wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

voorzetsels, voornaamwoorden en voegwoorden

Total questions: 12

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Zoek het voorzetsel/de voorzetsels in de onderstaande zin.

Hij speelde de eerste wedstrijd in aanwezigheid van zijn hele familie.

a)

eerste, in, van

b)

eerste, hele

c)

in, van

d)

eerste, in, van, hele

2.

Zoek het voorzetsel/de voorzetsels in de onderstaande zin.

Ik ga met de trein naar mijn werk.

a)

met, naar

b)

naar

c)

met, naar, mijn

d)

met, mijn

3.

Zoek het voorzetsel/de voorzetsels in de onderstaande zin.

De inbreker stond achter de deur.

a)

achter

b)

deze zin bevat geen voorzetsel

c)

de, de

d)

stond

4.

Zoek het voorzetsel/de voorzetsels in de onderstaande zin.

De meisjes kijken elkaar aan.

a)

de

b)

elkaar

c)

aan

d)

deze zin bevat geen voorzetsel

5.

Zoek het voornaamwoord/de voornaamwoorden in de onderstaande zin.

Ik heb je gemist.

a)

ik

b)

je

c)

ik, je

d)

ik, heb, je

6.

Zoek het voornaamwoord/de voornaamwoorden in de onderstaande zin.

Jenna vlecht Demi haar haar in.

a)

haar, haar

b)

haar

c)

haar, haar, in

d)

haar, in

7.

Zoek het voornaamwoord/de voornaamwoorden in de onderstaande zin.

Heb je je schoolspullen in je tas gestopt?

a)

je, je

b)

je

c)

je, je, je

d)

je, in

8.

Zoek het voornaamwoord/de voornaamwoorden in de onderstaande zin.

Wij hebben ons goed voorbereid op de toets.

a)

wij

b)

wij, de

c)

op, de

d)

wij, ons

9.

Zoek het voegwoord/de voegwoorden in de onderstaande zin.

We doen deze les, omdat je er wat van leert.

(a)  

10.

Zoek het voegwoord/de voegwoorden in de onderstaande zin.

Zodra het startschot klinkt, starten de schaatsers.

(a)  

11.

Zoek het voegwoord/de voegwoorden in de onderstaande zin.

Mike voelt zich niet lekker en blijft liever thuis.

(a)  

12.

Zoek het voegwoord/de voegwoorden in de onderstaande zin.

Doordat de computer stuk was, is ons werkstuk niet af.

(a)