wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Klas 4 Nectar 10.4 bloemen en zaadverspreiding

Total questions: 23

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Waar bevindt de eicel zich in een plant?

a)

In stuifmeelkorrels.

b)

In de stempel

c)

In het vruchtbeginsel.

d)

In de helmknoppen.

2.

Door wat kunnen planten worden geholpen met voortplanting?

a)

Door insecten.

b)

Door de wind.

c)

Door de regen.

d)

Door dieren.

3.

Een stuifmeelkorrel is...

a)

Mannelijk

b)

Vrouwelijk

c)

Onzijdig

4.

Een zaadje ontstaat door...

a)

bevruchting van de eicel.

b)

groei van het vruchtbeginsel.

c)

Normale groei van de plant.

d)

Uitgroeiende stuifmeelkorrels.

5.

Voortplanting met behulp van bloemen is:

a)

Geslachtelijke voortplanting

b)

Ongeslachtelijke voortplanting

6.

Zaden kunnen worden verspreid door:

a)

regen

b)

dieren

c)

wind

d)

de plant zelf

7.

Wat is de functie van kroonbladeren?

a)

Insecten lokken.

b)

Aantrekkelijk zijn voor andere planten.

c)

Nectar maken.

d)

Meeldraden maken.

8.

De kelkbladeren hebben nummer

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

9.

De stamper heeft nummer

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

10.

Wat mist op dit plaatje?

a)

Een stamper

b)

Meeldraden

c)

Kroonbladeren

11.

Wat is waar, kijk even naar die mooie paarse bloembladeren...

a)

De kroonbladeren zijn om insecten te lokken, de kelkbladeren om de bloem te beschermen

b)

De kroonbladeren zijn om de bloem te beschermen, de kelkbladeren lokken insecten

c)

De kroonbladeren en de kelkbladeren lokken insekten

d)

De kelkbladeren en de kroonbladen zijn om de bloem te beschermen

12.

Bloemen gebruiken insecten voor bestuiving. Stuifmeel blijft aan een insect plakken en op een andere bloem komt het stuifmeel op de stamper. De eicellen in de stamper kunnen dan met het stuifmeel bevrucht worden. Wat is waar voor de bloem op het plaatje?

a)

De bloem maakt stuifmeel

b)

De bloem maakt geen stuifmeel

c)

Dat kan je aan dit plaatje niet zien

13.

Op dit plaatje

a)

Is er wel bestuiving maar nog geen bevruchting

b)

Is er wel bestuiving en ook bevruchting geweest

c)

Is er geen bestuiving maar wel bevruchting geweest

d)

Is er geen bestuiving en geen bevruchting geweest

14.

Op dit plaatje zie je

a)

bestuiving

b)

bevruchting

c)

bevlekking

15.

Dit is een voorbeeld van een ....

a)

Insectenbloem

b)

Windbloem

16.

Dit is een voorbeeld van een ...

a)

Insectenbloem

b)

Windbloem

17.

Je blaast een uitgebloeide paardenbloem leeg. Wat blaas je dan weg?

a)

de zaden

b)

het stuifmeel

c)

de kroonbladeren

d)

de kelkbladeren

18.

Hoe worden de zaden van deze plant verspreid?

a)

door dieren

b)

door de wind

c)

door de plant zelf

19.

Hoe worden de zaden van deze plant verspreid?

a)

door dieren

b)

door de wind

c)

door de plant zelf

20.

Hoe worden de zaden van deze plant verspreid? dieren

a)

door de wind

b)

door de plant zelf

c)

door dieren

21.

Hoe worden deze zaden verspreid?

a)

door dieren

b)

door de wind

c)

door de plant zelf

22.

Kijk naar de afbeelding. Eten we hiervan de vruchten of de zaden?

a)

de vruchten

b)

de zaden

c)

de vruchten en de zaden

23.

Kijk naar de afbeelding. Eten we hiervan de vruchten of de zaden?

a)

de vruchten

b)

de zaden

c)

de vruchten en de zaden