wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Parate kennis Interne Communicatie

Total questions: 15

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Vraag 1: Een werknemer werkt al bijna 20 jaar trouw bij hetzelfde bedrijf. Als bedankje voor diens loyaliteit koop je als leidinggevende zomaar een bosje bloemen en taart. Onder welke functie van Interne Communicatie valt dit?

a)

Smeerfunctie?

b)

bindfunctie?

c)

interpretatiefunctie?

d)

Intrapretatiefunctie?

2.

Er zijn 5 doelen van Interne Communicatie. Welke van de hieronder genoemde doelen hoort daar NIET bij?

a)

Ervan weten

b)

begrip hebben

c)

communiceren

d)

ondersteunen

3.

Waar hoort “Communicatie gericht op mensen” bij?

a)

Actievisie

b)

interactievisie

c)

interpretatievisie

4.

Wat is zichtbaar bij de 'ijsberg' op organisatieniveau?

a)

Visie

b)

competenties

c)

identiteit

d)

kennis

5.

Welke 3 elementen staan in een organisatie centraal

a)

Mensen, doelstellingen en processen

b)

Strategie, processen en leiderschap

c)

Doelstellingen, mensen en middelen

d)

Middelen, mensen en processen

6.

Welke van onderstaande antwoorden is GEEN hoofdfunctie van Interne Communicatie zoals gedefinieerd door Koeleman?

a)

faciliteren van het werkproces

b)

Delen en vernieuwen van kennis

c)

Richten van de organisatie en versterken van de identificatie

d)

Optimaliseren van de organisatievisie

e)

het verbinden van de medewerkers

7.

Welke van onderstaande elementen staat niet centraal in een organisatie ?

a)

Mensen?

b)

Middelen?

c)

Processen?

d)

Doelen?

8.

Wat is geen definitie van interne communicatie?

a)

IC is een marketinginstrument dat langs formele en informele kanalen met daarop toegesneden middelen in een tweerichtingsverkeer communicatiedoelstellingen verwezenlijkt

b)

alle communicatie die wordt gebruikt binnen een organisatie. 

c)

Een proces van continue uitwisseling van boodschappen tussen personen die deel uitmaken van deelfde organisatie

d)

Het bewust delen van boodschappen en de ontvangst en interpretatie ervan in de context van een organisatie.

9.

Welke stelling klopt?

a)

Extern binnen is binnen rillen

b)

Extern beginnen is intern winnen

c)

Intern winnen is extern beginnen

d)

Extern winnen is intern beginnen

10.

Welke functie laat werknemers weten waar ze aan toe zijn?

a)

Bindfunctie

b)

Smeerfunctie

c)

procescommunicatie

d)

Interactievisie

11.

Noem 3 elementen op organisatieniveau die zich 'onder het oppervlak' bevinden (meerdere antwoorden aankruisen)

a)

vertrouwen of

wantrouwen

b)

Macht of onmacht

c)

vaardigheden

d)

bedrijfscultuur

12.

Noem 3 managementrollen

a)

uitbeelden

b)

toelichten

c)

initiëren

d)

voorleggen

13.

Noem 1 verschil tussen de actievisie & interactievisie

a)

De actievisie is gefundeerd op een positief mensbeeld

b)

De interactievisie kost minder tijd om medewerkers te betrekken bij te communiceren boodschappen.

c)

De meeste organisaties opereren op basis van de interactievisie

d)

De interactievisie is gericht op de dialoog tussen mensen

14.

Een werknemer binnen een organisatie heeft een loonsverhoging gehad, hierdoor is hij extra gemotiveerd om te werken. Op welke 'stroom' van de ijsberg heeft dit ongetwijfeld invloed?

a)

Individuele bovenstroom

b)

Individuele onderstroom

c)

organisatorische bovenstroom

d)

organisatorische onderstroom

15.

Wat is de procentuele verhouding tussen de zichtbare en onzichtbare organisatie?

a)

90% zichtbaar

10% onzichtbaar

b)

40% zichtbaar

60% onzichtbaar

c)

90% onzichtbaar

10% zichtbaar

d)

40% onzichtbaar

60% zichtbaar