wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

taal actief groep 5 thema 3

Total questions: 24

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

groot- (a)   -grootst

2.

(a)   -beter-best

3.

lief-liever- (a)  

4.

(a)   -minder-minst

5.

We gaan om (a)   2 uur naar huis.

6.

Als je niet meer zenuwachtig of bang bent.

a)

opgelucht

b)

benauwd

c)

schateren

d)

hoewel

7.

hard en vrolijk lachen

a)

het uitgieren

b)

schateren

c)

glimlachen

d)

brullen

8.

regelen, zorgen dat iets gebeurt

a)

de wandeltocht

b)

de routebeschrijving

c)

organiseren

d)

hoewel

9.

Het valt vies tegen.

a)

Het valt om.

b)

Ik lust dat niet.

c)

Het is niet zo mooi of leuk als verwacht.

d)

Je wordt er vies van.

10.

acuut

a)

nu, direct

b)

straks

c)

morgen

d)

gisteren

11.

benauwd

a)

angstig

b)

gezellig

c)

schateren

d)

glimlachen

12.

Wat is een bevelzin?

a)

Wil je zitten?

b)

Ik wil dat je gaat zitten.

c)

Ga zitten!

13.

Wat is een bevelzin?

a)

Maak je huiswerk!

b)

Ga je zo je huiswerk maken?

c)

Je gaat nu je huiswerk maken.

14.

Een bevelzin begint met een.....?

a)

lidwoord

b)

bijvoeglijk naamwoord

c)

zelfstandig naamwoord

d)

werkwoord

15.

Wat is een bevelzin?

a)

Rustig lopen op de gang.

b)

Wil je rustig lopen op de gang?

c)

Loop rustig!

16.

Hoe stel jij jezelf voor aan de telefoon wanneer je belt met iemand die je niet kent?

4 lines
17.

in de fik staan

a)

in de gang staan

b)

in de sloot staan

c)

in de brand staan

d)

in de klas staan

18.

Een uitstapje waarbij je iets leert.

a)

het museum

b)

de excursie

c)

de wandeltocht

d)

de achtbaan

19.

verdrietig

a)

bang

b)

boos

c)

moe

d)

droevig

20.

hoe iedereen zich voelt

a)

de stemming

b)

de bestemming

c)

de excursie

d)

de wildwaterbaan

21.

Wie controleert er bij de grens of alles goed gaat?

a)

het leger

b)

de politie

c)

de douane

d)

de directeur

22.

slenteren-kuieren- (a)  

23.

voldaan

a)

tevreden

b)

moe

c)

angstig

d)

schateren

24.

Het is al half negen. Het is (a)   om te beginnen met rekenen.