Font size
Worksheetswerkwoordelijk gezegde
Total questions: 15
Worksheet time: 10mins
Wat zit er altijd in het werkwoordelijk gezegde?
Persoonsvorm
Voltooid deelwoord
Infinitief
Alle vormen komen altijd voor
Wat is de persoonsvorm in de volgende zin?
Zij moest een heel stuk lopen om naar school te komen
moest
komen
moest te komen
moest komen
Wat is de persoonsvorm in de volgende zin?
Ze leest elke dag een paar bladzijdes in haar spannende boek.
(a)
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?
Ze wil elke avond graag even televisie kijken
wil
wil kijken
kijken
Waar of niet waar?
'Aan het' en 'te' kunnen bij het werkwoordelijk gezegde horen.
Waar
Niet waar
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?
De boer rijdt de tractor van het erf naar het weiland.
rijdt naar
rijdt van naar
rijdt
rijd
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?
Merel is haar horloge op school kwijtgeraakt
is
kwijtgeraakt
is kwijtgeraakt op
is kwijtgeraakt
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?
Haar vriendin heeft het rokje uit de winkel nooit mooi gevonden.
heeft
heeft gevonden
gevonden
heeft uitgevonden
Wat is de persoonsvorm in de volgende zin?
Waarom wil mijn broertje altijd voetballen op het veldje tegenover ons huis?
waarom
voetballen
wil
wil voetballen
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?
Zij wil nooit haar moeder helpen met de afwas
(a)
Wat is de persoonsvorm in de volgende zin?
Zij kan heel mooi tekenen.
kan
kan tekenen
tekenen
kan mooi tekenen
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?
Rijke mensen kunnen veel geld uitgeven.
rijke
kunnen
rijke kunnen uitgeven
kunnen uitgeven
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?
Zij heeft haar leugen gelukkig nooit geloofd.
(a)
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?
Zij moet leren om naar haar moeder te luisteren
(a)
Wat is het werkwoordelijk gezegde in de volgende zin?
Ze was naar haar moeder aan het luisteren.
(a)
