Font size
WorksheetsTaal actief thema 1 groep 6
Total questions: 56
Worksheet time: 42mins
welk woord past bij de zin?
Ik trek me er niet van aan.
allesbehalve
opvoeden
ergens geen boodschap aan hebben
welk woord past bij de zin?
Dit woord betekent helemaal niet.
de maatregel
allesbehalve
de invloed
welk woord past bij de zin?
Door jou verandert iets of iemand.
de invloed
allesbehalve
de maatregel
welk woord past bij de zin?
Je leert iemand hoe het hoort.
bezaaid met
opvoeden
de invloed
welk woord past bij de zin?
Iets waardoor het in orde komt.
ergens geen boodschap aan hebben
de maatregel
allesbehalve
welk woord past bij de zin?
Er liggen overal dingen.
bezaaid met
de invloed
opvoeden
Benoem de gekleurde woordsoorten in de zin.
kies uit: ww (werkwoord), lw (lidwoord), bn (bijvoeglijk naamwoord) of zn (zelfstandig naamwoord).
De buurman rijdt in een nieuwe auto.
zn
lw
bn
ww
Benoem de gekleurde woordsoorten in de zin.
kies uit: ww (werkwoord), lw (lidwoord), bn (bijvoeglijk naamwoord) of zn (zelfstandig naamwoord).
De buurman rijdt in een nieuwe auto.
ww
lw
bn
zn
Benoem de gekleurde woordsoorten in de zin.
kies uit: ww (werkwoord), lw (lidwoord), bn (bijvoeglijk naamwoord) of zn (zelfstandig naamwoord).
De buurvrouw fietst op een oude fiets.
ww
lw
bn
zn
Benoem de gekleurde woordsoorten in de zin.
kies uit: ww (werkwoord), lw (lidwoord), bn (bijvoeglijk naamwoord) of zn (zelfstandig naamwoord).
De buurvrouw fietst op een oude fiets.
ww
lw
bn
zn
Benoem de gekleurde woordsoorten in de zin.
kies uit: ww (werkwoord), lw (lidwoord), bn (bijvoeglijk naamwoord) of zn (zelfstandig naamwoord).
De buurjongen heeft een tweedehands scooter.
ww
bn
zn
lw
Benoem de gekleurde woordsoorten in de zin.
kies uit: ww (werkwoord), lw (lidwoord), bn (bijvoeglijk naamwoord) of zn (zelfstandig naamwoord).
De buurjongen heeft een tweedehands scooter.
ww
lw
bn
zn
Benoem de gekleurde woordsoorten in de zin.
kies uit: ww (werkwoord), lw (lidwoord), bn (bijvoeglijk naamwoord) of zn (zelfstandig naamwoord).
Het meisje gaat op roze skeelers voorbij.
ww
bn
zn
lw
Benoem de gekleurde woordsoorten in de zin.
kies uit: ww (werkwoord), lw (lidwoord), bn (bijvoeglijk naamwoord) of zn (zelfstandig naamwoord).
Het meisje gaat op roze skeelers voorbij.
bn
zn
lw
ww
Benoem de gekleurde woordsoorten in de zin.
kies uit: ww (werkwoord), lw (lidwoord), bn (bijvoeglijk naamwoord) of zn (zelfstandig naamwoord).
Op de stoep stoeien de spelende katten van de buren.
bn
zn
lw
ww
Benoem de gekleurde woordsoorten in de zin.
kies uit: ww (werkwoord), lw (lidwoord), bn (bijvoeglijk naamwoord) of zn (zelfstandig naamwoord).
Op de stoep stoeien de spelende katten van de buren.
ww
zn
bn
lw
Benoem de gekleurde woordsoorten in de zin.
kies uit: ww (werkwoord), lw (lidwoord), bn (bijvoeglijk naamwoord) of zn (zelfstandig naamwoord).
De buren zijn bezige mensen.
lw
zn
bn
ww
Benoem de gekleurde woordsoorten in de zin.
kies uit: ww (werkwoord), lw (lidwoord), bn (bijvoeglijk naamwoord) of zn (zelfstandig naamwoord).
De buren zijn bezige mensen.
lw
zn
ww
bn
Schrijf van het gekleurde woord het hele werkwoord en de stam op.
Typ het op deze manier (voorbeeld): lopen-loop.
Mijn zus en ik helpen mijn ouders in huis.
(a)
Schrijf van het gekleurde woord het hele werkwoord en de stam op.
Typ het op deze manier (voorbeeld): lopen-loop.
Elke week krijg ik nieuwe taken.
(a)
Schrijf van het gekleurde woord het hele werkwoord en de stam op.
Typ het op deze manier (voorbeeld): lopen-loop.
Mijn zus ligt vaak een beetje dwars.
(a)
Schrijf van het gekleurde woord het hele werkwoord en de stam op.
Typ het op deze manier (voorbeeld): lopen-loop.
Dan ruilen we de ene taak tegen de andere.
(a)
Schrijf van het gekleurde woord het hele werkwoord en de stam op.
Typ het op deze manier (voorbeeld): lopen-loop.
Mijn moeder zegt daar niets over.
(a)
Schrijf van het gekleurde woord het hele werkwoord en de stam op.
Typ het op deze manier (voorbeeld): lopen-loop.
Als we maar zorgen dat alle taken worden gedaan.
(a)
Welk woord past op de lege plek?
Meriam woont in Nederland, maar is geboren in Suriname. Ze is dus een ...
allochtoon
autochtoon
religie
Welk woord past op de lege plek?
Ze ... als je grapjes maakt over haar geloof.
is er niet van gediend
accepteren
achtergrond
Welk woord past op de lege plek?
