wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2 havo Woordenschat H5 en 6

Total questions: 50

Worksheet time: 3hrs 30mins

Name
Class
Date
1.

bedrijvigheid

a)

mogelijkheid

b)

activiteit(en)

c)

beïnvloeden

d)

handels-

2.

gewilde

a)

door veel mensen gezocht; aantrekkelijke

b)

op dit moment, nu

c)

overvloedig, volop

d)

versieren, mooi maken

3.

manipuleren

a)

versieren, mooi maken

b)

toestaan

c)

verminderen

d)

beïnvloeden

4.

massaal

a)

met de grote menigte

b)

angstaanjagend, eng

c)

voorlopig

d)

met een kleine groep

5.

opdirken

a)

beïnvloeden

b)

versieren, mooi maken

c)

toestaan

d)

samenwerken

6.

optie

a)

mogelijkheid

b)

op dit moment, nu

c)

voorlopig

d)

als je dat wilt

7.

relatief

a)

in verhouding, in relatie tot

b)

overvloedig, volop

c)

voorlopig

d)

zonder omwegen, recht op het doel af

8.

specerijen

a)

voedingsstoffen waar ons lichaam energie van krijgt

b)

gebouwen die dienen als bergplaats voor koopwaren

c)

tropische kruiden

d)

handelsmaatschappij

9.

veroorloven

a)

beïnvloeden

b)

versieren, mooi maken

c)

verwachten, tegemoet zien

d)

toestaan

10.

vooralsnog

a)

voorlopig

b)

op dit moment, nu

c)

mogelijkheid

d)

zo nodig

11.

welvaart

a)

werkplaatsen waar schepen gebouwd of hersteld worden

b)

Mensen die op allerlei manieren rijk willen worden

c)

overvloedig, volop

d)

bloei, rijkdom

12.

aan de grond zitten

a)

geen geld meer hebben

b)

duur zijn

c)

een tegenvaller

d)

terugkrabbelen; minder eisen stellen

13.

Beter een anker kwijt dan een heel schip.

a)

Om winst te maken, moet je eerst geld uitgeven.

b)

voor- en nadelen afwegen

c)

Liever een klein verlies nemen dan alles verliezen.

d)

een tegenvaller

14.

goed in de markt liggen

a)

duur zijn

b)

populair zijn

c)

geluk hebben

d)

bloei, rijkdom

15.

iemand in de boot nemen

a)

iemand laten meevaren

b)

iemand voor de gek houden

c)

te ver gaan, te hoog gegrepen zijn

d)

nergens bij horen

16.

kant noch wal raken

a)

failliet gaan

b)

nergens bij horen

c)

geen geld meer hebben

d)

onzin zijn

17.

onder zeil gaan

a)

failliet gaan

b)

de terugtocht voor jezelf onmogelijk maken

c)

geluk hebben

d)

gaan slapen

18.

Vul in:

op de (...) gaan

a)

fles

b)

kurk

c)

kan

d)

vaas

19.

Op de wind van gisteren kun je vandaag niet zeilen.

a)

Je moet degene voor wie je werkt niet tegenspreken.

b)

Je moet het doen met de middelen die je hebt.

c)

failliet gaan

d)

Je moet bij de tijd blijven.

20.

voor de boeg hebben

a)

de leiding hebben

b)

verwachten, tegemoet zien

c)

toezicht houden

d)

geluk hebben

21.

de wind in de zeilen hebben

a)

een tegenvaller

b)

populair zijn

c)

de terugtocht voor jezelf onmogelijk maken

d)

geluk hebben

22.

bij uitstek

a)

bijzonder; heel

b)

zeker

c)

buitengewoon

d)

om jaloers op te zijn

23.

demotiverend

a)

zittenblijven

b)

zijn er het slechtst aan toe

c)

ontmoedigend

d)

geprobeerd te veranderen

24.

desnoods

a)

als je dat wilt

b)

zo nodig

c)

wegens; door

d)

zeker

25.

