wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Thema Opstand: Ontstaan Nederlanden / Zelfbeschikkingsrecht

Total questions: 15

Worksheet time: 7mins

Name
Class
Date
1.

De familie Habsburg kreeg de macht in vele Europese regio's door slim te trouwen. Hoe noemen we die strategie?

a)

Centralisering

b)

Regentisme

c)

Huwelijkspolitiek

d)

Netwerken

2.

Het proces waarbij de centrale overheid (de koning) zijn gebied op eenzelfde manier bestuurt vanuit één punt, noemt men...

a)

Centralisering

b)

Monarchie

c)

Socialisme

d)

Predestinatie

3.

Wat was géén Collaterale Raad?

a)

Raad van Financiën

b)

Geheime Raad

c)

Raad van State

d)

Raad der Gemeenten

4.

De Bourgondiërs begonnen met het vormen van eenheidsrijk, waar ook delen van de Nederlanden bij hoorden. Hoe deden de Bourgondische vorsten dit?

a)

Geweld (oorlogsvoering)

b)

Erfenis

c)

Huwelijkspolitiek

d)

Kopen van grond

5.

Wat is particularisme?

a)

De gewesten hebben allemaal een eigen bestuur met privileges

b)

De gewesten hebben allemaal hetzelfde bestuur

c)

Het land wordt bestuurd vanuit een hoofdstad

d)

Het vervolgen en veroordelen van ketters

6.

De Hertog van Bourgondië was bijna net zo machtig als de Franse koning Karel VII

a)

Juist

b)

Onjuist

7.

Welke omschrijving past het beste bij het begrip de Gewestelijke Staten?

a)

Bestuursorgaan dat verantwoordelijk is voor de beleidsuitvoering

b)

Vergadering van de gezamenlijke Gewestelijke Staten.

c)

Centrale bestuursraden, ingesteld door Karel V ter bevordering van de centralisatie van de Nederlanden.

d)

Bestuur van een gewest, gevormd door vertegenwoordigers van de drie standen: geestelijkheid, adel en burgerij.

8.

Met de komst van wie begint de Bourgondisch-Habsburgse dynastie voor de Nederlanden?

a)

Maximiliaan van Habsburg

b)

Maria van Bourgondië

c)

Karel de Vijfde

d)

Filips II

9.

Wat doet de Raad van State?

a)

Geeft advies op het gebied van bestuur en oorlogvoering

b)

Beleidsuitvoering ten aanzien van rechtspraak en wetgeving

c)

Regelt geldzaken zoals eenheid van belastingheffing

10.

Uit hoeveel gewesten bestonden de Nederlanden aan het begin van de 16e eeuw?

a)

3

b)

12

c)

17

d)

28

11.

Wat betekent humanisme?

a)

Dat je een mens bent

b)

Dat je met respect elkaar behandelt, rekening houden met elkaar en met de natuur en de dieren

c)

Dat je lijdt aan de ziekte "humanisme"

d)

Ik weet het niet

12.

Wat hoort niet bij de stroming van het humanisme?

a)

geleerden

b)

studie van klassieke teksten

c)

alles klakkeloos aannemen

d)

mens belangrijk

e)

Erasmus

13.

Geef het begrip bij de volgende omschrijving

Het recht om zelf verantwoorde keuzes te maken

(a)  

14.

Past deze opvatting bij een humanist?

De mens heeft maar een beperkt verstand. Daarom is het goed te doen wat belangrijke politieke en geestelijke leiders ons voorhouden.

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

Welke betekenis past niet goed bij de mens als redelijk wezen?

a)

De mens heeft zijn verstand en behoort dat dan ook te gebruiken.

b)

De mens moer zich verzetten tegen iedere vorm van onredelijkheid

c)

Een brede vorming is van belang

d)

De mens moet een ander vrij laten