Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

bloeddruk

Total questions: 8

Worksheet time: 4mins

Name
Class
Date
1.

Wat is systolische druk?

a)

Bovendruk

b)

Onderdruk

c)

bloeddruk

2.

Wat gebeurt er met het hart bij de diastolische druk?

a)

Het hart ontspant

b)

Het hart trekt samen

3.

Wat is de bloeddruk uitdrukking?

a)

Mgmh

b)

mmgH

c)

mmHg

d)

mHgm

4.

Wat is een belangrijk kenmerk van aders?

a)

Aders transporteren het bloed naar het hart toe

b)

Aders wisselen vocht uit met het omliggende weefsel

c)

Aders hebben geen kleppen

d)

Aders transporteren het bloed van het hart af

5.

Stelling: 'Het bloed in de slagaders stroomt snel en de bloeddruk is hoog.'

a)

Juist

b)

Onjuist

6.
Bloedvat B heeft
a)
geen kleppen in de wanden
b)
wel kleppen in de wanden
7.

Via de ............. gaat bloed naar de lever toe

a)

poortader

b)

leverslagader

c)

poortader en leverslagader

d)

poortader en leverader

8.

Wat is het eerstvolgende onderdeel van de bloedsomloop waar het bloed doorheen stroomt na de nierhaarvaten?

a)

nierader

b)

nierslagader

c)

holle ader

d)

poortader