wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Nando 2 - Kerstquiz (M0 - M4)

Total questions: 43

Worksheet time: 9mins

Name
Class
Date
1.

 (2)4=\left(-2\right)^4=  

a)

16

b)

-16

c)

8

d)

-8

2.

 (32)3 = \left(\frac{-3}{2}\right)^3\ =\   

a)

 278\frac{-27}{8}  

b)

 272\frac{-27}{2}  

c)

 64\frac{-6}{4}  

d)

 278\frac{27}{8}  

3.

 7x+1,4=4,97x+1,4=4,9  

           x=?



(a)  

4.

 2(x+5)=302\cdot\left(x+5\right)=30  
               x = ?

(a)  

5.

Geef het grootste priemgetal dat kleiner dan honderd is...

(a)  

6.

 sq(P)=...s_q\left(P\right)=...  

a)

V

b)

S

c)

P

d)

N

e)

R

7.

 sS(S)=...s_S\left(S\right)=...  

a)

V

b)

S

c)

P

d)

N

e)

R

8.

 r(R, 270°)(Q)=...r_{\left(R,\ -270°\right)}\left(Q\right)=...  

a)

V

b)

S

c)

P

d)

N

e)

U

9.

 tNS(R)=...t_{\overrightarrow{NS}}\left(R\right)=...  

a)

V

b)

S

c)

P

d)

N

e)

U

10.

Hoeveel symmetrieassen heeft een ruit?

(a)  

11.

Hoeveel symmetrievlakken heeft een kubus?

Je ziet reeds twee mogelijkheden.

(a)  

12.

 tQS(T)=...t_{\overrightarrow{QS}}\left(T\right)=...  

a)

V

b)

S

c)

P

d)

N

e)

U

13.

Elke driehoek heeft minstens één symmetrieas.

a)

Waar

b)

Niet waar

14.

Welke van deze speelkaarten zijn spiegelsymmetrisch om een as?

a)

I

b)

II

c)

III

d)

IV

15.

Welke van deze speelkaarten zijn spiegelsymmetrisch om een punt?

a)

I

b)

II

c)

III

d)

IV

16.

Bepaal de getalwaarde van ...

p2 + 2p  -p^2\ +\ 2p\ \  


voor p = 3

a)

-3

b)

3

c)

15

d)

-4

17.

Druk met een formule het aantal stippen uit in functie van het gegeven nummer eronder.

a)

y = 2x + 1

b)

y = 3x + 2

c)

y = 2x + 5

d)

y = 3x - 1

18.

Noteer de oppervlakte van bovenstaande figuur met een veelterm.

a)

15x + 10

b)

3x + 7

c)

15x + 2

d)

8x + 2

e)

25x

19.

Noteer de omtrek van bovenstaande figuur met een veelterm.

a)

15x + 10

b)

3x + 7

c)

15x + 2

d)

8x + 2

e)

6x + 14

20.

 (5x²7)  (3x² + 5x  7)=\left(5x²-7\right)\ -\ \left(3x²\ +\ 5x\ -\ 7\right)=  

a)

 2x²5x2x²-5x  

b)

 2x²+5x142x²+5x-14  

c)

 2x²5x142x²-5x-14  

d)

 3x³-3x³  

21.

Bepaal de graad in a.

 5a4+5a2105a^4+5a^2-10  


a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

22.

Herleid.

8x+6y3x+2y=8x+6y-3x+2y=  



Gebruik geen spaties!

(a)  

23.

Complementaire hoeken zijn twee hoeken ...

a)

waarvan de som 90° is.

b)

waarvan de som 180° is.

c)

die in elkaars verlengde liggen.

d)

die elkaar nooit zullen tegenkomen.

24.

Supplementaire hoeken zijn twee hoeken ...

a)

waarvan de som 90° is.

b)

waarvan de som 180° is.

c)

die in elkaars verlengde liggen.

d)

die elkaar nooit zullen tegenkomen.

25.

Hoeveel graden meet de hoek die supplementair is met een hoek van 25°?

(a)  

26.

Hoe groot is het supplement van het complement van een hoek van 75°?

a)

165°

b)

25°

c)

105°

d)

Dit is echt veel te moeilijk!

27.

 De hoeken A1 en A3 zijn ...De\ hoeken\ A_1\ en\ A_3\ zijn\ ...  



a)

overstaande hoeken

b)

nevenhoeken

c)

overeenkomstige hoeken

d)

verwisselende binnenhoeken

e)

verwisselende buitenhoeken

28.

 De hoeken A1 en A2 zijn ...De\ hoeken\ A_1\ en\ A_2\ zijn\ ...  



a)

overstaande hoeken

b)

nevenhoeken

c)

overeenkomstige hoeken

d)

verwisselende binnenhoeken

e)

verwisselende buitenhoeken

29.

 De hoeken A1 en B1 zijn ...De\ hoeken\ A_1\ en\ B_1\ zijn\ ...  



a)

overstaande hoeken

b)

nevenhoeken

c)

overeenkomstige hoeken

d)

verwisselende binnenhoeken

e)

verwisselende buitenhoeken

30.

De hoeken A2 en B4 zijn ...De\ hoeken\ A_2\ en\ B_4\ zijn\ ...  



a)

overstaande hoeken

b)

nevenhoeken

c)

overeenkomstige hoeken

d)

verwisselende binnenhoeken

e)

verwisselende buitenhoeken

31.

Hoe groot moet alfa zijn opdat a // b?




(a)  

32.

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

e)

E

33.

a)

A

b)

B

c)

C

d)

D

e)

E

34.

 (4a)2=\left(4a\right)^2=  

a)

 16a216a^2  

b)

 4a24a^2  

c)

 16a16a  

d)

 8a28a^2  

35.

 (efm)2=\left(ef^m\right)^2=  

a)

 e2f2me^2f^{2m}  

b)

 efm2ef^{m^2}  

c)

 e2fm2e^2f^{m^2}  

d)

 e2fm2e^{2fm^2}  

36.

 (a5)2=\left(a^5\right)^2=  

a)

 a10a^{10}  

b)

 a7a^7  

c)

 a25a^{25}  

d)

Heel veel keer a...

37.

 (6c7d)2=\left(\frac{-6c}{7d}\right)^{-2}=  

a)

 49d236c2\frac{49d^2}{36c^2}  

b)

 36c249d2\frac{36c^2}{49d^2}  

c)

 49d236c2\frac{-49d^2}{36c^2}  

d)

 14d212c2\frac{14d^2}{12c^2}  

38.

 Zet de wetenschappelijke notatie om naar de decimale notatie. Gebruik geen spaties!

 5,31045,3\cdot10^4 



(a)  

39.

 Zet de wetenschappelijke notatie om naar de decimale notatie. Gebruik geen spaties!

9,441039,44\cdot10^{-3}


(a)  

40.

Zet de decimale notatie om in een wetenschappelijke schrijfwijze:

52 000 00052\ 000\ 000

a)

5, 21065,\ 2\cdot10^6

b)

5, 21075,\ 2\cdot10^7

c)

5, 21065,\ 2\cdot10^{-6}

d)

5210652\cdot10^6

41.

Zet de decimale notatie om in een wetenschappelijke schrijfwijze:

0,000 70,000\ 7

a)

71057\cdot10^{-5}

b)

71037\cdot10^{-3}

c)

71047\cdot10^{-4}

d)

71047\cdot10^4

42.

(16)2=\left(\frac{1}{6}\right)^{-2}=

(a)  

43.

(15)3=\left(-\frac{1}{5}\right)^{-3}=

(a)