wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Mundo mens en natuur | blok 1 en 2

Total questions: 19

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.

Wat is een natuurlijke reden van overstromingen in Nederland?

a)

Onregelmatige afvoer van water in de rivier

b)

Vulkaanuitbarsting

c)

Aardbeving

d)

Bosbranden

2.

Juist of onjuist? Door klimaatverandering is er in Nederland meer wateroverlast. Dit komt omdat er zwaardere stormen en regenbuien zijn.

a)

Juist

b)

Onjuist

3.

Ontbossing zorgt vooral in Bangladesh of Nederland voor meer overstromingen?

a)

Nederland

b)

Bangladesh

4.

Welk begrip? Klei, slib, zand en grind heten samen...

(a)  

5.

Welke zijn juist? In delta's wonen veel mensen, dat komt doordat...

a)

het gebied onder de zeespiegel ligt

b)

Er veel veen lige

c)

de delta vruchtbaar is

d)

het gebied goed bereikbaar is met schepen

6.

De mens neemt steeds meer maatregelen om natuurrampen te voorkomen. Hierdoor...

a)

wordt het steeds veiliger voor de mens

b)

wordt er steeds meer ontbost

c)

overstromen meer gebieden

d)

moeten er veel mensen verhuizen

7.

Er zijn drie soorten gevaren van wateroverlast voor Nederland zoals langere periode van regen en zwaardere regenbuien. Welke mist nog?

a)

Een tsunami

b)

De zeespiegelstijging

c)

Een nieuwe Ijstijd

d)

Bosbranden

8.

Waar in Nederland vind je heuvels die door landijs zijn ontstaan?

a)

In het noorden van Nederland

b)

In Limburg

c)

In het midden van Nederland

d)

Aan de oostgrens van Nederland

9.

Welk begrip hoort bij het plaatje?

(a)  

10.

Welke grondsoort hoort bij het plaatje?

a)

Klei

b)

Zand

c)

Veen

11.

Waar bestaat veen uit?

a)

Dode plantenresten

b)

Uit klei en zand

c)

Uit poep van koeien

12.

Welk begrip hoort bij het plaatje?

a)

Dijk

b)

Berg

c)

Terp

d)

Grafheuvel

13.

Maak de zin af. Vroeger woonden mensen in Nederland op kunstmatige heuvels omdat...

a)

er overstromingen waren en geen weersvoorspellingen

b)

er overstromingen waren en nog geen stuwwallen

c)

er overstromingen waren en nog geen dijken

d)

er overstromingen waren en geen waterschappen

14.

Welk begrip hoort bij A?

a)

Molen

b)

Ringdijk

c)

Ringvaart

d)

Droogmakerij

15.

Welk begrip hoort bij B?

a)

Molen

b)

Ringdijk

c)

Ringvaart

d)

Droogmakerij

16.

Welk begrip hoort bij C?

a)

Molen

b)

Ringdijk

c)

Ringvaart

d)

Droogmakerij

17.

Welk begrip hoort bij D?

a)

Molen

b)

Ringdijk

c)

Ringvaart

d)

Droogmakerij

18.

Molens werden gebruikt om het land droog te houden. Wat kwam daarvoor in de plaats?

a)

Stoommachine

b)

Gemaal

c)

Accu

19.

Uit welk gebergte neemt de Rijn veel sediment zoals zand en klei mee?

a)

Atlasgebergte

b)

Tatragebergte

c)

Pyreneeën

d)

Alpen