wayground logo

Free Printable Worksheets

NEW

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Werkwoordspelling

Total questions: 14

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

(vermijden) die buurt 's nachts zoveel mogelijk.

a)

Vermijt

b)

Vermijd

c)

Vermijdt

2.

De gans (broeden) momenteel op haar eieren.

a)

broet

b)

broed

c)

broedt

3.

Zodra ze de leeuwen in de gaten kregen, (vluchten) de antilopen.

a)

vluchte

b)

vluchtte

c)

vluchten

d)

vluchtten

4.

(antwoorden) alsjeblieft snel!

a)

Antwoort

b)

Antwoord

c)

Antwoordt

5.

Ik acht de kans klein dat die zaak (oplossen) zou worden.

a)

opgelost

b)

opgelosd

6.

Het elftal verloor vorige week, omdat het zijn verdediging (verwaarlozen).

a)

verwaarlooste

b)

verwaarloosde

c)

verwaarloosten

d)

verwaarloosden

7.

Wat wordt er tegenwoordig een hoop geld (verspillen).

a)

verspilt

b)

verspild

8.

Het lijkt net of je in een film (verzeilen) bent geraakt.

a)

verzeilt

b)

verzeild

c)

verzeildt

9.

Het is de bedoeling dat u zijn medewerking schriftelijk (bevestigen).

a)

bevestigt

b)

bevestigd

c)

bevestigdt

10.

Je hebt wel lef nodig als je op zo’n moment je inzet (verdriedubbelen).

a)

verdriedubbelt

b)

verdriedubbeld

c)

verdriedubbeldt

11.

Wij (denken) er vorige week niet aan hem uit te nodigen.

a)

dachten

b)

dachtten

12.

“Wij doen alles wat nodig is”, (antwoorden) de Franse president.

a)

antwoorde

b)

antwoordde

c)

antwoorden

d)

antwoordden

13.

“(Vinden) je het belangrijk gezond te leven?”

a)

Vint

b)

Vind

c)

Vindt

14.

Daarna werden alle (vergroten) problemen uitgebreid toegelicht door een journalist.

a)

vergrote

b)

vergrootte