doubleren

a)

zittenblijven

b)

gaan naar; ergens heengaan om er (een tijdje) te blijven

c)

verminderen

d)

beïnvloeden

26.

enigszins

a)

een beetje

b)

met de grote menigte

c)

zeker

d)

wegens; door

27.

gemorreld

a)

zijn er het slechtst aan toe

b)

verminderen

c)

ontmoedigend

d)

geprobeerd te veranderen

28.

grut

a)

volwassenen

b)

tieners

c)

kleine kinderen

d)

tropische kruiden

29.

hectische

a)

vreemde; uit vreemde landen afkomstig

b)

buitengewoon

c)

zeer drukke

d)

met de grote menigte

30.

onbekommerd

a)

ontmoedigend

b)

onbezorgd; zonder zorgen

c)

op een veilige, zorgeloze plek

d)

om jaloers op te zijn

31.

reduceren

a)

zittenblijven

b)

toestaan

c)

beïnvloeden

d)

verminderen

32.

uitermate

a)

buitengewoon

b)

zeer drukke

c)

zijn er het slechtst aan toe

d)

overvloedig; volop

33.

verrichten

a)

gaan

b)

doen

c)

verminderen

d)

toestaan

34.

des duivels

a)

heel erg boos

b)

zijn er het slechtst aan toe

c)

heel snel

d)

echt verboden

35.

ergens omheen draaien

a)

niet durven te zeggen waar het eigenlijk om gaat

b)

iets gewoon durven te zeggen

36.

in allerijl

a)

heel langzaam

b)

in het echt, in werkelijkheid

c)

heel erg boos

d)

heel snel

37.

in den vreemde

a)

in ons land

b)

gedurende een aantal jaren

c)

in het buitenland

d)

in het voordeel van

38.

op elkaars lip zitten

a)

ondersteboven, wist geen uitweg meer

b)

dicht bij elkaar in de buurt zijn

c)

in het huis van

d)

elkaar zoenen

39.

op generlei wijze

a)

helemaal niet; op geen enkele manier

b)

in het nadeel van

c)

als het lang duurt

d)

mogelijkheid

40.

vul in:

ten behoeve (...)

a)

naar

b)

aan

c)

voor

d)

van

41.

ten koste van

a)

voor; tot nut van

b)

in het nadeel van

c)

in het voordeel van

d)

oprichten; stichten

42.

ten bate van

a)

in het nadeel van

b)

in het voordeel van

c)

ten koste

d)

dat leverde heel wat op

43.

ten tonele (voeren)

a)

oprichten; stichten

b)

op de plaats

c)

in het huis van

d)

op allerlei manieren onderuit proberen te komen

44.

ter waarde van

a)

in de eerste plaats

b)

tijdens of vlak na de actie

c)

met een waarde/prijs van

d)

ten koste

45.

uit den boze

a)

echt verboden

b)

heel erg boos

c)

niet durven zeggen waar het eigenlijk om gaat

d)

echt gemeend

46.

van ganser harte

a)

echt gemeend

b)

echt verboden

c)

voor; tot nut van

d)

in het voordeel van

47.

zich ervan afmaken

a)

onterecht, zonder goede reden

b)

ondersteboven, wist geen uitweg meer

c)

kunnen moeilijk lopen

d)

de kwestie ontlopen

48.

zich in bochten wringen

a)

er op allerlei manieren onderuit proberen te komen

b)

tot het ging bloeden

c)

om te controleren, onderzoeken

d)

als het lang duurt

49.

neerstrijken

a)

verminderen

b)

gaan slapen

c)

op een veilige, zorgeloze plek

d)

gaan naar; ergens heengaan om er (een tijdje) te blijven

50.

compagnie

a)

handelsmaatschappij

b)

werkplaats voor onderzoek

c)

werkplaatsen waar schepen gebouwd of hersteld worden

d)

gebouwen die dienen als bergplaats voor koopwaren