NEW
Font size
S
M
L
XL
Worksheetsklas 4 §10.2 Nectar zwangerschap en bevalling
Total questions: 29
Worksheet time: 15mins
Name
Class
Date
1.
Hoe wordt het embryo de eerste weken van de zwangerschap gevoed?
a)
Via het baarmoederslijmvlies
b)
Via de placenta/moederkoek
2.
Waar worden afvalstoffen uit het bloed van het embryo afgegeven aan het bloed van de moeder?
a)
In de baarmoeder
b)
In de navelstreng
c)
In de placenta
3.
Wat is de juiste volgorde van de fasen van de bevalling?
a)
nageboorte, ontsluiting, uitdrijving
b)
ontsluiting, nageboorte, uitdrijving
c)
ontsluiting, uitdrijving, nageboorte
4.
In welke richting stromen de bloedvaten in de navelstreng?
a)
Alleen in de richting van het embryo
b)
Alleen in de richting van de moeder(koek)
c)
Zowel naar het embryo toe als naar de moeder(koek) toe
5.
Vinden er bij zwangere vrouw menstruaties plaats? En ovulaties?
a)
Er vinden zowel menstruaties als ovulaites plaats.
b)
Er vinden menstruaties plaats, maar geen ovulaties.
c)
Er vinden ovulaties plaats, maar geen menstruaties.
d)
Er vinden geen menstruaties en geen ovulaties plaats.
6.
Moeder en embryo hebben tijdens de zwangerschap bloed-bloed contact.
a)
Juist
b)
Onjuist
7.
De navelstreng bestaat helemaal uit weefsel van het embryo
a)
Juist
b)
Onjuist
8.
Na 12 weken noem je een embryo een foetus.
a)
Juist
b)
Onjuist
9.
Iedereen heeft een buiknavel.
a)
Juist
b)
Onjuist
10.
Het bloed dat door de navelstrengslagaders stroomt is afkomstig van de baby.
a)
Juist
b)
Onjuist
11.
In het vruchtwater leert een embryo zwemmen.
a)
Juist
b)
Onjuist
12.
Bij een dwarsligging is een keizersnede nodig.
a)
Onjuist
b)
Juist
13.
Een dwarsligging komt vaak voor
a)
Juist
b)
Onjuist
14.
Welke fase?
Leert zitten, lopen, blokjes oppakken en reageren op andere mensen.
Leert zitten, lopen, blokjes oppakken en reageren op andere mensen.
a)
Baby
b)
Peuter
c)
Kleuter
d)
Schoolkind
15.
Het vruchtwater biedt bescherming aan het ongeboren kind.
a)
Juist
b)
Onjuist
16.
Roken is minder erg dan drinken tijdens een zwangerschap.
a)
Onzin, beide zijn ontzettend schadelijk voor een ongeboren kind.
b)
Klopt.
17.
Nummer 1 wijst naar
a)
navelstreng
b)
placenta
c)
vruchtvliezen
d)
vruchtwater
18.
Nummer 3 wijst naar
a)
navelstreng
b)
placenta
c)
vruchtvliezen
d)
vruchtwater
19.
Nummer 4 wijst naar
a)
navelstreng
b)
placenta
c)
vruchtvliezen
d)
vruchtwater
20.
Deze fase van de bevalling heet
a)
indalen
b)
uitdrijving
c)
ontsluiting
d)
nageboorte
21.
Deze fase van de bevalling heet
a)
indalen
b)
uitdrijving
c)
ontsluiting
d)
nageboorte
22.
Deze fase van de bevalling heet
a)
indalen
b)
uitdrijving
c)
ontsluiting
d)
nageboorte
23.
Dit prenataal onderzoek heet
a)
echoscopie
b)
vlokkentest
c)
vruchtwaterpunctie
d)
geen van de drie
24.
Dit prenataal onderzoek heet
a)
echoscopie
b)
vlokkentest
c)
vruchtwaterpunctie
d)
geen van de drie
25.
Dit prenataal onderzoek heet
a)
echoscopie
b)
vlokkentest
c)
vruchtwaterpunctie
d)
geen van de drie
26.
De afbeelding hiernaast laat:
a)
Een eeneiige tweeling zien
b)
Een twee-eiige tweeling zien
27.
De afbeelding hiernaast laat:
a)
Een eeneiige tweeling zien
b)
Een twee-eiige tweeling zien
28.
De afbeelding laat:
a)
Een eeneiige tweeling zien
b)
Een twee-eiige tweeling zien
29.
De afbeelding laat:
a)
Een eeneiige tweeling zien
b)
Een twee-eiige tweeling zien
Reset
