wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Geld & rondkomen

Total questions: 19

Worksheet time: 11mins

Name
Class
Date
1.

Ilayda heeft op haar spaarrekening €300 en in haar spaarpot €150. Ilayda heeft €300 euro aan

a)

chartaal geld

b)

giraal geld

2.

Jasper heeft €40,- giraal geld en €80,- chartaal geld. Bereken uit hoeveel procent van al zijn geld giraal is. Rond af op hele getallen.

(a)  

3.

welke functies heeft geld

a)

ruilmiddel

b)

rekenmiddel

c)

koopmiddel

d)

spaarmiddel

4.

Isa vergelijkt de prijzen van de schoenen van JD sports met Footlocker. Geld wordt gebruikt als...

a)

ruilmiddel

b)

rekenmiddel

c)

spaarmiddel

5.

David koopt bij de Lidl een zak chips. Geld wordt gebruikt als...

a)

ruilmiddel

b)

betaalmiddel

c)

rekenmiddel

d)

spaarmiddel

6.

als je geld ..... kun je nu minder geld uitgeven

a)

spaart

b)

leent

7.

als je geld ..... kun je later meer geld uitgeven

a)

spaart

b)

leent

8.

Arda zet elke maand €150 aan de kant om later zijn rijlessen te kunnen betalen.

a)

sparen voor rente

b)

sparen voor een doel

c)

sparen uit voorzorg

9.

geef een voorbeeld van inkomen uit bezit

a)

verhuren van je huis

b)

uitkering krijgen

10.

voorbeeld van inkomen uit overdracht is dat je loon krijgt omdat je hebt gewerkt

a)

juist

b)

onjuist

11.

als je een bijbaantje hebt en je krijgt er geld voor is dat

a)

inkomen uit bezit

b)

inkomen uit arbeid

c)

inkomen uit overdracht

12.

je betaalt rente als je geld

a)

leent

b)

spaart

13.

je krijgt rente als je geld

a)

leent

b)

spaart

14.

telefoon abonnement hoort als uitgave bij

a)

vaste lasten

b)

incidentele lasten

c)

dagelijkse uitgaven

15.

boodschappen hoort bij

a)

vaste lasten

b)

dagelijkse uitgaven

c)

incidentele uitgaven

16.

nieuwe wasmachine hoort bij

a)

vaste lasten

b)

dagelijkse uitgaven

c)

incidentele uitgaven

17.

als je een huis huurt ben jij verantwoordelijk voor de onderhoudskosten

a)

waar

b)

niet waar

18.

als je een huis koopt heb je recht op huurbescherming

a)

waar

b)

niet waar

19.

als je een huis huurt ben je niet de eigenaar

a)

waar

b)

niet waar