wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Halverwege toets Crimi

Total questions: 11

Worksheet time: 12mins

Name
Class
Date
1.

Welke kleur is dit?

a)

Blauwig

b)

Oranje

c)

Groenig

d)

Paars

2.

Met welke methode kan je de omvang van 'ontucht met misbruik van gezag' het beste meten?

a)

Zelfrapportage data

b)

Geregistreerde criminaliteit

c)

Dader enquêtes

d)

Slachtoffer enquêtes

3.

Welke stroming heeft de aanname dat de mens een rationeel wezen is en een weloverwogen keuze maakt voor crimineel gedrag?

a)

Italiaanse School

b)

Franse School

c)

Klassieke School

d)

Chicago School

4.

Volgens de Chicago School in de criminologie zijn 3 meetbare factoren in een wijk de gezamenlijke oorzaak van veelvuldig crimineel gedrag. Welke drie elementen zijn dit?

a)

Veel mensen van dezelfde niet-Nederlandse etniciteit bij elkaar, veel huurwoningen en slechte sociale controle op straat.

b)

Etnische heterogeniteit, armoede en culturele transmissie.

c)

Etnische homogeniteit, culturele transmissie en maatschappelijke onbalans.

d)

Een grote verscheidenheid in etniciteiten, veel armoede en veel verhuizingen.

5.

Felson bespreekt misvattingen over misdaad. Welke fallacy wordt hier beschreven:

Veel mensen zien serieuze daders als geheel anders dan 'normale mensen'. Dit klopt niet.
Hele gewone mensen kunnen de gewoonlijke delicten plegen. Je hoeft niet slecht te zijn, om slecht te doen.
Ook mensen zoals jij en ik.

a)

Dramatic fallacy

b)

Not-me fallacy

c)

Innocent youth fallacy

d)

Agenda fallacy

6.

Teken de age-crime-curve

7.

Volgens de Strain to anomie theorie van Merton ontstaat er structurele criminaliteit als er…

a)

…via innovatie meer geld te verdienen is dan door het nemen van een kantoorbaantje.

b)

…zo veel nadruk ligt op het behalen van de culturele doelen, dat het niet meer uitmaakt via welke middelen je die doelen bereikt.

c)

…door een overvloed aan strain een geheel ritualistische maatschappij ontstaat.

d)

…in een samenleving te veel geprivilegieerde mensen zijn die niet beseffen dat ze de onderklasse uitbuiten.

8.

Welke theorie geeft de meest volledige verklaring voor de onderstaande casus:

De Oude Buitenweg in Frisserdam is al jaren een problematische straat. De straat verbindt een armer deel van de stad met het centrum. In de straat zelf zitten veel winkels en horeca-gelegenheden. Het is een gemengde straat, waar voor verschillende etnische groepen, leeftijden en portemonnees wat te vinden is. Er zijn een aantal luxe en hippe cafés, maar ook goedkope snackbars. Er zijn prijzige en gespecialiseerde kledingwinkels te vinden, maar ook coffeeshops. Het is een straat die overdag en ’s avonds druk is, hoewel het publiek ’s avonds vooral op zichzelf gefocust is. De oudere straat kent ook veel steegjes en inhammetjes waar weinig zicht op is.

Op de straat zijn verschillende vormen van overlast en criminaliteit: verkeersoverlast, coffeeshopoverlast, (seksuele) straatintimidatie, geweld en diefstallen.

a)

General strain theorie (Agnew)

b)

Neutralisatie theorie

c)

Routine Activiteiten theorie

d)

Strain to anomie (Merton)

9.

Welk type neutralisatietechniek is te herkennen in de volgende uitspraak:

Nee, ik betaal geen belastingen met mijn bedrijf. Via mijn accountant laat ik het geld naar Bermuda verplaatsen en via een aantal constructies komt het dan weer terug. Het is misschien tegen de wet, maar ach. Ik heb het geld zelf verdiend, dus is het niet alsof er iemand is van wie ik het geld steel.

a)

Ontkenning van het slachtoffer

b)

Beroep op hogere loyaliteit

c)

Ontkenning van de schade

d)

Veroordelen van de veroordelaars

10.

Welke fout staat in onderstaande tekst?
Volgens RAT ontstaat misdaad uit situaties, niet uit individuen. De theorie benadrukt hoe iemands individuele routinepatronen worden bestudeerd en uitgebuit door criminelen. Criminaliteit is een “kansproduct”: als doelwit, dader en afwezig toezicht elkaar kruisen in tijd en ruimte, wordt misdaad mogelijk. Een overzicht maakt de patronen in de kansen zichtbaar en beïnvloedbaar.

a)

Juist de criminele neiging van het individu staat centraat

b)

De theorie kijkt naar maatschappelijke routines, niet individuele

c)

De theorie hecht geen waarde aan de dader, alleen aan de omgeving

d)

De theorie zegt dat criminaliteit willekeurig voorkomt, zonder patronen

11.


De differentiële associatietheorie spreekt over “positieve definities van criminaliteit”. 
Welke van de onderstaande uitspraken drukt een positieve definitie van criminaliteit uit?

a)

De overheid bestaat uit pedofielen, wij moeten ons daartegen gewapend verzetten.

b)

Het is niet okay om geweld te gebruiken tegen overheids-functionarissen.

c)

Het is crimineel om adresgegevens van een minister via social media te verspreiden.

d)

Door wappies ruimte te geven om zich gehoord te voelen, neemt de kans op radicalisering af.