wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Werkwoordspelling: tegenw dw, aanv.wijs, ww als zn

Total questions: 10

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

In welke zin staat een tegenwoordig deelwoord?

a)

Kijk goed en onthoud wat je ziet.

b)

Wij zijn druk doende met de voorbereiding van het schoolfeest.

c)

Lang leve de koning!

d)

Doe gewoon en gedraag je netjes.

2.

In welke zin is het werkwoord juist geschreven?

a)

Beantwoord mijn vraag eens.

b)

Beantwoordt mijn vraag eens.

3.

In welke zin is het werkwoord juist geschreven?

a)

Meld u dat maar bij de receptie.

b)

Meldt u dat maar bij de receptie.

4.

In welke zin is het werkwoord juist geschreven?

a)

Men nemen 100 gram boter.

b)

Men neme 100 gram boter.

c)

Men neeme 100 gram boter.

d)

Men neemen 100 gram boter.

5.

In welke zin staat een werkwoord als zelfstandig naamwoord?

a)

Mijn broers wielrennen altijd samen.

b)

Wielrennen jullie weleens of gaan jullie liever mountainbiken?

c)

Mijn hobby is wielrennen.

6.

Vul het tegenwoordig deelwoord in:


(a)   (Zuchten) vertelde Femke het hele verhaal.

7.

Vul het tegenwoordig deelwoord in:


Hij lachte (a)   (verontschuldigen).

8.

Vul de gebiedende wijs in:


(a)   (worden) nou toch eens wakker!

9.

Vul de aanvoegende wijs in:


Hij wil (a)   (kosten) wat het kost mee op vakantie.

10.

Vul de aanvoegende wijs in:


Voor meer informatie (a)   (wenden) men zich tot het hoofdkantoor.