wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

COMMUNICATIE

Total questions: 20

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Wat is communicatie?

a)

een boodschap overbrengen, bewust of onbewust

b)

een verhaal lezen

c)

een ruis

d)

digitale middelen

2.

Feedback geven betekent dat ik

a)

geen antwoord geef op een vraag

b)

geen reactie geef via social media

c)

informatie terugkoppel

d)

iemand een advies geef

3.

Verbale communicatie is

a)

lichaamstaal

b)

iemand een hand geven

c)

praten

d)

woorden gebruiken

4.

Leerdoelen zijn belangrijk, want zo kan ik

a)

toewerken naar een doel

b)

reflecteren op wat ik heb gedaan

c)

een richting bepalen om naar toe te werken

d)

iemand anders helpen

5.

Een SMART leerdoel betekent o.a.:

a)

ergens uitleg over geven

b)

dat ik ergens naar toe werk

c)

een helder doel voor ogen hebben binnen een bepaalde periode

6.

SMART betekent:

a)

specifiek

meetbaar

anders

reeel

tijdgebonden

b)

speciaal

meetbaar

acceptabel

realistisch

tijdgebonden

c)

specifiek

meetbaar

acceptabel

realistisch

tijdgebonden

d)

specifiek

mogelijk

acceptabel

reeel

tijdelijk

7.

Leerdoelen helpen om

a)

een plan te maken voor mijn toekomst

b)

te kijken waar ik nu sta en wat ik nodig heb

c)

mij te motiveren om door te zetten

d)

geen van de antwoorden klopt

8.

Ik laat non-verbaal zien dat ik het leuk vind om jou te zien. Wat doe ik?

a)

ik lach vriendelijk

b)

ik zeg: wat fijn dat je er bent

c)

ik doe mijn duim omhoog

9.

Verbaal laat ik weten dat ik het niet fijn vind dat de prullenbak vol zit.

a)

ik kijk er naar met een vies gezicht

b)

ik zeg: wat zit die prullenbak vol!

c)

ik steek mijn tong uit naar de prullenbak

d)

ik ga de prullenbak leeg maken

10.

Waarom is feedback geven belangrijk?

a)

zo weet ik wat er goed gaat

b)

zo kan ik verbeteren wat er minder goed gaat

c)

zo kan ik gezellig met de ander praten

d)

dan weet ik wat de ander belangrijk vindt

11.

Reflecteren betekent dat ik

a)

kijk wat een ander doet

b)

kijk naar mijn eigen handelen

c)

nadenk over wat ik heb meegemaakt

d)

nadenk over morgen

12.

Wat wordt er bedoelt met Massacommunicatie?

a)

Dan praten er veel mensen door elkaar heen

b)

Dan wil iedereen wat zeggen

c)

Dan worden er grote groepen mensen bereikt

d)

Dan krijgt iedereen de kans om wat te zeggen

13.

Een voorbeeld van Massacommunicatie is:

(er zijn twee goede antwoorden)

a)

jouw telefoon

b)

een televisie station

c)

een brochure

d)

een schrift

14.

Interpreteren betekent:

a)

ik geef mijn eigen uitleg van wat ik waarneem

b)

ik weet wat de ander denkt

c)

ik weet precies wat er bedoelt wordt

d)

ik denk hetzelfde als de ander

15.

Visuele communicatie zijn bijvoorbeeld:

a)

plaatjes

b)

woorden

c)

picto's

d)

losse letters

16.

Coderen in communicatie betekent dat

a)

je gedachten en gevoelens in woorden of beelden omzet

b)

je door bepaalde codes iets duidelijk maakt

c)

je een geheimtaal spreekt

17.

Als je een boodschap decodeert dan

a)

ken je de codes die gebruikt worden

b)

vertaal je de boodschap van de zender om die te kunnen begrijpen

c)

weet je welke geheimtaal er gebruikt wordt

18.

Communicatie kan soms verstoord worden. Dit noem je

a)

Gruis

b)

Ruis

c)

Pluis

d)

Kruis

19.

Interne ruis betekent dat

a)

de zender en ontvanger elkaar niet goed begrijpen

b)

het buiten hard waait en je afleidt van het gesprek

20.

Externe ruis betekent

a)

dat ik niet begrijp wat de ander bedoelt

b)

dat je gestoord wordt door een grasmaaier tijdens een gesprek