wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Eten en gegeten worden

Total questions: 61

Worksheet time: 41mins

Name
Class
Date
1.

Factoren uit de niet-levende natuur noemen we:

a)

Biotische factoren

b)

Abiotische factoren

2.

Voedsel, Roofvijanden & Soortgenoten zijn voorbeelden van biotische factoren.

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

Factoren uit de levende natuur noemen we:

a)

Biotische factoren

b)

Abiotische factoren

4.

Windsnelheid, zonlicht en temperatuur zijn voorbeelden van biotische factoren.

a)

Juist

b)

Onjuist

5.

Is het een biotische of abiotische factor?

a)

Biotische factor

b)

Abiotische factor

6.

Is het een biotische of abiotische factor?

a)

Biotische factor

b)

Abiotische factor

7.

Is het een biotische of abiotische factor?

a)

Biotische factor

b)

Abiotische factor

8.

Is het een biotische of abiotische factor?

a)

Biotische factor

b)

Abiotische factor

9.

Is het een biotische of abiotische factor?

a)

Biotische factor

b)

Abiotische factor

10.

Is het een biotische of abiotische factor?

a)

Biotische factor

b)

Abiotische factor

11.

Is het een biotische of abiotische factor?

a)

Biotische factor

b)

Abiotische factor

12.

Is het een biotische of abiotische factor?

a)

Biotische factor

b)

Abiotische factor

13.

Is het een biotische of abiotische factor?

a)

Biotische factor

b)

Abiotische factor

14.

Is het een biotische of abiotische factor?

a)

Biotische factor

b)

Abiotische factor

15.

Is het een biotische of abiotische factor?

a)

Biotische factor

b)

Abiotische factor

16.

Licht, temperatuur etc. zijn voorbeelden van .......................

a)

biotische factoren

b)

abiotische factoren

17.

Welke van de antwoorden hieronder zijn biotische factoren?

Meer antwoorden mogelijk.

a)

predatoren

b)

bodemgesteldheid

c)

voedsel

d)

soortgenoten

18.

Parasieten is een voorbeeld van ...........

a)

abiotische factoren

b)

biotische factoren

19.

Welke naam hoort bij de volgende omschrijving:

'Een gebied dat bestaat uit biotische en abiotische factoren'.

a)

Levensgemeenschap

b)

Ecosysteem

c)

Populatie

d)

Individu

20.

Hoe noemen we de groene planten in een voedselketen?

a)

Consumenten

b)

Reducenten

c)

Producenten

d)

Afvaleters

21.

In deze voedselketen is het koolmeesje...

a)

een producent.

b)

een consument van de eerste orde.

c)

een consument van de tweede orde.

d)

een consument van de derde orde.

22.

Welk begrijp hoort bij deze beschrijving:

"Alle biotische factoren en abiotische factoren in en om de sloot."?

a)

Ecosysteem

b)

Populatie

c)

Individu

d)

Levensgemeenschap

23.

Wat is een voedselweb?

a)

Een reeks van eten en gegeten worden.

b)

Alle biotische factoren in een ecosysteem.

c)

Alle voedselrelaties in een ecosysteem.

24.

Veel heidevelden in Nederland worden begraasd door schapen. De schapen eten jonge boompjes en struiken die tussen de heideplanten groeien. Als die bomen en struiken groot zouden worden, verdwijnen op den duur de heideplanten. Dat komt doordat grote bomen en struiken abiotische factoren van een heideveld veranderen.


Welke abiotische factoren zijn hier voorbeelden van?

a)

Schapen

b)

Hoeveelheid zon

c)

Hoeveelheid water

d)

Jonge boompjes

25.

Welke voedselketen is juist

a)

gras - koe - mens

b)

mens - koe - gras

c)

mens --> koe --> gras

d)

gras --> koe --> mens

26.
De zon is een biotische factor.
a)
juist
b)
onjuist
27.
Hoe noem je alle biotische en abiotische factoren samen?
a)
ecosysteem
b)
bioom
c)
biotoop
d)
biosfeer
28.
Een prooidier is een abiotische factor.
a)
Juist
b)
Onjuist
29.
De kikker is een consument van de tweede orde.
a)
juist
b)
onjuist
30.
Hoe noemen we de groene planten in een voedselketen?
a)
autotroof
b)
heterotroof
c)
consumenten
d)
producenten
31.

