Font size
Worksheets3H hoofdstuk 1 - krachten
Total questions: 15
Worksheet time: 16mins
Welke eenheid wordt er gebruikt voor de grootheid ‘kracht’?
kg
cm
N
Nm
Hoe heet de aantrekkingskracht van de aarde?
veerkracht
zwaartekracht
spankracht
normaalkracht
Hoe noem je de kracht die in een touw of kabel werkt?
veerkracht
spierkracht
normaalkracht
spankracht
Hoe noem je de kracht die de ondergrond omhoog levert?
veerkracht
zwaartekracht
normaalkracht
spankracht
Wat is een vector?
dit is een ander woord voor kracht
dit is de eenheid van de grootheid kracht
dit is een grootheid met een grootte en een richting
dit is een grootheid met alleen een grootte
Wat is de juiste definitie van de grootheid ‘arm’?
afstand tussen het draaipunt en de kracht
kleinste afstand tussen het draaipunt en de werklijn van de kracht
grootste afstand tussen het draaipunt en de werklijn van de kracht
afstand tussen het draaipunt en het moment
Een vector bestaat altijd uit 3 onderdelen, welke zijn dat?
kracht, snelheid en versnelling
aangrijpingspunt, richting en massa
richting, massa en grootte
grootte, aangrijpingspunt en richting
Welke plek is bij de zwaartekracht altijd het aangrijpingspunt voor het tekenen van de vector?
de ondergrond
de valversnelling
het zwaartepunt
het draaipunt
Veer A heeft een veerconstante van 30 N/m, veer B heeft een veerconstante van 30 N/cm. Welke veer is het stugst?
veer A
veer B
Twee honden, Rakker en Bo, worden uitgelaten door Jim. Bo trekt met een kracht van 78 N naar rechts, Rakker trekt met een kracht van 25 N naar links. Hoe groot is de resulterende kracht op Jim, en welke kant werkt hij op?
53 N, naar rechts
53 N, naar links
103 N, naar rechts
103 N, naar links
Op een andere planeet heeft een massa van 900 gram een zwaartekracht van 35 N. Bereken de valversnelling op deze planeet. Rond je antwoord af op 1 decimaal. schrijf de eenheid als m/s2.
(a)
Een kracht van 530 N bevindt zich op een afstand van 20 cm links van het draaipunt, rechts van het draaipunt werkt een kracht van 460 N. Op welke afstand, rechts van het draaipunt, moet deze kracht zich bevinden om de hefboom in evenwicht te houden? Rond af op een geheel getal.
(a)
Een veer heeft een veerconstante van 15 N/m, er wordt met een kracht van 0,5 N aan getrokken. De beginlengte van de veer was 10 cm. Bereken hoelang de veer wordt, rond je antwoord af op 1 decimaal.
(a)
Aan een veer wordt een gewichtje gehangen van 50 gram, de veer rekt daardoor 4 cm uit. Bereken de veerconstante in N/cm, rond je antwoord af op 2 decimalen.
(a)
Een voorwerp heeft een massa van 23 kg. Bereken de zwaartekracht. Rond af op een geheel getal.
(a)
