wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Handboektoets HS1 Middeleeuwse Geschiedenis

Total questions: 10

Worksheet time: 20mins

Name
Class
Date
1.

Keizer Diocletianus trad aan als Keizer van het Romeinse Rijk na een lange periode van zowel interne als externe conflicten. Om orde weer te herstellen in het Rijk voerde de keizer een aantal hervormingen in. Voor welke hervormingen is hij NIET verantwoordelijk

a)

Uitbreiding van het leger en een nieuwe legerindeling van limitanei (grenslegers) en comitatenses (veldlegers).

b)

Invoering van de Tetrarchie: Een systeem waarin 2 augusti (opperkeizers) en hun 2 caesares (onderkeizers/opvolgers) over het rijk heersten.

c)

Het illegaal maken om christenen te vervolgen voor hun geloofsovertuigingen.

d)

De samenvoeging van de iugatio (grondbelasting) en de captatio (hoofdbelasting) tot 1 grote belasting, de iugatio-captatio.

2.

Verschillende groepen, waaronder de Sueven, Franken, Saksen en Ostrogoten, trokken gedurende de migratieperiode het Romeinse Rijk binnen. In welk gebied stichtten de Vandalen hun laatste koninkrijk

a)

Hispania

b)

Africa

c)

Britannia

d)

Italia

3.

Kies welke stelling klopt:

Stelling 1: Overal waar de barbaarse groepen zich vestigde in het oude Romeinse Rijk waren zij de minderheid. Zij maakten gewoonlijk maar 15-25% van de gehele bevolking uit.

Stelling 2: Hoewel de barbaarse groepen onder verzamelnamen bekend staan, zoals de Germaanse Visigoten en Franken, waren deze volkeren multi-etnische groepen van gemixt Germaanse, Keltische en soms Iraanse afkomst.

a)

Stelling 1 klopt, stelling 2 niet.

b)

Stelling 1 klopt niet, stelling 2 wel.

c)

Zowel stelling 1 als 2 kloppen.

d)

Zowel stelling 1 als 2 kloppen NIET.

4.

Hoe wordt de val van het Romeinse Rijk in het Westen beschreven? als:

a)

De ineenstorting van het Romeinse openbare bestuur met als twee belangrijkst pilaren het leger en het belastingstelsel.

b)

De ineenstorting van het Romeinse Rijk als cultureel centrum waarbij alle gebruiken en rituele verloren gingen.

c)

De ineenstorting en achteruitgang van de democratie in zowel het Westen als het Oosten.

d)

De ineenstorting van een militaire grootmacht.

5.

Vanaf de 2e eeuw n.Chr. ervaarde het Romeinse Rijk een aantal problemen, waaronder economisch. Deze problemen zouden gedurende het bestaan van het rijk nog altijd regelmatig terugkomen. Welke van deze maatregelen werden door de Romeinen in de 5e eeuw genomen om deze problemen tegen te gaan.

a)

Het vrijlaten van slaven om in de legioenen te vechten.

b)

Door belasting uitsluitend met munten te accepteren, om de legers te blijven betalen.

c)

Het invoeren van beroepsdwang op bepaalde beroepen.

d)

Het verminderen van het totaal aantal actieve soldaten.

6.

In de jaren 60 van de 6e eeuw vielen de Langobarden Italië binnen en stichtten al snel hun eigen vorstendommen op het schiereiland. Vanuit stedelijke centra werden gebieden door hertogen bestuurd in naam van de koning. Hoe heetten de functionarissen van de Langobardische hertogen die hen ondersteunde in deze taak?

a)

Variae en Suebi

b)

Tacitus en Tacitas

c)

Foederati en langis

d)

gastaldi en sculdais

7.

Keizer Justinianus, een ambitieuze man van nederige afkomst, streef naar een renovatio imperii, het herstel en de vernieuwing van het keizerrijk. Op korte termijn boekten de Romeinen vele winsten en leek de goede kant op te gaan. Waarom werd de poging van Justitianus om de verloren gebieden te heroveren echter op lange termijn als mislukt beschouwd?

a)

Omdat de veroveringen van oud Romeins gebied was zeer belastend op de economie.

b)

Omdat de gewonnen gebieden in Afrika snel weer werden ingenomen door de Arabieren, in Italië de gebieden door de Langobarden en in Spanje door de Visigoten.

c)

Omdat de zonen kort na de dood van Justinianus het oneens waren over de keizerlijke opvolging en het rijk onder elkaar verdeelden.

d)

Gedurende Justianianus' keizerschap verkreeg de generaal Belisarius ongekende invloed in het rijk, en zou na de dood van Justinianus zijn eigen gebied gaan heersen. Hierdoor verloor het Rijk belangrijke gebieden in Noord-Afrika

8.

Door de voortdurende dreiging van de Arabieren in het vroege Byzantijnse Rijk werden er nieuwe elite-eenheden gevormd, ofwel de tagmata. Deze tagmata’s hadden nauw en persoonlijk contact met de keizer. Hierdoor vormde zich er wel een nieuw probleem. Wat was dit probleem en hoe werd het opgelost?

a)

De Tagmata's waren elite-eenheden wiens vaardigheden erg kostbaar waren voor de Keizer gedurende oorlogen. Deze diensten waren echter erg prijzig en belastend op de keizerlijke schatkisten. Om deze eenheden te betalen besloten de keizers de belasting te verhogen.

b)

Doordat de bevolkingsomvang over het algemeen daalde, daalde ook het aantal mogelijke troepen in de tagmata's . Om troepen te blijven leveren aan deze eenheden, rekruteerden de keizers ook troepen uit de Scandinavische landen.

c)

Doordat voornamelijk de commandanten van tagmata's zo nauw verbonden waren met de keizer, gingen zij feitelijk bepalen wie er keizer zou worden. Dit werd dus een vorm van vriendjespolitiek. Om dit op te lossen werd er een keurkorps gevormd, de keizerlijke lijfwacht.

d)

Hoewel de tagmata eenheden begonnen als elitetroepen in het Byzantijnse leger, werd de rekrutering steeds meer gedaan door middel van coöptatie binnen de hoge adel. De kwaliteit van troepen daalde enorm. Als oplossing werd er uitsluiten gerekruteerd uit de lagere adel, wiens invloed op het rekruteringsproces altijd minder was.

9.

Wat is onjuist over het Byzantijnse Rijk rond de 10de eeuw:

a)

Het had een overwegend Slavische bevolking

b)

De grote veroveringen in de 10de eeuw waren mede te danken aan het sluiten van bondgenootschappen.

c)

De hernieuwde Byzantijnse expansie is gepaard gegaan met een versterking van het leger

d)

In de hele tiende eeuw regeerden in principe maar twee keizers

10.

Van wanneer tot wanneer loopt de Middeleeuwse geschiedenis volgens de Duitse historicus Christophorus Cellarius?

a)

Tussen het vertrek van Keizer Constantijn naar Constantinopel en de inname van de stad door de Turken

b)

Tussen het optreden van de Profeet Mohammed en de ontdekking van Amerika door Columbus

c)

Tussen het afzetten van de laatste Romeinse keizer in het Westen en de geboorte van Karel V te Gent

d)

Tussen de bekering van koning Clovis tot de katholieke kerk en de opkomst van Luther.