wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Herhaling PP, deel 2

Total questions: 20

Worksheet time: 35mins

Name
Class
Date
1.

Na spinale anesthesie moet de patiënt goed plat liggen om geen PDPH te krijgen

a)

Correct

b)

Fout

2.

Bij een sterke anafylactische reactie is het mogelijk dat intubatie postoperatief terug nodig is. Dit komt door zwelling t.h.v. keel, mond, ogen.

Geef de medische term voor dit verschijnsel.

4 lines
3.

Geef 3 oorzaken van een postoperatief dorstgevoel

4 lines
4.

Welk van de volgende begrippen heeft GEEN verband met paralytisch ileus?

a)

hypovolemische shock

b)

leukocytose

c)

opioïden

d)

stress respons

e)

algemene anesthesie

5.

Geef 2 oorzaken van postoperatieve tachycardie

4 lines
6.

Stelling:

Bij cardiogene shock moet je de patiënt zo snel mogelijk een Trendelenburg-houding geven.

Klopt dit of niet?

Leg uit waarom wel/niet?

4 lines
7.

Opiaten en atropine kunnen de blaastonus verminderen en sfincterspasme veroorzaken.

a)

Correct

b)

Fout

8.

Bij een compartimentsyndroom kan je eventueel pallor als symptoom observeren. Hoe onstaat dit symptoom?

4 lines
9.

Welk symptoom of symptomen kan/kunnen GEEN correlatie (verband) hebben met een sterke, acute bloeding?

a)

angor

b)

paresthesieën

c)

agitatie

d)

nausea

e)

bradycardie

10.

Wat is de term voor 'postoperatief rillen t.g.v anesthetica'?

4 lines
11.

Welke begrippen hebben GEEN correlatie (verband) met septische shock?

a)

gemarbreerde huid

b)

perifere vasoconstrictie

c)

gedaald hartminuutvolume

d)

tachypnoe

e)

micro-embolen in vingers en tenen

12.

Je observeert postoperatief een grauwe huidskleur.

Wat zijn 2 potentiële oorzaken?

4 lines
13.

Binnen hoeveel seconden moet een normale capillaire refill tot stand komen?

a)

1 sec

b)

2 sec

c)

3 sec

d)

4 sec

14.

Anafylactische shock ontstaat door het vrijkomen van een bepaalde stof die vasodilatatie uitlokt.

Welke stof?

4 lines
15.

Welk van de volgende begrippen hebben GEEN verband met peritonitis?

a)

Douglasholte

b)

plankharde buik

c)

melena

d)

leukocytose

e)

Trendelenburg-positie

16.

Welke VK acties ga je eerst ondernemen als een patiënt oligurie en/of anurie heeft?

4 lines
17.

Je observeert gestuwde halsvenen bij een patiënt die in shock gaat.

Welke type shock vermoed je?

a)

hypovolemische

b)

cardiogene

c)

anafylactische

d)

septische

18.

Een myocardinfarct kan niet het gevolg zijn van een ernstige bloeding t.h.v. een abdominaal operatiegebied..

a)

Correct

b)

Fout

19.

Wat dient men toe aan een patiënt met een ernstige anafylactische reactie?

1 of meer antwoorden zijn mogelijk

a)

veel vocht

b)

medicatie zoals adrenaline en hydrocortison

c)

medicatie zoals een antihistaminicum

d)

geen van allen

20.

Hypovolemische shock kan PONV veroorzaken.

Dit komt door...

(> 1 antwoord kan correct zijn)

a)

verhoogde vaatweerstand in gastro-intestinaal gebied

b)

pijn

c)

druk op diafragma

d)

vasoconstrictie in gastro-intestinaal gebied

e)

vocht dat uit de bloedbaan wordt getrokken naar de maag