wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

2 havo woordenschat NN 6e H1-3

Total questions: 98

Worksheet time: 49mins

Name
Class
Date
1.
Als het kalf verdronken is, dempt men de put.
a)
Pas nadat er iets fout is gegaan, neemt men maatregelen.
b)
hevig bloeden
c)
Dat is de allerbeste kwaliteit.
d)
Mars
2.
(praten over) koetjes en kalfjes
a)
(praten over) van alles en nog wat
b)
Pas nadat er iets fout is gegaan, neemt men maatregelen.
c)
hevig bloeden
d)
Dat is de allerbeste kwaliteit.
3.
(zich) introduceren
a)
(zich) voorstellen: je naam noemen en zeggen wie je bent
b)
meer dan genoeg hebben van; een hekel hebben aan
c)
zeer onderdanig doen.
d)
Hij werd heel erg bang.
4.
sleutelen
a)
aanpassen
b)
verschillen
c)
Wie schuldig is, moet zich aangesproken voelen.
d)
Ze heeft er enorm veel spijt van.
5.
stelen als de raven
a)
alles wegnemen
b)
heel hard werken
c)
Ze zegt wat ik net wilde zeggen.
d)
Heel blind
6.
kleur geven
a)
begrijpelijk maken, betekenis geven
b)
zorgeloos, gemakkelijk leven
c)
voortdurend aan het woord
d)
regel
7.
snakken naar
a)
behoefte hebben aan
b)
hevig vechten
c)
doolhof
d)
doen alsof er niets aan de hand is; geen actie ondernemen
8.
(de) animo
a)
belangstelling
b)
hoogte van het zeewater; oppervlakte van de zee
c)
heel dicht op elkaar
d)
kunnen verdragen
9.
gerenommeerde
a)
Beroemde
b)
Het levert dubbel voordeel.
c)
Hedendaagse
d)
iedereen
10.
bedrijfsactiviteiten
a)
beroepen
b)
duidelijke, heldere, realistische
c)
een zwaardere stem krijgen
d)
duidelijk maken
11.
herbergt
a)
biedt onderdak aan
b)
Hij geeft te gemakkelijk geld uit.
c)
opschrijven
d)
begrijpelijk maken, betekenis geven
12.
(de) uitvalsbasis
a)
centraal vertrekpunt
b)
onderaan
c)
beroepen
d)
duidelijke, heldere, realistische
13.
Dat is het neusje van de zalm.
a)
Dat is de allerbeste kwaliteit.
b)
Mars
c)
Slechte film
d)
Een onaardige vent
14.
in het oog springen
a)
de aandacht trekken
b)
Je mag niet klagen over de kwaliteit van iets wat je gekregen hebt.
c)
langdurige en saaie
d)
oude gebouwen, overblijfsels van een vroegere cultuur
15.
De tijd kruipt.
a)
De tijd gaat langzaam.
b)
een vuurrood hoofd
c)
Een grote kerel (in lengte)
d)
dienden, werkten
16.
functioneerden
a)
dienden, werkten
b)
voorkanten van gebouwen
c)
Hij doet zijn best niet.
d)
de aandacht trekken
17.
zijn kop in het zand steken
a)
doen alsof er niets aan de hand is; geen actie ondernemen
b)
Heel dom
c)
Heel fris
d)
Heel licht
18.
wirwar
a)
doolhof
b)
doen alsof er niets aan de hand is; geen actie ondernemen
c)
Heel dom
d)
Heel fris
19.
demonstreren
a)
duidelijk maken
b)
Grote hond
c)
Een leuke meid
d)
Gewoon
20.
concrete
a)
duidelijke, heldere, realistische
b)
een zwaardere stem krijgen
c)
duidelijk maken
d)
Grote hond
21.
een kast van een huis
a)
Een groot huis
b)
Een mooie baby
c)
Gedwongen
d)
Het probleem leek heel groot, maar viel uiteindelijk mee.
22.
een reus van een kerel
a)
Een grote kerel (in lengte)
b)
dienden, werkten
c)
voorkanten van gebouwen
d)
Hij doet zijn best niet.
