjes

d)

zaadlobben

35.

Wat is de juiste volgorde van stadia in de ontwikkeling van een koolwitje?

a)

ei-rups-pop-imago

b)

imago-ei-pop-rups

c)

ei-imago-pop-rups

d)

ei-pop-rups-imago

36.

Een kikkervisje neemt alleen zuurstof op met kieuwen.

a)

juist

b)

onjuist

37.

Wat is kikkerdril?

a)

gelatine

b)

hoopje algen

c)

kluit eieren van kikker

d)

afvalstoffen van kikker

38.

Met de staart kan een kikkervisje niet alleen bewegen maar ook zuurstof opnemen.

a)

juist

b)

onjuist

39.

Welk levenskenmerken horen bij 'stoffen opnemen en afgeven'?

Let op er zijn meerdere antwoorden goed.

a)

ademhalen

b)

voortplanten

c)

uitscheiden

d)

voeden

e)

groeien

40.

Het groter worden van een boom noemen we ontwikkeling.

a)

juist

b)

onjuist

41.

Wat zijn voorbeelden van ontwikkeling?

Let op, er zijn meerdere antwoorden goed.

a)

jonge konijntje die hun oogjes voor het eerst open doen

b)

het langer worden van baardhaar

c)

het verschil in uiterlijk tussen een veulen en een paard

d)

leren schrijven

42.

Waardoor neemt een zaad water op?

a)

zaadhuid

b)

hartvormig bultje

c)

poortje

d)

navel

43.

Nadat een zaad water heeft opgenomen door het poortje breekt de zaadhuid open en komt het stengeltje naar buiten.

a)

juist

b)

onjuist

44.

Een kiemplantje gebruikt tijdens de groei voedingsstoffen uit de zaadlobben.

a)

juist

b)

onjuist

45.

Een ander woord voor metamorfose is

a)

verkleden

b)

gedaantewisseling

c)

ontwikkeling

d)

gedaanteveranderen

46.

Hoe noemen we een volwassen vlinder?

a)

larve

b)

imago

c)

pop

d)

rups

47.

Een klein rupsje kruipt uit het ei, eet en groeit totdat hij niet meer in zijn pantser past. Dan maakt hij een cocon.

a)

juist

b)

onjuist

48.

Een voorbeeld van een ontwikkeling van een kikkervisje is het krijgen van longen.

a)

juist

b)

onjuist

49.

Tijdens de metamorfose krijgt een kikkervisje uitwendige kieuwen.

a)

juist

b)

onjuist

50.

Wat is de functie van de zaadhuid?

a)

water opnemen

b)

beschermen van het zaad

c)

helpt het zaad bij het kiemen

d)

geen functie

51.

Hoe noemen we veranderingen in de bouw van een organisme?

a)

groeien

b)

aanpassen

c)

ontwikkeling

d)

ziekte

52.

Hoe noem je de rups van een vlinder in zijn beschermend omhulsel?

a)

cocon

b)

pop

53.

Hoe noemen we het groter en zwaarder worden van een organisme?

a)

ontwikkeling

b)

groeien

c)

metamorfose

d)

ontkiemen

54.

Een volwassen kikker haalt adem door

a)

longen

b)

de huid

c)

longen en de huid

d)

uitwendige kieuwen en de huid

e)

inwendige kieuwen en de huid