wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Landschappen in Afrika bk1 - de geo

Total questions: 12

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Welk landschap herken je hier?

a)

Tropische zone

b)

Savanne

c)

Het tropisch regenwoud

d)

Evenaar

2.

Welke uitspraak over de steppe en savanne klopt?

a)

Op de savanne groeien geen bomen, op de steppe wel.

b)

Op de savanne groeien wel bomen, op de steppe niet.

c)

In de savanne regent het minder dan op de steppe.

d)

Op de savanne kunnen mensen leven, op de steppe niet.

3.

In welke volgorde kom je de natuurlandschappen tegen als je van de evenaar naar het noorden of zuiden reist?

a)

Woestijn - savanne - steppe - tropisch regenwoud

b)

Woestijn - steppe - savanne - tropisch regenwoud

c)

Tropisch regenwoud - steppe - savanne - woestijn

d)

Tropisch regenwoud- savanne - steppe -woestijn

4.

Waar leven deze nomaden?

a)

Woestijn

b)

Savanne

c)

Steppe

d)

Oase

5.

Dit is een voorbeeld van akkerbouw, niet van een plantage.

a)

waar

b)

Niet waar

6.

Hoe noem je een door mensen gemaakte watergeul om je akkers water te geven?

(a)  

7.

Mensen hulp bieden door ze les te geven over bijvoorbeeld goede landbouw is een voorbeeld van ontwikkelingssamenwerking.

a)

waar

b)

niet waar

8.

Welke luchtstreek ligt er tussen de 23 1/2 en 66 1/2 N.B. en Z.B.

a)

Tropen

b)

Poolstreken

c)

Gematigde zone

9.

Hierdoor ontstaat regen:

1. warme lucht stijgt op.

2. boven koelt de lucht af.

3. water verdampt.

4. wolken ontstaan.

5. het regent.

a)

Waar

b)

Niet waar, stap 1 en 2 moeten omwisselen.

c)

Niet waar, stap 3 en 4 moeten omwisselen

d)

Niet waar, verdampt moet veranderen in condenseert

10.

Bomen die meer dan 60 meter hoog kunnen worden noemen we woudreuzen.

a)

waar

b)

niet waar

11.

Een bundel zonnestralen verwarmt op de evenaar een groter stuk dan op de polen, daarom is het daar warmer.

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

Op de savanne leven de nomaden in dorpen, in de steppe reizen ze van oase naar oase en in de woestijn trekken ze rond.

a)

waar

b)

niet waar