In Suriname is het christendom de meest voorkomende..
allochtoon
religie
achtergrond
Welk woord past op de lege plek?
Meriam zegt:'Ik kom uit Suriname dus ik heb een andere ...
achtergrond
religie
manieren
Doe de vraagproef. Wat is de persoonsvorm in de zin?
Mijn vriend heet Pieter.
(a)
Doe de vraagproef. Wat is de persoonsvorm in de zin?
Hij woont hier al heel zijn leven.
(a)
Doe de vraagproef. Wat is de persoonsvorm in de zin?
Zijn opa en oma komen uit Marokko.
(a)
Doe de vraagproef. Wat is de persoonsvorm in de zin?
Zij verhuisden veertig jaar geleden naar Nederland.
(a)
Doe de vraagproef. Wat is de persoonsvorm in de zin?
Daarom noemen de mensen hem een allochtoon.
(a)
Doe de vraagproef. Wat is de persoonsvorm in de zin?
Voor mij is Pieter gewoon Pieter.
(a)
Doe de vraagproef. Wat is de persoonsvorm in de zin?
Op school zit ik naar Sandra.
(a)
Doe de vraagproef. Wat is de persoonsvorm in de zin?
Ze doet veel net als andere kinderen.
(a)
Doe de vraagproef. Wat is de persoonsvorm in de zin?
Er bestaan wel veel verschillen.
(a)
Doe de vraagproef. Wat is de persoonsvorm in de zin?
Bij haar thuis vieren ze geen Sinterklaas of Kerstmis.
(a)
Doe de vraagproef. Wat is de persoonsvorm in de zin?
En zij mag van haar geloof geen varkensvlees eten.
(a)
Doe de vraagproef. Wat is de persoonsvorm in de zin?
Toch is ze mijn beste vriendin.
(a)
Kees is niet gediend van hanenkammen.
Wat betekent ergens niet van gediend zijn?
Dat je er geen invloed op hebt.
Dat je er niets van moet hebben.
Dat je het nog nooit hebt gezien.
Voordat Kees begon met praten, moest hij de keel schrapen.
Wat betekent de keel schrapen?
een beetje hoesten
een beetje oefenen
een beetje nadenken
Later zei Kees nog: 'Deze mensen moeten zich aanpassen.'
Hoe kun je deze zin anders zeggen?
Deze mensen moeten doen waar ze zelf zin in hebben.
Deze mensen moeten geaccepteerd worden.
Deze mensen moeten onze manieren overnemen.
Kies het goede antwoord.
Na de knutselles lag de hele klas bezaaid met papiertjes.
aan de ene kant
hier en daar
nergens
overal
Kies het goede antwoord.
De jus was uiteraard niet bij met de papiertjes op de grond.
Wat is een ander woord voor uiteraard?
gewoonlijk
misschien
natuurlijk
tijdelijk
Kies het goede antwoord.
De juf zei: ' Iedereen moet helpen opruimen, ongeacht wie het heeft gedaan.'
Wat betekent ongeacht?
onder andere
vooral degene
zonder te letten op
Kies het goede antwoord.
Sandra wilde niet opruimen, ze begon te stampvoeten.
Wat betekent stampvoeten?
met de voeten hard op de grond stampen
met de voeten iets opzij schuiven
met de voeten op iets gaan staan
met de voeten tegen iets aantrappen
Benoem de onderstreepte woordsoorten in de zin.
Schrijf de afkorting van de woordsoort dat gekleurd is op:
zelfstandig naamwoord (zn), bijvoeglijk naamwoord (bn), werkwoord (ww) of voorzetsel (vz).
Een witte bloem valt naast de zangeres.
(a)
Benoem de onderstreepte woordsoorten in de zin.
Schrijf de afkorting van de woordsoort dat gekleurd is op:
zelfstandig naamwoord (zn), bijvoeglijk naamwoord (bn), werkwoord (ww) of voorzetsel (vz).
Een witte bloem valt naast de zangeres.
(a)
Benoem de onderstreepte woordsoorten in de zin.
Schrijf de afkorting van de woordsoort dat gekleurd is op:
zelfstandig naamwoord (zn), bijvoeglijk naamwoord (bn), werkwoord (ww) of voorzetsel (vz).
Haar aanbidden staat tussen het jonge publiek.
(a)
Benoem de onderstreepte woordsoorten in de zin.
Schrijf de afkorting van de woordsoort dat gekleurd is op:
zelfstandig naamwoord (zn), bijvoeglijk naamwoord (bn), werkwoord (ww) of voorzetsel (vz).
Haar aanbidder staat tussen het jonge publiek.
(a)
Benoem de onderstreepte woordsoorten in de zin.
Schrijf de afkorting van de woordsoort dat gekleurd is op:
zelfstandig naamwoord (zn), bijvoeglijk naamwoord (bn), werkwoord (ww) of voorzetsel (vz).
Bij de artiesteningang wachten meer fans.
(a)
Benoem de onderstreepte woordsoorten in de zin.
Schrijf de afkorting van de woordsoort dat gekleurd is op:
zelfstandig naamwoord (zn), bijvoeglijk naamwoord (bn), werkwoord (ww) of voorzetsel (vz).
Bij de artiesteningang wachten meer fans.
(a)
Wat is de persoonsvorm in deze zin?
De wielrenners staan op hun pedalen.
(a)
Wat is de persoonsvorm in deze zin?
Op de berg waait een gure wind.
(a)
Wat is de persoonsvorm in deze zin?
Vandaag heeft Bjarne zijn dag niet.
(a)
