Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Weer en Klimaat

Total questions: 31

Worksheet time: 16mins

Name
Class
Date
1.

Weer of Klimaat?

Morgen wordt het 18 °C. 

a)

Weer

b)

Klimaat

2.

Weer of Klimaat?

Januari is in Nederland de koudste maand van het jaar. 

a)

Weer

b)

Klimaat

3.

Weer of Klimaat?

Volgens veel wetenschappers wordt het warmer op de aarde. 

a)

Weer

b)

Klimaat

4.

Weer of Klimaat?

Lieke zegt dat het op zijn verjaardag bijna altijd regent. 

a)

Weer

b)

Klimaat

5.

Weer of Klimaat?

In de zomervakantie gaat Paul altijd naar Spanje, want daar regent het in de zomer bijna nooit. 

a)

Weer

b)

Klimaat

6.

Bekijk de afbeelding. Op welke dag is het gemiddeld warmer?

a)

17 januari

b)

18 januari

7.

Bekijk de afbeelding. In welk deel van Nederland is het op 18 januari de meeste bewolking?

a)

Westelijk deel

b)

Oostelijke deel

8.

Wat zou er met het klimaat van de Aarde gebeuren als de aarde op de plek van Venus had gestaan?

a)

Dan zou het veel warmer zijn geweest

b)

Dan zou het veel kouder zijn geweest

9.

Wat zou er met het klimaat van de aarde gebeuren als de Aarde op de plek van Jupiter had gestaan?

a)

Dan zou het veel warmer zijn geweest

b)

Dan zou het veel kouder zijn geweest

10.

Het is winter (21 december) in Nederland. De zon schijnt loodrecht op...

a)

De Kreeftskeerkring (noordelijk halfrond)

b)

de evenaar

c)

De Steenbokskeerkring (zuidelijk halfrond)

11.

Het is lente (21 maart) in Nederland. De zon schijnt loodrecht op...

a)

De Kreeftskeerkring (noordelijk halfrond)

b)

de evenaar

c)

De Steenbokskeerkring (zuidelijk halfrond)

12.

Het is zomer (21 juni) in Nederland. De zon schijnt loodrecht op...

a)

De Kreeftskeerkring (noordelijk halfrond)

b)

de evenaar

c)

De Steenbokskeerkring (zuidelijk halfrond)

13.

Het is herfst (21 september) in Nederland. De zon schijnt loodrecht op...

a)

De Kreeftskeerkring (noordelijk halfrond)

b)

de evenaar

c)

De Steenbokskeerkring (zuidelijk halfrond)

14.

Welke temperatuurfactor hoort bij deze omschrijving:

hoe verder van de evenaar, hoe kouder

a)

breedteligging

b)

hoogteligging

c)

ligging ten opzichte van de zee

d)

ligging van gebergten

15.

Welke temperatuurfactor hoort bij deze omschrijving:

hoe hoger, hoe kouder

a)

breedteligging

b)

hoogteligging

c)

ligging ten opzichte van de zee

d)

ligging van gebergten

16.

Welke temperatuurfactor hoort bij deze omschrijving:

de afstand bepaalt hoe warmer in de zomer en hoe kouder in de winter

a)

breedteligging

b)

hoogteligging

c)

ligging ten opzichte van de zee

d)

ligging van gebergten

17.

Welke temperatuurfactor hoort bij deze omschrijving:

wel of geen beschutte ligging

a)

breedteligging

b)

hoogteligging

c)

ligging ten opzichte van de zee

d)

ligging van gebergten

18.

Waar is het warmer in de winter met een aanlandige wind?

a)

Berlijn

b)

Amsterdam

19.

Waar is het warmer in de zomer met een aanlandige wind?

a)

Berlijn

b)

Amsterdam

20.

Waar is het warmer in de winter met een aflandige wind?

a)

Berlijn

b)

Amsterdam

21.

Waar is het warmer in de zomer met een aflandige wind?

a)

Berlijn

b)

Amsterdam

22.

Welke vorm van neerslag wordt hier omschreven:

De wind duwt vochtige lucht tegen een gebergte omhoog

a)

stuwingsregen

b)

stijgingsregen

c)

frontale regen

23.

Welke vorm van neerslag wordt hier omschreven:

Lucht wordt opgewarmd bij de evenaar

a)

stuwingsregen

b)

stijgingsregen

c)

frontale regen

24.

Welke vorm van neerslag wordt hier omschreven:

Warme en koude lucht botsen

a)

stuwingsregen

b)

stijgingsregen

c)

frontale regen

25.

Op welke breedtegraaf zijn voornamelijk droge gebieden te vinden?

a)

rond 40º N.B. en Z.B.

b)

rond 60º N.B. en Z.B.

c)

rond de evenaar

d)

rond 20º N.B. en Z.B.

26.

Hoe kan je in een klimaatdiagram de temperatuur aflezen.

a)

Door naar de blauwe staafjes te kijken en de temperatuur aan de linkerkant van de grafiek af te lezen.

b)

Door naar de blauwe staafjes te kijken en de temperatuur aan de rechterkant van de grafiek af te lezen.

c)

Door naar de rode lijn te kijken en de temperatuur aan de rechterkant van de grafiek af te lezen.

d)

Door naar de rode lijn te kijken en de temperatuur aan de linkerkant van de grafiek af te lezen.

27.

Hoe kan je in een klimaatdiagram de neerslag aflezen?

a)

Door naar de blauwe staafjes te kijken en de temperatuur aan de linkerkant van de grafiek af te lezen.

b)

Door naar de blauwe staafjes te kijken en de temperatuur aan de rechterkant van de grafiek af te lezen.

c)

Door naar de rode lijn te kijken en de temperatuur aan de rechterkant van de grafiek af te lezen.

d)

Door naar de rode lijn te kijken en de temperatuur aan de linkerkant van de grafiek af te lezen.

28.

Bekijk de klimaatdiagram. In welke maand valt de meeste neerslag

a)

januari

b)

februari

c)

maart

d)

april

e)

mei

29.

Bekijk de klimaatdiagram. Welk klimaat verwacht je bij deze klimaatdiagram?

a)

droog klimaat

b)

pool klimaat

c)

gematigd klimaat

d)

tropisch klimaat

30.

Bekijk de klimaatdiagram. In welke maand valt de meeste neerslag

a)

juni

b)

februari

c)

juli

d)

april

e)

november

31.

Bekijk de klimaatdiagram. Welk klimaat verwacht je bij deze klimaatdiagram?

a)

droog klimaat

b)

pool klimaat

c)

gematigd klimaat

d)

tropisch klimaat