wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

13.3 gevolgen van sociale ongelijkheid

Total questions: 10

Worksheet time: 5mins

Name
Class
Date
1.

Je krijgt een aanrijding en vriend die advocaat is helpt je om een hoge schadevergoeding te krijgen.

a)

Sociaal kapitaal

b)

Cultureel kapitaal

c)

Economisch kapitaal

2.

De meester van groep 4 is onder de indruk van Merel, omdat ze zoveel woorden kent. Merel wordt elke avond voorgelezen.

a)

Sociaal kapitaal

b)

Cultureel kapitaal

c)

Economisch kapitaal

3.

Met welk element van cultureel kapitaal heeft het verschil tussen elite- en massacultuur te maken?

a)

kennis

b)

houding

c)

opvatting

d)

smaak

4.

Iemand mailt regelmatig de wethouder om misstanden in de gemeente aan de kaak te stellen.

a)

Electorale participatie

b)

Niet-electorale participatie

5.

Iemand zit tijdens de verkiezingen in het stemlokaal om te helpen.

a)

electorale participatie

b)

niet-electorale participatie

6.

Iemand neemt deel aan een voorlichtingsavond over de vraag of er een nieuw AZC zal komen in de stad.

a)

electorale participatie

b)

niet-electorale participatie

7.

Iemand blijft roken omdat 'zijn oma 60 jaar gerookt heeft en nooit ziek is geworden'. Dit heeft te maken met:

a)

Kennis

b)

Levensstijl

c)

Gedrag

d)

Communicatievaardigheden

8.

Tijdens de coronacrisis zijn hoog opgeleiden blijven sporten (hardlopen, racefietsen) en lager opgeleiden juist minder (de sportvereniging moest dicht). Dit heeft het meest te maken met:

a)

Kennis

b)

Levensstijl

c)

Gedrag

d)

Communicatievaardigheden

9.

Welke vorm van sociale uitsluiting: Iemand maakt zijn vervolg opleiding niet af, omdat zijn ouders vinden dat hij net zo goed kan gaan werken.

a)

Beperkte politieke participatie

b)

Beperkte normatieve integratie

c)

Niet kunnen voorzien in levensbehoeften

d)

Geringe toegang tot sociale grondrechten

10.

Welke vorm van sociale uitsluiting: Iemand kan gene grafische rekenmachine kopen voor zijn dochter, omdat hij niet weet dat de gemeente hier een potje voor heeft.

a)

Beperkte politieke participatie

b)

Beperkte normatieve integratie

c)

Niet kunnen voorzien in levensbehoeften

d)

Geringe toegang tot sociale grondrechten