wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1 BK | Verkennen | BS 4 t/m 7

Total questions: 50

Worksheet time: 2hrs 40mins

Name
Class
Date
1.

Een ander woord voor levend wezen is...

a)

Orgaan

b)

Organisme

c)

Levensverschijnsel

d)

Celkern

2.

Is deze bloesemtak levend, dood of levenloos?

a)

Levend

b)

Dood

c)

Levenloos

3.

Welk levensverschijnsel zie je hier?

a)

Voortplanten

b)

Groeien

c)

Waarnemen

d)

Uitscheiden

4.

Is Filet American levend, dood of levenloos?

a)

Levend

b)

Dood

c)

Levenloos

5.

Welk levensverschijnsel zie je hier?

a)

Voeden

b)

Bewegen

c)

Voortplanten

d)

Groeien

6.

Zijn paddenstoelen levend, dood of levenloos?

a)

Levend

b)

Dood

c)

Levenloos

7.

Welk levensverschijnsel zie je hier?

a)

Voeden

b)

Bewegen

c)

Voortplanten

d)

Groeien

8.

Welk levensverschijnsel zie je hier?

a)

Bewegen

b)

Waarnemen

c)

Groeien

d)

Uitscheiden

9.

Welk levensverschijnsel zie je hier?

a)

Bewegen

b)

Waarnemen

c)

Groeien

d)

Uitscheiden

10.

Is keukenpapier levend, dood of levenloos?

a)

Levend

b)

Dood

c)

Levenloos

11.

Welk levensverschijnsel zie je hier?

a)

Ademhalen

b)

Voeden

c)

Uitscheiden

d)

Bewegen

12.

Welk levensverschijnsel zie je hier?

a)

Bewegen

b)

Waarnemen

c)

Groeien

d)

Uitscheiden

13.

Is dit gebraden kippetje levend, dood of levenloos?

a)

Levend

b)

Dood

c)

Levenloos

14.

Welke beschrijving past bij het woordje ''Materiaal"?

a)

De stof waarvan een voorwerp gemaakt is

b)

Een gereedschap om mee te werken

c)

Een stof die je kan voelen

15.

Klik alle natuurlijke materialen aan. Er zijn 3 antwoorden goed.

a)

Hout

b)

Glas

c)

Katoen

d)

Metaal

e)

Plastic

16.

Klik alle door mensen gemaakte materialen aan. Er zijn 2 antwoorden goed.

a)

Klei

b)

Glas

c)

Katoen

d)

Metaal

e)

Kunststof

17.

Je hebt grondstoffen nodig om materialen te maken.

Klei is bijvoorbeeld de grondstof voor het maken van bakstenen.

a)

Waar

b)

Niet waar

18.

Wat is de grondstof voor het maken van metaal?

a)

Ijzererts

b)

Aardolie

c)

Hout

d)

Zand

19.

Wat is de grondstof voor het maken van plastic?

a)

Ijzererts

b)

Aardolie

c)

Hout

d)

Zand

20.

Tik twee materiaaleigenschappen van hout aan

a)

Zeer bandbaar

b)

Makkelijk te bewerken

c)

Doorzichtig

d)

Roest wanneer het in contact komt met zuurstof

e)

Zeer breekbaar

21.

Tik twee materiaaleigenschappen van glas aan

a)

Zeer bandbaar

b)

Makkelijk te bewerken

c)

Doorzichtig

d)

Roest wanneer het in contact komt met zuurstof

e)

Zeer breekbaar

22.

Met materiaal ''bewerken'' worden handelingen bedoeld zoals zagen, schuren en dingen aan elkaar vastmaken met gereedschap

a)

Waar

b)

Niet waar

23.

Wat is waar over onderdeel A de brander? Er zijn twee antwoorden goed!

a)

Onderdeel A is de luchtschijf

b)

Onderdeel A is de gaskraan

c)

Met onderdeel A regel je de toevoer van lucht

d)

Met onderdeel A regel je de toevoer van gas

24.

Wat is waar over onderdeel B de brander? Er zijn twee antwoorden goed!

a)

Onderdeel B is de luchtschijf

b)

Onderdeel B is de gaskraan

c)

Met onderdeel B regel je de toevoer van lucht

d)

Met onderdeel B regel je de toevoer van gas

25.

Op het plaatje zijn de drie fasen waarin water zich kan bevinden weergeven.


Welke fase hoort bij het ijsklontje?

a)

Vast

b)

Vloeibaar

c)

Gas

26.

Op het plaatje zijn de drie fasen waarin water zich kan bevinden weergeven.


Welke fase hoort bij de waterdamp?

a)

Vast

b)

Vloeibaar

c)

Gas

27.

