Font size
Worksheetstaal actief groep 5 thema 3
Total questions: 24
Worksheet time: 20mins
groot- (a) -grootst
(a) -beter-best
lief-liever- (a)
(a) -minder-minst
We gaan om (a) 2 uur naar huis.
Als je niet meer zenuwachtig of bang bent.
opgelucht
benauwd
schateren
hoewel
hard en vrolijk lachen
het uitgieren
schateren
glimlachen
brullen
regelen, zorgen dat iets gebeurt
de wandeltocht
de routebeschrijving
organiseren
hoewel
Het valt vies tegen.
Het valt om.
Ik lust dat niet.
Het is niet zo mooi of leuk als verwacht.
Je wordt er vies van.
acuut
nu, direct
straks
morgen
gisteren
benauwd
angstig
gezellig
schateren
glimlachen
Wat is een bevelzin?
Wil je zitten?
Ik wil dat je gaat zitten.
Ga zitten!
Wat is een bevelzin?
Maak je huiswerk!
Ga je zo je huiswerk maken?
Je gaat nu je huiswerk maken.
Een bevelzin begint met een.....?
lidwoord
bijvoeglijk naamwoord
zelfstandig naamwoord
werkwoord
Wat is een bevelzin?
Rustig lopen op de gang.
Wil je rustig lopen op de gang?
Loop rustig!
Hoe stel jij jezelf voor aan de telefoon wanneer je belt met iemand die je niet kent?
in de fik staan
in de gang staan
in de sloot staan
in de brand staan
in de klas staan
Een uitstapje waarbij je iets leert.
het museum
de excursie
de wandeltocht
de achtbaan
verdrietig
bang
boos
moe
droevig
hoe iedereen zich voelt
de stemming
de bestemming
de excursie
de wildwaterbaan
Wie controleert er bij de grens of alles goed gaat?
het leger
de politie
de douane
de directeur
slenteren-kuieren- (a)
voldaan
tevreden
moe
angstig
schateren
Het is al half negen. Het is (a) om te beginnen met rekenen.
