wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Klas 4GT §9.1 en §9.2

Total questions: 20

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Welke laag is de opperhuid?

a)

De binnenste

b)

De middelste

c)

De bovenste

2.

Waar wordt pigment aangemaakt?

a)

Hoornlaag

b)

Kiemlaag

c)

Onderhuids bindweefsel

d)

Lederhuid

3.

Wat is de functie van pigment?

a)

Bruin worden

b)

Beschermen tegen uv-straling

c)

Je huid rood maken, zodat je ziet dat je bent verbrand

d)

Heeft geen functie

4.

In welke laag van de huid zitten talgklieren en zweetklieren?

a)

Opperhuid

b)

Lederhuid

c)

Onderhuidse bindweefsel

5.

Duid de verschillende functies van de huid aan

a)

regelen van de lichaamstemperatuur

b)

opnemen van vitaminen A

c)

beschermen tegen schadelijke invloeden van buitenaf

d)

tastzin

6.
Dankzij zweetklieren kan je lichaam afkoelen.
a)
Juist
b)
Onjuist
7.

Welk nummer is de zweetklier

a)

6

b)

3

c)

8

d)

5

8.

nummer 2 is?

a)

haarvat

b)

bloedvat

c)

zenuw

d)

zintuig

9.

Welke aandoening kan komen door overmatige UV straling?

a)

Psoriasis

b)

Melanoom

10.

Wat is de grootste boosdoener die huidkanker veroorzaakt?

a)

Bacteriën/Toxinen

b)

Straling/Chemische middelen

c)

Medicatie/bestraling

d)

Zon/verbranding

11.
Wat is het verschil tussen een goed en een kwaadaardig gezwel?
a)
Van een goedaardig gezwel krijg je geen tumor.
b)
Een goedaardig gezwel zaait niet uit.
c)
Een goedaardig gezwel wordt nooit behandeld. 
d)
Een goedaardig gezwel zit nooit andere weefsels in de weg.
12.
Waarom hebben blanke mensen een grotere kans op huidkanker?
a)
Zij zonnen gemiddeld vaker.
b)
Zij hebben minder pigment in hun huid en zijn daardoor minder goed beschermd.
c)
Zij hebben meer erfelijke aanleg voor het krijgen van huidkanker.
d)
Zij gebruiken andere zonnebrandcrème. 
13.

Als een ziekteverwekker je lichaam binnenkomt noemen we dat

a)

incubatietijd

b)

weerstand

c)

een infectie

d)

lichaamseigen

14.

Als een ziekteverwekker je niet meer ziek kan maken heb je

a)

incubatietijd

b)

weerstand

c)

een infectie

d)

lichaamseigen

15.

Waar hoort de omschrijving bij: Vermeerderen zich door deling.

a)

bacteriën

b)

virussen

16.

Waar hoort de omschrijving bij: vermeerderen doordat ze een lichaamscel binnendringen

a)

bacteriën

b)

virussen

17.

Waar hoort de omschrijving bij: maken je ziek door gifstoffen

a)

bacteriën

b)

virussen

18.

Antigenen zijn

a)

lichaamseigen eiwitten aan de buitenkant van een bacterie of virus

b)

lichaamsvreemde eiwitten aan de buitenkant van een bacterie of virus

c)

eiwitten aan de buitenkant van witte bloedcellen

19.

Bestrijden van een infectie gebeurt door

a)

uitsluitend type 2 witte bloedcellen (vreetcellen)

b)

uitsluitend door type 1 witte bloedcellen (makers antistoffen)

c)

eerst type 1, daarna type 2

d)

eerst type 2, daarna type 1

20.

Als je immuun bent heb je in je bloed

a)

geheugencellen

b)

antistoffen

c)

bacteriën

d)

virussen