wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Weekquiz 3

Total questions: 28

Worksheet time: 29mins

Name
Class
Date
1.

Rond het getal 275,153 af op tientallen

(a)  

2.

Rond het getal 275,153 af op tienden.

(a)  

3.

Sieme at deze week 5/6 deel van een chocoladeletter. Vince at 1/3 deel van een chocoladeletter. Hoeveel is het verschil?

a)

Vince at 1/2 deel meer dan Sieme.

b)

Vince at 2/6 deel meer dan Sieme.

c)

Sieme at 1/2 deel meer dan Vince.

d)

Sieme at 2/6 deel meer dan Vince.

4.

Danthe en Senna pakken hun surprisecadeautjes in. Danthe gebruikt hiervoor 3/8 deel van de rol cadeaupapier. Senna gebruikt 1/2 deel van de rol. Hoeveel hebben ze samen gebruikt?

a)

7/24 deel

b)

7/8 deel

c)

1/2 deel

d)

3/12 deel

5.

In groep 8B zitten 24 kinderen. 8 van hen zitten op voetbal. 1/3 deel zit op voetbal. Hoeveel kinderen zitten er op voetbal?

(a)  

6.

60 % van 200 kinderen ontbijt voor ze naar school gaan. 3/4 deel van deze kinderen eet een boterham. De rest eet yoghurt. Hoeveel kinderen eten yoghurt?

(a)  

7.

Jesse maakt een tekening van zijn huis. De schaal is 1:500.

Het huis is op de tekening 3 cm breed.

Hoe breed is zijn huis in het echt?

a)

15 centimeter

b)

5 meter

c)

5 centimeter

d)

15 meter

8.

Je schrijft een brief aan de burgemeester. Wat is de beste opening voor deze officiële brief?

a)

Beste burgemeester

b)

Hoi mevrouw de burgemeester

c)

Geachte mevrouw de burgemeester

d)

Geachte burgemeester

9.

Welke van de volgende zinnen staat in de gebiedende wijs?

a)

Je moet luisteren naar de juf of meester.

b)

Kun je vertellen hoe je heet?

c)

Raap die papiertjes op.

d)

Je mag zelf kiezen wat je eet.

10.

Vul het werkwoord worden in de gebiedende wijs in.

(a)   toch niet altijd zo boos!

11.

In welke zin in het woord aantreffen goed gebruikt?

a)

Ik trof hem gewond aan, nadat hij gevallen was.

b)

Ik was zoveel aangetroffen, dat ik er ziek van werd.

c)

We treffen elkaar woensdag aan in de bioscoop.

d)

Ik tref mijn kleren aan voor ik naar school ga.

12.

In welke zin is het woord preventief goed gebruikt?

a)

Ik ga morgen preventief uitslapen. Want ik ben ontzettend moe.

b)

Ik ga preventief een coronatest doen. Ik heb nog geen klachten, maar ga voor de zekerheid testen.

c)

Ik had een preventief met hem. We hadden ruzie met elkaar.

13.

In een nieuwsbericht, bijvoorbeeld op het journaal, staan...

a)

Alléén meningen

b)

Alléén feiten

c)

Zowel feiten als meningen

14.

Welk woord schrijf je niet met een hoofdletter?

a)

Kerst

b)

Januari

c)

Merlijn

d)

Het eerste woord van een zin.

15.

Hoe noem je een Joodse 'kerk'?

(a)  

16.

Wat is de naam van een slang en óók van een achtbaan in de Efteling?

(a)  

17.

Schrijf het voltooid deelwoord op als bijvoeglijk naamwoord.

De foto is uitvergroot.

De (a)   foto.

18.

Schrijf het voltooid deelwoord op als bijvoeglijk naamwoord.

De kat is gered.

De (a)   kat.

19.

Maak van deze 2 woorden een samengesteld woord:

Spin + web

(a)  

20.

Maak van de volgende 2 woorden een samengesteld woord.

kers + vlaai

(a)  

21.

Maak van de volgende 2 woorden een samengesteld woord.

dorp+school

(a)  

22.

Vul het werkwoord in in de verleden tijd:

De kinderen (a)   de muur. (bekladden)

23.

Vul het werkwoord in in de tegenwoordige tijd.

Jasper (a)   bijna 12 jaar. (worden)

24.

Wat is een reden dat steden ontstonden in de late middeleeuwen?

a)

Door nieuwe uitvindingen, nam de oogst toe en waren er minder boeren nodig. Boeren gingen als ambachtslieden werken in de stad.

b)

Dorpen werden gebombardeerd, dus verhuisden mensen naar de stad.

c)

In de stad waren meer winkels, dus trokken mensen uit het dorp naar de stad.

25.

Wat zijn stadsrechten?

a)

Wetten en regels die gelden in de stad. Deze zijn door de heer opgelegd.

b)

In ruil voor belasting, mocht het volk zelf hun stad besturen. Dat deden de schout en schepenen.

c)

Een dikke muur om de stad, die zorgde voor bescherming.

26.

In twee welk tijdvakken speelde de 80-jarige oorlog zich af?

a)

Tijd van ridders en monniken & tijd van steden en staten

b)

Tijd van steden en staten & pruiken en revoluties

c)

Tijd van pruiken en revoluties & tijd van ontdekkers en hervormers

d)

Tijd van ontdekkers en hervormers & Tijd van regenten en vorsten

27.

Koning philips II was katholiek en vond dat iedereen katholiek moest zijn. Ketters liet hij vervolgen. Welk geloof hadden de ketters?

(a)  

28.

Hoe lang duurde de 80-jarige oorlog in totaal?

a)

80 jaar

b)

60 jaar

c)

68 jaar

d)

82 jaar