wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

pathologie periode 14 oncologie

Total questions: 29

Worksheet time: 7hrs 15mins

Name
Class
Date
1.

bij kanker spreken wij van ........ tumoren.

a)

benigne

b)

maligne

2.

tumoren die ontstaan uit dekweefsel eindigen op.... ?

a)

glioom

b)

carcinoom

c)

melanoom

d)

sarcoom

3.

tumoren die ontstaan uit bind- steunweefsel eindigen op .... ?

a)

sarcoom

b)

carcinoom

c)

myoom

d)

lipoom

4.

welke van de onderstaande zijn Aspecifieke symptomen bij kanker?

a)

zweren

b)

groter worden van moedervlekken

c)

vermagering

d)

koorts

e)

anemie

5.

wat is geen symptoom bij mogelijke borstkanker?

a)

deukje in de huid

b)

ingetrokken tepel

c)

overbeharing bij de tepel

d)

borst voelt warm aan en is rood

6.

wat is de benaming van het chirurgisch verwijderen van de borstklier en tepel?

a)

mastitis

b)

mastectomie

c)

metastasen

d)

Gynaecomastie

7.

een mammografie bij vrouwen onder de 30 jaar is minder goed betrouwbaar.

a)

juist

b)

onjuist

8.

wat is de sentinel node?

a)

bloedvat bij tumor

b)

schildwachterklier

c)

zenuwknoop

d)

ziekteverwekker

9.

wat is geen veel gezien alarmsymptoom bij kanker ?

a)

blijvende hoest

b)

gewichtsverlies zonder aandacht

c)

schilferend plekje op de huid

d)

tandvleespijn

10.

hoe heet deze aandoening?

a)

kikkervingers

b)

bolle vinger syndroom

c)

druppelvingers

d)

trommelstokvingers

11.

wat is geen laat zichtbaar symptoom bij longkanker?

a)

cyanose

b)

weezing

c)

chronische singultus

d)

heesheid

12.

welke van de onderstaande hoort bij acute lymfatische leukemie?

a)

rijpe B-cellen zijn verantwoordelijk voor de woekering

b)

Philadelphia chromosoom

c)

syndroom van Down

d)

wordt vaak gezien bij kinderen van 0 - 14 jaar

13.

welke van de onderstaande hoort bij acute myeloide leukemie?

a)

Philadelphia chromosoom

b)

wordt vaak gezien bij kinderen van 0 - 14 jaar

c)

Rijpe B-cellen zijn verantwoordelijk voor de woekering

d)

Woekering van voorloper cellen van erythrocyten, granulocyten, monocyten en trombocyten

14.

bij leukemie is één van de symptomen anemie. deze oorzaak ligt in het beenmerg.

wat betekent anemie?

a)

te laag aantal leukocyten

b)

te laag aantal erytrocyten

c)

te laag aantal trombocyten

d)

te laag aantal granulocyten

15.

Wat is metastaseren?

a)

verwijderen van de borstklier en tepel

b)

uitzaaien van kanker

c)

donker wordende moedervlekken

d)

het verharden van de huid bij huidkanker

16.

wat is oesofaguscarcinoom?

a)

keelkanker

b)

teelbalkanker

c)

maagkanker

d)

slokdarmkanker

17.

welke van de onderstaande zijn geen symptomen bij dikke darm kanker? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

loze aandrang

b)

zweten

c)

buikkrampen

d)

moeheid

e)

haaruitval

18.

welke van de onderstaande zijn factoren die de kans op dikke darm kanker verhogen? (meerdere antwoorden mogelijk)

a)

hoge leeftijd

b)

ongezonde leefstijl

c)

beoefenen topsport (diëten)

d)

<5 jaar ziekte van Crohn

e)

erfelijkheid

19.

wat is het nadeel bij gebruik van NSAID's bij maagkanker?

a)

deze kunnen maagklachten geven en de maag- darmwand beschadigen

b)

er moet meer geslikt worden i.v.m. een slechtere opname

c)

deze geven klachten van boeren en windjes laten

d)

deze werken helemaal niet omdat de maag- darmwand aangetast is

20.

wat is een adenocarcinoom?

a)

in de meeste gevallen een snel groeiende tumor

b)

oestrogeen heeft hier een versnellende groei invloed op

c)

de meest voorkomende prostaatkanker vorm

d)

deze ontstaat vanuit bindweefsel

21.

een lymfeklierbiopt is de definitieve diagnose methode bij (non)Hodgkin?

a)

juist

b)

onjuist

22.

wat betekent allogeen?

a)

van een ander

b)

vanuit jezelf

23.

welke van de onderstaande is geen risicofactor op maagkanker?

a)

door voedsel te koelen in de koelkast

b)

vitamine B12 tekort

c)

gedeeltelijke maagverwijdering bij een maagzweer

d)

ziekte van Crohn of colitis ulcerosa

24.

dikke darm kanker kent 5 stadia waarbij de laatste stadia de terminale fase is.

a)

juist

b)

onjuist

25.

dikke darmkanker komt meer voor in de endeldarm (70%).

a)

juist

b)

onjuist

26.

een rectaal toucher wordt alleen diagnostisch uitgevoerd bij verdenking van prostaatkanker.

a)

juist

b)

onjuist

27.

lymfocyten worden onderverdeeld in....? (meerdere antwoorden mogelijk).

a)

B- cellen

b)

A- cellen

c)

NK cellen

d)

T- cellen

28.

wat wordt bedoeld met benigne prostaathyperplasie (BPH)?

a)

tumor in de urethra

b)

kwaadaardige tumor in de prostaat

c)

vergroting van de prostaat

d)

goedaardige uitzaaiing naar de blaas

29.

welk bloedonderzoek wordt gevraagd bij verdenking prostaatkanker?

a)

PSA

b)

Hb

c)

BPH

d)

BSE