Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

woordraadstrategieeen M4D

Total questions: 19

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.
Waar vind je meestal de hoofdgedachte van een tekst?
a)
Inleiding + slot
b)
Tweede alinea
c)
Kern
d)
Titel
2.

Wat is de woordraadstrategie?

a)

Hiermee kun je woorden leren kennen.

b)

Hiermee kun je woorden beter onthouden.

c)

Hiermee kun je de betekenis van woorden uit de tekst ontdekken.

d)

Hiermee kun je woorden leren onthouden.

3.

Wat is GEEN woordraadstrategie?

a)

Synoniem zoeken

b)

Tegenstelling vinden

c)

Definitie zoeken

d)

Omschrijving vinden

e)

Hoofdgedachte

4.
Wat is een een woordraadstrategie?
a)
synoniem zoeken
b)
overleggen
5.
Het tegenovergestelde van symmetrisch is...
a)
asymmetrisch
b)
onsymmetrisch
c)
symmetrischloos
6.

Waar de tekst over gaat is:

a)

de hoofdgedachte

b)

het thema

c)

het onderwerp

d)

de titel

7.

Scannend lezen, Zoekend lezen en Grondig lezen noemen we?

a)

vervelend

b)

teksstructuren

c)

leesstrategieën

8.

Om de hoofdgedachte te vinden, lees je de tekst

a)

precies.

b)

zoekend.

c)

globaal.

d)

oriënterend.

9.

Het belangrijkste doel van een brief van de NS over tariefswijzigingen is ...

a)

informeren

b)

instrueren

c)

overhalen

d)

overtuigen

10.

Zij heeft evenals haar moeder erg lang, bruin, golvend haar.

Wat is het tekstverband

a)

opsomming

b)

tegenstelling

c)

vergelijking

11.

Er zin twee antwoorden goed.

Een hoofgedachte.....

a)

Is nooit een vraagzin

b)

Geeft de belangrijkste informatie uit de tekst

c)

Staat altijd aan het einde van een tekst

d)

Staat dikgedrukt

12.

Er zijn twee antwoorden goed

Een kernzin.....

a)

Is de kern van de tekst

b)

Geeft de belangrijkste informatie uit een alinea

c)

Staat meestal aan het begin of einde van een alinea

d)

Is de belangrijkste zin van de tekst

13.

Welke teksten hebben als doel 'overtuigen'?

a)

Recensie

b)

Krantenbericht

c)

Betoog

d)

Column

14.

Welke teksten hebben als functie amuseren?

a)

Sollicitatiebrief

b)

Strip

c)

Gedicht

d)

Handleiding

15.

Wat is het signaalwoord en tekst verband?

Ik heb vijf katten. Lydia daarentegen heeft er maar twee.

a)

Daarentegen - opsomming

b)

Maar - uitzondering

c)

Maar - tegenstelling

d)

Daarentegen - tegenstelling

16.

Wat is het signaalwoord en het tekstverband?

'Je bent geslaagd mits je allemaal voldoendes haalt.'

a)

Bent - samenvatting

b)

Mits - uitzondering

c)

Mits - voorwaarde

d)

Haalt - opsomming

17.

Wat is het verwijswoord? Waar verwijst het naar?

Mijn broertje is heel lief. Hij geeft mij altijd een knuffel.

a)

Mijn --> broertje

b)

Heel --. lief

c)

Hij --> mijn broertje

d)

Altijd --> knuffel

18.

Wat betekent een bekend woorddeel?

a)

Als je een deel van een woord kent, kun je de betekenis meestal achterhalen.

b)

Dat is hetzelfde als de woordsoorten.

c)

Een woorddeel is het belangrijkste deel van het woord.

19.

Welk woord past in de zin?

De dokter die mijn arm na een botbreuk gezet heeft, was […]; later bleek dat deze knoeier de zaak zo verprutst had dat ik opnieuw geopereerd moest worden.

a)

relatief

b)

belastend

c)

geregistreerd

d)

ondeskundig