wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

H4-Elektriciteit

Total questions: 14

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Wat is de eenheid van capaciteit?

(a)  

2.

Wat betekent dit symbool?

a)

lampje

b)

led

c)

bel

d)

motor

3.

Wat is geen voorbeeld van een isolator?

a)

glas

b)

rubber

c)

koper

d)

plastic

4.

Wat is de netspanning in Nederland?

(a)  

5.

Wat betekent dit symbool?

a)

stopcontact

b)

batterij

c)

wisselspanning

d)

gelijkspanning

6.

De batterij heeft een spanning van 5 volt. de ampèremeter meet een stroomsterkte van 2 ampère. De voltmeter geeft aan dat er over lampje 2 een spanning van 3 volt staat. Wat is de spanning over lampje 3?

a)

3 V

b)

2 V

c)

5 V

d)

2,5 V

7.

Voor een parallelschakeling geldt: De spanning is ____________ en de stoomsterkte is _______________.

a)

gelijk en gelijk

b)

verdeeld en verdeeld

c)

gelijk en verdeeld

d)

verdeeld en gelijk

8.

Voor een serieschakeling geldt: De spanning is ___________ en de stroomsterkte is_________________.

a)

gelijk en gelijk

b)

verdeeld en verdeeld

c)

gelijk en verdeeld

d)

verdeeld en gelijk

9.

Wat is geen eenheid van vermogen?

a)

watt

b)

kilowatt

c)

joule/seconde

d)

kilowattuur

10.

Een wasmachine werkt op een spanning van 230 volt. De stoomsterkte door de wasmachine is 8 A. Wat is het vermogen van de wasmachine?

a)

920 W

b)

1840 W

c)

28,75 W

d)

0,035 W

11.

Hoeveel energie gebruikt een computer van 400 Watt als hij 3 kwartier aanstaat?

a)

1200 kWh

b)

0,3 kWh

c)

300 kWh

d)

1,2 kWh

12.

Bij welke schakeling branden de meeste lampjes wanneer beide schakelaars open staan.

a)

De linker schakeling

b)

De rechter schakeling

c)

Bij beide schakelingen branden even veel lampjes

13.

Het vermogen is de energie die een apparaat .........

a)

per seconde verbruikt

b)

nodig heeft

c)

per minuut verbruikt

d)

oplevert

14.

Een oplaadbare batterij heeft een capaciteit van 2100 mAh en levert een spanning van 1,5 V. Je gebruikt de batterij in een zaklamp. Door de zaklamp gaat een stroom van 0,1 A.

Bereken na hoeveel uur je de batterij moet opladen.

a)

21 uur

b)

2,1 uur

c)

21000 uur

d)

2100 uur