Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

De verschillende diersoorten

Total questions: 15

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Huisdieren leven ...

a)

thuis

b)

huis

2.

Huisdieren leven in een ...

a)

huis.

b)

thuis.

3.

Wilde dieren leven in het ...

a)

wild.

b)

huis.

4.

Een paard en een varken leven op een

(a)  

5.

Een kever is een ...

(a)  

6.

Dis que ton animal préféré est le héron.

a)

Mijn lievelingsdier is de reiger.

b)

Mijn lievelingsdier is de ooievaar.

c)

Mijn lievelingsdier is de zwaan.

d)

Mijn lievelingsdier is de eend

7.

Dis que tu détestes les moustiques.

a)

Ik haat muggen.

b)

Ik houd niet van muggen.

c)

Ik heb niet graag muggen.

8.

Dis que tu n'aimes pas les oiseaux.

a)

Ik houd niet van vogels.

b)

Ik haat vogels.

c)

Ik heb niet graag vogels.

9.

Dis que tu aimes bien les phoques.

a)

Ik heb graag zeehonden.

b)

Ik houd van zeehonden.

c)

Ik vertroetel graag zeehonden.

10.

Dis que les araignées ne mangent pas de moustiques.

a)

Spinnen eten geen muggen.

b)

Spinnen eten niet graag muggen.

c)

Spinnen houden niet van muggen.

11.

Demande si les mouches volent ?

a)

Vliegen vliegen?

b)

Vliegt een vlieg?

c)

Vlieg vlieg?

12.

Demande où habitent les crevettes ?

a)

Waar wonen garnalen?

b)

Wonen garnalen?

c)

Waar wonen garnalenkroketten?

13.

Geef een synoniem voor voedsel?

(a)  

14.

Donne la traduction de 'jungle'.

(a)  

15.

Quelle est la différence entre 'habiter' et 'vivre'?

a)

wonen en leven

b)

leven en wonen