wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

paragraaf 5.1 Koude Oorlog

Total questions: 44

Worksheet time: 22mins

Name
Class
Date
1.

In welk jaar begint de Tweede Wereldoorlog?

(a)  

2.

Wie is de leider van Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog?

(a)  

3.

Wie is de baas van de Sovjet Unie?

(a)  

4.

Wat spreken Stalin en Hitler af?

a)

Ze spreken af hoe ze Europa verdelen na de oorlog

b)

Ze maken afspraken om Frankrijk aan te vallen

c)

Ze spreken af dat ze elkaar niet aanvallen

d)

Ze spreken af dat ze de de verovering van Europa, Amerika aan gaan vallen

5.

In welk jaar gaan zowel de VS als de Sovjet Unie zich met de Tweede Wereldoorlog bemoeien?

(a)  

6.

Waarom gaat Stalin in 1941 samenwerken met de VS en Groot Brittannië

a)

Daar kan hij geld mee verdienen

b)

Hitler valt tegen de afspraak in de Sovjet Unie aan

c)

Dat was zo afgesproken bij de Conferentie van Jalta

7.

Welke gebeurtenis zorgt ervoor dat de Amerikanen samen willen gaan werken met de Sovjet Unie?

(a)  

8.

Kapitalistisch of communistisch?

Groot Brittannië

a)

Kapitalistisch

b)

Communistisch

9.

Kapitalistisch of communistisch?

De Verenigde Staten

a)

Kapitalistisch

b)

Communistisch

10.

Kapitalistisch of communistisch?

De Sovjet Unie

a)

Kapitalistisch

b)

Communistisch

11.

Vanaf welk jaar lukt het de Sovjet Unie om de Duitsers steeds verder terug te dringen?

(a)  

12.

Als je als land bevrijd werd door de Sovjet Unie dan:

a)

Werd het land communistisch. Of het wilde of niet

b)

Werd het land kapitalistisch. Of het wilde of niet

c)

Moest het land soldaten leveren om mee te vechten tegen de Duitsers

13.

Waar is deze foto gemaakt?

(a)  

14.

Wie is de man die links zit?

a)

Stalin

(Sovjet Unie)

b)

Roosevelt

(de VS)

c)

Churchill

(Groot Brittannië)

15.

Wie is de man die rechts zit?

a)

Stalin

(Sovjet Unie)

b)

Roosevelt

(de VS)

c)

Churchill

(Groot Brittannië)

16.

Wie is de man die in het midden zit?

a)

Stalin

(Sovjet Unie)

b)

Roosevelt

(de VS)

c)

Churchill

(Groot Brittannië)

17.

Hoe noem je de landen die samen tegen Hitler vechten?

(a)  

18.

Welke afspraken worden gemaakt op de Conferentie van Jalta

a)

Grote delen van Oost Europa komen onder bestuur van de Sovjet Unie

b)

West Europa wordt verdeeld onder de geallieerden.

c)

Duitsland en Berlijn worden bezet door de geallieerden

d)

Er komt een nieuwe volkerenorgaisatie: De Verenigde Naties

19.

Politieke stroming die gelooft dat armoede opgelost kan worden door privé bezit af te schaffen.

a)

Kapitalisme

b)

Communisme

c)

Vrijemarkt economie

d)

Planeconomie

20.

Economisch systeem waarin ondernemers zoveel mogelijk winst proberen te maken.

a)

Communisme

b)

Kapitalsme

c)

Vrije markt economie

d)

Plan economie

21.

Economie waarin vraag en aanbod bepalen wat er wordt geproduceerd.

a)

Communisme

b)

Kapitalsme

c)

Vrije markt economie

d)

Plan economie

22.

Stalin vertrouwde de Westerse landen niet omdat Groot-Brittannie en Frankrijk, zes jaar lang niets tegen Hitler/Duitsland deden.

a)

waar

b)

niet-waar

23.

Bij welke gebeurtenis past deze afbeelding?

a)

Russische revolutie

b)

conferentie van Jalta

c)

Einde Tweede Wereldoorlog

d)

Begin Tweede Wereldoorlog

24.

waarover werd vooral gepraat door de mannen op deze foto?

a)

wat er moest gebeuren met Hitler

b)

Wat er met Duitsland en Europa moest gebeuren na de oorlog.

c)

Of de oorlog aan Japan verklaard moest worden.

d)

Of er oorlog met Rusland gevoerd moest worden.

25.

wat past het beste bij communisme?

a)

vrijheid

b)

gelijkheid

c)

economische veranderingen

d)

oorlog tegen Duitsland

26.

wat past het beste bij kapitalisme?

a)

gelijkheid

b)

vrijheid

c)

oorlog tegen Duitsland

d)

fabrieken zijn van de staat

27.

De grens door Europa verdeelde niet alleen Europa, door welk land liep deze grens (dat dus ook in tweeën werd verdeeld?

a)

Frankrijk

b)

Rusland

c)

Duitsland

d)

Polen

28.

Past onderstaande zin bij communisme of bij kapitalisme?

De overheid controleert de economie (geleide planeconomie). Alle bedrijven zijn eigendom van de staat. De staat bepaalt hoeveel er geproduceerd wordt, en voor welke prijs spullen verkocht worden.



(a)  

29.

Past onderstaande zin bij communisme of bij kapitalisme?

Het individu is niet belangrijk; je bent in dienst van de maatschappij.



(a)  

30.

Past onderstaande zin bij communisme of bij kapitalisme?

Vrijheid van de economie. Mensen mogen bedrijven beginnen, en onbeperkt winst maken en geld verdienen



(a)  

31.

Past onderstaande zin bij communisme of bij kapitalisme?

In de samenleving is iedereen gelijk.



(a)  

32.

Past onderstaande zin bij communisme of bij kapitalisme?

Het individu en persoonlijke ontwikkeling zijn belangrijk



(a)  

33.

vul het juiste jaartal in:

Oprichting van de NAVO

(a)  

34.

vul het juiste jaartal in:

Oprichting van de Duitse Democratische Republiek

(a)  

35.

vul het juiste jaartal in:

Oprichting van het Warschaupact

(a)  

36.

vul het juiste jaartal in:

Oprichting van de Bondsrepubliek Duitsland

(a)  

37.

De Democratische Republiek Duitland was:

a)

democratisch

b)

communistisch

c)

Kapitalistisch

38.

De Bondsrepubliek Duitland was:

a)

democratisch

b)

communistisch

c)

Kapitalistisch

39.

Zo heet de grens tussen het Oost- en het Westblok

(a)  

40.

Klik zinnen die waar zijn aan

a)

De grens tussen Oost en West lag dwars door Duitsland

b)

Berlijn werd communistisch

c)

Berlijn werd kapitalistisch

d)

Niet alleen Duitsland, maar ook Berlijn werd verdeeld

41.

Wie is dit?

a)

Churchill

b)

Stalin

c)

Truman

42.

Wat is de Truman-doctrine?

a)

Het verspreiden van het communisme

b)

Het verspreiden van het kapitalisme

c)

Het voorkomen van verdere verspreiding van het communisme

43.

Wat zette de Amerikanen vanaf 1947 in om verdere verspreiding van het communisme te voorkomen?

(a)  

44.

Wat hoort er niet bij?

a)

Oprichting DDR

b)

Oprichting Warschaupact

c)

Oprichting NAVO

d)

Oprichting BRD