Zet de drie vasen op volgorde van warmst naar koudst

a)

Gas - Vloeibaar - Vast

b)

Vast - Vloeibaar - Gas

c)

Vloeibaar - Gas - Vast

d)

Gas - Vast - Vloeibaar

28.

Vul een nummer in als antwoord. Hoeveel stoffen zitten in een zuivere stof?

(a)  

29.

Hoeveel stoffen zitten in een mengsel?

a)

1

b)

Maximaal 2

c)

2 of meer

30.

Tik alle voorbeelden van mengsels aan. Er zijn 3 antwoorden goed!

a)

Cola

b)

Water

c)

Thee

d)

Alcohol

e)

Melk

31.

Wat is een legering?

a)

Een mengsel van metalen

b)

Een oplossing

c)

Iets als je soldaat bent

d)

Een zuiver metaal

32.

24 Karaat goud is een zuivere stof

a)

Waar

b)

Niet waar

33.

Tik alle voorbeelden van een legering aan. Er zijn 3 antwoorden goed!

a)

Messing

b)

Brons

c)

Roestvrij staal

d)

24 karaat goud

e)

Zilver

34.

Wat wordt bedoeld met een sociaal veilige omgeving?

a)

Dat je prettig met elkaar om gaat

b)

Dat je geen gevaarlijke dingen doet

c)

Dat je alleen met je vrienden bent

d)

Dat je rustig gaat chillen met elkaar

35.

Iemand op school heeft een heel zwaar probleem.

Hij wilt niet dat haar geheim zomaar door wordt vertelt, dus wilt hij met iemand die een geheimhoudingsplicht heeft praten.


Wie van deze mensen heeft een geheimhoudingsplicht?

a)

Een vertrouwenspersoon op school

b)

Je mentor

c)

Je docent

d)

De directeur

36.

Jongens met lang haar moeten dit ook in een staart doen tijdens een proefje

a)

Waar

b)

Niet waar

37.

Waarvoor word deze veiligheidsvoorziening gebruikt?

a)

Om brand te blussen

b)

Om bijtende stoffen snel weg te spoelen

c)

Om verwondingen te behandelen

d)

Om in één keer alle stroom uit te zetten

38.

Waarvoor word deze veiligheidsvoorziening gebruikt?

a)

Om brand te blussen

b)

Om bijtende stoffen snel weg te spoelen uit je ogen

c)

Om verwondingen te behandelen

d)

Om in één keer alle stroom uit te zetten

39.

Van welk rijk is cel nummer 1 afkomstig?

a)

Dieren

b)

Planten

c)

Schimmels

d)

Bacteriën

40.

Van welk rijk is cel nummer 3 afkomstig?

a)

Dieren

b)

Planten

c)

Schimmels

d)

Bacteriën

41.

Welk cel onderdeel heeft een bacteriecel niet?

a)

Celkern

b)

Cytoplasma

c)

Celwand

d)

Celmembraan

42.

Heel veel bacteriën bij elkaar noem je een kolonie.

Om een kolonie te worden moeten bacteriën zich héél veel voortplanten. Zo staan er veel nieuwe bacteriecellen!


Hoe noem je voortplanten bij bacteriën?

a)

Delen

b)

Knopvorming

c)

Sporen verspreiden

d)

Zaadjes verspreiden

43.

Je hebt eencellige schimmels, maar ook veelcellige schimmels.


Hoe noem je de draadjes waaruit een veelcellige schimmel bestaat?

a)

Schimmeldraden

b)

Paddenstoelen

c)

Schimmelharen

d)

Wieren

44.

Welk celonderdeel heeft een plantencel wel maar een schimmelcel niet?

a)

Bladgroenkorrels

b)

Celwand

c)

Celmembraan

d)

Celkern

45.

Bij welke afdeling hoort de varenplant op de foto?

a)

Zaadplanten

b)

Sporenplanten

c)

Wieren (en algen)

46.

Welk soort planten maken vruchten met zaadjes erin om zicht voort te planten?

a)

Zaadplanten

b)

Sporenplanten

c)

Wieren (en algen)

47.

Welk soort skelet heeft dit dier?

a)

Inwendig

b)

Uitwendig

c)

Geen

48.

Op het plaatje zie je een schematische tekening van een pantoffeldiertje. Dit is een eencellig dier.


Geef aan of de volgende stelling waar of niet waar is:

Een pantoffeldiertje is symmetrisch

a)

Waar

b)

Niet waar

49.

Bij welke afdeling van het dierenrijk hoort een krab?

a)

Geleedpotigen

b)

Wormen

c)

Weekdieren

d)

Gewervelden

50.

Bij welke groep van de gewervelde dieren hoort een kikker?

a)

Vissen

b)

Reptielen

c)

Vogels

d)

Amfibieën

e)

Zoogdieren