Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Bloemen

Total questions: 12

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Waar bevindt de eicel zich in een plant?

a)

In stuifmeelkorrels.

b)

In de stempel

c)

In het vruchtbeginsel.

d)

In de helmknoppen.

2.

Door wat worden planten geholpen met voortplanting?

a)

Door insecten.

b)

Door de wind.

c)

Door de regen.

d)

Door dieren.

3.

Een blaasbloem (paardenbloem) verspreid de pollen van de bloem.

a)

Juist

b)

Onjuist

4.

Een stuifmeelkorrel is...

a)

Mannelijk

b)

Vrouwelijk

c)

Onzijdig

5.

Het zaadbeginsel is...

a)

Mannelijk

b)

Vrouwelijk

c)

Onzijdig

6.

Een zaadje ontstaat door...

a)

bevruchting van de eicel.

b)

groei van het vruchtbeginsel.

c)

Normale groei van de plant.

d)

Uitgroeiende stuifmeelkorrels.

7.

Uit een zaadje groeit altijd:

a)

Een nieuwe plant.

b)

Een bloem.

c)

Een stuifmeelhoudende plant

d)

Een eicelhoudende plant

8.

Voortplanting met behulp van bloemen is:

a)

Geslachtelijke voortplanting

b)

Ongeslachtelijke voortplanting

9.

Zaden worden verspreid door:

a)

regen

b)

dieren

c)

wind

d)

de plant zelf

10.

Een vorm van ongeslachtelijke voortplanting is:

a)

Een aardbeienbloem.

b)

Een onopvallende bloem.

c)

Een stekje

11.

Het ontwikkelen van nieuwe plantenrassen noem je:

a)

veredelen

b)

muteren

c)

kruisen

d)

natuurlijke selectie

12.

Wat is de functie van kroonbladeren?

a)

Insecten lokken.

b)

Aantrekkelijk zijn voor andere planten.

c)

Nectar maken.

d)

Meeldraden maken.