wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

K9 Ademhaling en uitscheiding

Total questions: 50

Worksheet time: 25mins

Name
Class
Date
1.
Zoogdieren halen adem met
a)
longen
b)
kieuwen
c)
celmembraan
d)
tracheeën
2.
Vissen halen adem met
a)
longen
b)
kieuwen
c)
celmembraan
d)
tracheeën
3.
Insecten halen adem met
a)
longen
b)
kieuwen
c)
celmembraan
d)
tracheeën
4.
Eencellige dieren halen adem met
a)
longen
b)
kieuwen
c)
celmembraan
d)
tracheeën
5.
Reptielen halen adem met
a)
longen
b)
huid
c)
huid en longen
d)
kieuwen
6.
Volwassen amfibieën halen adem met
a)
longen
b)
huid
c)
huid en longen
d)
kieuwen
7.
Jonge amfibieën halen adem met
a)
longen
b)
huid
c)
huid en longen
d)
kieuwen
8.
De vogel die hier zwemt haalt adem met
a)
longen
b)
huid
c)
huid en longen
d)
kieuwen
9.
In de afbeelding zie je in het geel
a)
longen
b)
kieuwen
c)
tracheeën
d)
geen van de drie
10.
In de afbeelding zie je achter de ogen:
a)
longen
b)
kieuwen
c)
tracheeën
d)
geen van de drie
11.
In de afbeelding zie je schematisch getekend: 
a)
longen
b)
kieuwen
c)
tracheeën
d)
geen van de drie
12.
In de afbeelding zie je 
a)
longen
b)
kieuwen
c)
tracheeën
d)
geen van de drie
13.
Deze afbeelding is een schematische tekening van
a)
een longlaasje
b)
een luchttakje
c)
een bronchie
d)
de luchtpijp
14.
Nummer 2 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
een longblaasje
d)
de huig
15.
Nummer 5 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
een longblaasje
d)
de huig
16.
Nummer 6 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
het strotklepje
d)
de huig
17.
Nummer 7 is
a)
de luchtpijp
b)
een bronchie
c)
een longblaasje
d)
de huig
18.
Nummer 4 is
a)
de luchtpijp
b)
het strotklepje
c)
een longblaasje
d)
de huig
19.
In de animatie zie je 
a)
de buik- of middenrifademhaling
b)
de borstademhaling
c)
allebei
d)
geen van beide
20.
Het gas dat bedoelt wordt met pijl A heet
a)
zuurstof
b)
koolstofdioxide
c)
stikstof
d)
edelgassen
21.
Het gas dat bedoelt wordt met pijl B heet
a)
zuurstof
b)
koolstofdioxide
c)
stikstof
d)
edelgassen
22.
In de lucht die we uitademen zit
a)
minder zuurstof
b)
meer zuurstof
c)
minder koolstofdioxide
d)
minder stikstof
23.
In de lucht die we uitademen zit
a)
meer zuurstof
b)
meer koolstofioxide
c)
minder koolstofdioxide
d)
minder stikstof
24.
Bronchitis is meestal een ontsteking bij letter
a)
A
b)
B
c)
C
d)
D
25.
In de animatie zie je
a)
een klaplong
b)
een astma-aanval
c)
een hartaanval
d)
een bronchitis-aanval
26.
Welke doorsnede hoort bij een astma-aanval
a)
de linker
b)
de rechter
c)
allebei
d)
geen van twee
27.
Nummer 10 wijst naar
a)
de luchtpijp
b)
een longtrechtertje
c)
een longblaasje
d)
een bronchie
28.
Nummer 8 wijst naar
a)
de luchtpijp
b)
een longtrechtertje
c)
een longblaasje
d)
een bronchie
29.
Nummer 5 wijst naar
a)
het reukslijmvlies
b)
de reukzintuigcellen
c)
de reukzenuw
d)
de neusschelpen
30.
Nummer 4 wijst naar
a)
het reukslijmvlies
b)
de reukzintuigcellen
c)
de reukzenuw
d)
de neusschelpen
31.
Nummer 6 wijst naar
a)
het reukslijmvlies
b)
de reukzintuigcellen
c)
de reukzenuw
d)
de neusschelpen
32.
Inademen door je neus is beter dan door je mond omdat
a)
de lucht droger wordt
b)
de lucht af kan koelen
c)
de lucht schoner wordt
d)
je je dan niet snel verslikt
33.
Inademen door je neus is beter dan door je mond omdat
a)
de lucht droger wordt
b)
de lucht af kan koelen
c)
de lucht warmer wordt
d)
je je dan niet snel verslikt
34.
Inademen door je neus is beter dan door je mond omdat
a)
de lucht vochtiger wordt
b)
de lucht af kan koelen
c)
de lucht droger wordt
d)
je je dan niet snel verslikt
35.
Wie kunnen eerder een blaasontsteking krijgen?
a)
vrouwen, door een kortere plasbuis
b)
mannen, door de langere plasbuis
c)
vrouwen, door de kleinere blaas
d)
mannen, door de grotere blaas
36.
Hoe heet de plasbuis eigenlijk?
a)
urinebuis
b)
urineleider
c)
blaasbuis
37.
Hoe heet nummer 1?
a)
nierbekken
b)
nierschors
c)
niermerg
d)
uirineleider
38.
Hoe heet nummer 2?
a)
nierbekken
b)
nierschors
c)
niermerg
d)
uirineleider
39.
Wat de de juiste stand voor ademhalen?
a)
huig in stand 1, strotklepje in stand 1
b)
huig in stand 1, strotklepje in stand 2
c)
huig in stand 2, strotklepje in stand 1
d)
huig in stand 2, strotklepje in stand 2
40.
Wat de de juiste stand voor slikken?
a)
huig in stand 1, strotklepje in stand 1
b)
huig in stand 1, strotklepje in stand 2
c)
huig in stand 2, strotklepje in stand 1
d)
huig in stand 2, strotklepje in stand 2
41.
Hoe heet deel A?
a)
huig
b)
strotklepje
c)
slokdarm
d)
luchtpijp
42.
Hoe heet deel B?
a)
huig
b)
strotklepje
c)
slokdarm
d)
luchtpijp
43.
Hoe heet deel Q?
a)
huig
b)
strotklepje
c)
slokdarm
d)
luchtpijp
44.
Hoe heet deel V?
a)
niermerg
b)
nierschors
c)
nierbekken
d)
nierader
45.
Hoe heet deel R?
a)
niermerg
b)
nierschors
c)
nierbekken
d)
nierader
46.
Hoe heet deel S?
a)
niermerg
b)
urineleider
c)
nierbekken
d)
urinebuis
47.
Wat geeft letter P aan?
a)
een niersteen
b)
een blaassteen
48.
Welke letter geeft de urinebuis aan?
a)
A
b)
B
c)
C
d)
D
49.
Welke letter geeft de urineleider aan?
a)
A
b)
B
c)
C
d)
D
50.
Wat hoort in de biologie NIET bij uitscheiding?
a)
plassen
b)
zweten
c)
uitademen
d)
poepen