Wat voor een consument is de vlinder?

a)

Consument van de eerste orde

b)

Consument van de tweede orde

c)

Consument van de derde orde

d)

De vlinder is geen consument

32.

een leeuw is een

a)

reducent

b)

consument

c)

producent

d)

toppredator

33.

Welke schakel in een voedselketen heeft meestal het grootst aantal individuen?

a)

Consumenten 3e orde

b)

Consumenten 2e orde

c)

Zoogdieren

d)

Producenten

34.

Hoe worden bacteriën en schimmels genoemd

a)

consumenten 2e orde

b)

consumenten 1e orde

c)

producenten

d)

reducenten

35.

De bovenstaande afbeelding is een duidelijk voorbeeld van een ...

a)

voedselweb

b)

voedselketen

c)

voedselkringloop

36.

De bovenstaande afbeelding is een duidelijk voorbeeld van een ...

a)

voedselweb

b)

voedselketen

c)

voedselkringloop

37.

De bovenstaande afbeelding is een duidelijk voorbeeld van een ...

a)

voedselweb

b)

voedselketen

c)

voedselkringloop

38.

Geef het juiste begrip voor:


Een groene plant, maakt zijn eigen voedsel aan.

(a)  

39.

Dit is een...

a)

Producent

b)

Consument

c)

Reducent

d)

Opruimer

40.

Dit is een...

a)

Producent

b)

Consument

c)

Reducent

d)

Opruimer

41.

Geef het juiste begrip:


Een groene plant, maakt zijn eigen voedsel aan.

a)

producent

b)

consument

42.

Geef het juiste begrip:


Een dier dat zich voedt met een ander organisme.

a)

producent

b)

consument

43.

Aaneenschakeling van levende wezens, waarbij de ene schakel tot voedsel dient voor de volgende = ...

a)

voedselketen

b)

voedselweb

c)

voedselkringloop

44.

De afbeelding is een voorbeeld van ...

a)

een voedselketen

b)

een voedselweb

c)

een voedselkringloop

d)

een voedselpiramide

45.

Wie is de consument van de 2de orde in deze voedselpiramide?

a)

blad

b)

rups

c)

koolmees

d)

havik

46.

Welk organisme is een consument van de 1ste orde?

a)

gras

b)

krekel

c)

kikker

d)

slang

e)

roofvogel

47.

(Klik op de afbeelding om in te zoomen.)

Welke uitspraak is correct?

a)

Sprinkhaan eet een kikker.

b)

Vos eet smalle weegbree.

c)

Buizerd eet een vos.

d)

Adder eet een kikker.

48.

(Klik op de afbeelding om in te zoomen.)

De sprinkhaan is in dit voorbeeld een...

a)

...producent.

b)

...consument eerste orde.

c)

...consument tweede orde.

d)

...consument derde orde.

e)

... toppredator

49.

(Klik op de afbeelding om in te zoomen.)

De vos is in dit voorbeeld een...

a)

...producent.

b)

...consument eerste orde.

c)

...consument tweede orde.

d)

... toppredator

50.

(Klik op de afbeelding om in te zoomen.)

De vlierbes is in dit voorbeeld een...

a)

...producent.

b)

...consument eerste orde.

c)

...consument tweede orde.

d)

...consument derde orde.

e)

Ander antwoord.

51.

Autotroof of heterotroof?

a)

Autotroof

b)

Heterotroof

52.

Autotroof of heterotroof?

a)

Autotroof

b)

Heterotroof

53.
Planteneters zijn consumenten van  ...
a)
de 1ste orde
b)
de 2de of 3de orde
c)
elke orde
d)
geen orde
54.

Slakken zijn ...

a)

consumenten

b)

producenten

c)

reducenten

d)

toppredator

55.

Bodembacteriëen zijn ...

a)

consumenten

b)

producenten

c)

reducenten

d)

toppredator

56.
Dieren zijn ...
a)
heterotroof
b)
autotroof
57.
Mensen zijn ...
a)
heterotroof
b)
autotroof
58.
Organismen die zich voeden met andere zijn ...
a)
heterotroof
b)
autotroof
59.
Groene planten  zijn ...
a)
heterotroof
b)
autotroof
60.
Organismen die hun eigen voedingsstoffen maken zijn  ...
a)
heterotroof
b)
autotroof
61.

Een toppredator is

a)

autotroof

b)

heterotroof

Similar Resources on Wayground