wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

1C - stadsgeografie

Total questions: 20

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Hoe wordt het verschijnsel genoemd als een stad vastgroeit aan plaatsen in de buurt?

(a)  

2.

Hoe wordt het oranje omcirkelde gebied genoemd?

a)

Agglomeratie

b)

Stadsgewest

c)

Megalopolis

d)

Stedelijk gebied

3.

Celicia verhuist van de centrale stad naar een voorstad.

Mark zegt dat Celicia urbaniseert.

Giovanni zegt dat Celicia suburbaniseert.

Wie heeft gelijk?

a)

Mark

b)

Giovanni

c)

Mark en Giovanni hebben beiden gelijk.

d)

Mark en Giovanni hebben beiden ongelijk.

4.

Met welk cijfer wordt de historische binnenstad aangegeven?

a)

1

b)

2

c)

3

d)

4

e)

5

5.

Welk begrip wordt hier genoemd?

"verdringing van woonfunctie door kantoren en winkels".

(a)  

6.

Wanneer praat je over een stedelijk gebied?

a)

Als er agglomeraties aan elkaar groeien.

b)

Als er stadsgewesten aan elkaar groeien.

c)

Als er megalopolissen aan elkaar groeien.

d)

Als er dorpen aan elkaar groeien.

7.

het CBD ligt in een stad...

a)

aan de rand van de stad

b)

rondom het stadscentrum

c)

in het centrum van de stad

d)

Dat ligt aan de stad/ dat verschilt

8.

Is de volgende stelling juist of onjuist?

‘De nieuwste woonwijken van een stad vind je vaak aan de rand van een stad.’

a)

Juist

b)

Onjuist

9.

Vroeger had een stadscentrum een andere functie ten opzichte van het heden.

Wat was vroeger de functie van een stadscentrum?

(a)  

10.

Waarom gingen bedrijven vanaf 1960 suburbaniseren?

(a)  

11.

De prijs van grond per m3 ligt in het centrum hoog. Dit betekent dat veel mensen in een centrum van de stad willen wonen.

-> Waarom willen mensen zo graag in het centrum van de stad wonen?

(a)  

12.

Welk begrip past het beste bij de afbeelding?

a)

Vertical farm

b)

Suburbaniseren

c)

Cityvorming

d)

Central Business District (CBD)

13.

Wat is een ander woord (synoniem) voor 'centrale zakenwijk'?

a)

Historische binnenstad

b)

Oude woonwijken

c)

Cityvorming

d)

Central Business District

14.

Juist of onjuist: een duurzame stad zal vooral energie halen uit grijze energie als aardolie en aardgas.

a)

Juist

b)

Onjuist

15.

Welke begrip past bij de volgende omschrijving?

'een gebouw waarin meerdere bedrijven gevestigd zijn'

a)

Bedrijfverzamelgebouw

b)

CBD

c)

Sciencepark

d)

Creatieve stad

16.

Wat voor type voorziening zie je in de afbeelding?

a)

Gespecialiseerde voorziening

b)

Dagelijkse voorziening

17.

Waar in Nederland zijn de meeste verzorgingscentra te vinden?

a)

Noorden

b)

Westen

c)

Oosten

d)

Zuiden

18.

Welk begrip wordt hier omschreven?

'de maximale afstand die iemand wil afleggen voor een

voorziening.'

a)

Reikwijdte

b)

Draagvlak

c)

Drempelwaarde

19.

Welk begrip wordt hier omschreven?

'Het aantal mogelijke klanten wat binnen de reikwijdte van een voorziening ligt.'

a)

Reikwijdte

b)

Draagvlak

c)

Drempelwaarde

20.

Welk begrip wordt hier omschreven?

'Het minimum aantal klanten dat een voorziening nodig heeft.'

a)

Draagvlak

b)

Drempelwaarde

c)

Reikwijdte