23.
een schat van een meid
a)
Een leuke meid
b)
Gewoon
c)
biedt onderdak aan
d)
Hij geeft te gemakkelijk geld uit.
24.
een wolk van een baby
a)
Een mooie baby
b)
Gedwongen
c)
Het probleem leek heel groot, maar viel uiteindelijk mee.
d)
geschied(enisdes)kundigen
25.
een kwal van een vent
a)
Een onaardige vent
b)
ontdekkingstochten
c)
Beroemde
d)
Het levert dubbel voordeel.
26.
een hoofd als een boei
a)
een vuurrood hoofd
b)
Een grote kerel (in lengte)
c)
dienden, werkten
d)
voorkanten van gebouwen
27.
de baard in de keel krijgen
a)
een zwaardere stem krijgen
b)
duidelijk maken
c)
Grote hond
d)
Een leuke meid
28.
slapen als een roos
a)
Erg goed/diep slapen
b)
alles wegnemen
c)
heel hard werken
d)
Ze zegt wat ik net wilde zeggen.
29.
raadplegen
a)
gebruiken voor advies
b)
Kerkelijke
c)
aanpassen
d)
verschillen
30.
genoodzaakt
a)
Gedwongen
b)
Het probleem leek heel groot, maar viel uiteindelijk mee.
c)
geschied(enisdes)kundigen
d)
op de hele wereld
31.
historici
a)
geschied(enisdes)kundigen
b)
op de hele wereld
c)
helemaal juist zijn
d)
plaatselijke
32.
gangbaar
a)
Gewoon
b)
biedt onderdak aan
c)
Hij geeft te gemakkelijk geld uit.
d)
opschrijven
33.
een kalf van een hond
a)
Grote hond
b)
Een leuke meid
c)
Gewoon
d)
biedt onderdak aan
34.
kwelling
a)
grote last
b)
winstgevende
c)
niet in woorden; in gebaren
d)
stelt voor
35.
huidige
a)
Hedendaagse
b)
iedereen
c)
grote last
d)
winstgevende
36.
zo bang als een wezel
a)
Heel bang
b)
Heel dood
c)
Heel gezond
d)
Heel mager
37.
zo blind als een mol
a)
Heel blind
b)
Stokdoof
c)
volkomen duidelijk
d)
Heel nijdig
38.
als haringen in een ton
a)
heel dicht op elkaar
b)
kunnen verdragen
c)
strijd tussen vakgenoten
d)
Het laatste gedeelte van iets is het moeilijkst.
39.
zo dom als een gans
a)
Heel dom
b)
Heel fris
c)
Heel licht
d)
Heel rond / dik
40.
zo dood als een pier
a)
Heel dood
b)
Heel gezond
c)
Heel mager
d)
Heel rood (gezicht)
41.
zo oud als de weg naar Rome
a)
heel erg oud
b)
Heel sterk
c)
Heel ziek
d)
Heel nijdig
42.
zo fris als een hoentje
a)
Heel fris
b)
Heel licht
c)
Heel rond / dik
d)
Heel stijf (spieren, gewrichten)
43.
zo gezond als een vis
a)
Heel gezond
b)
Heel mager
c)
Heel rood (gezicht)
d)
Heel trots
44.
een dijk van een conditie
a)
Heel goede conditie
b)
Een groot huis
c)
Een mooie baby
d)
Gedwongen
45.
werken als een paard
a)
heel hard werken
b)
Ze zegt wat ik net wilde zeggen.
c)
Heel blind
d)
Stokdoof
46.
zo koppig als een ezel
a)
Heel koppig
b)
heel erg oud
c)
Heel sterk
d)
Heel ziek
47.
zo licht als een veertje
a)
Heel licht
b)
Heel rond / dik
c)
Heel stijf (spieren, gewrichten)
d)
volkomen zwijgen
48.
met
a)
aan de hand van
b)
ter gelegenheid van
c)
reputatie
d)
onder invloed van
49.
geleid
a)
aangestuurd
b)
toentertijd
c)
(de) slagzin
d)
ontleend aan
50.
benodigdheden
a)
behoeften
b)
uit hoofde van
c)
stamt uit
d)
op grond van
51.
geldkist van de vereniging
a)
(de) clubkas
b)
uitgeloofd
c)
ten aanzien van
d)
opbouwwerkzaamheden
52.
werkgebied
a)
(het) district
b)
aan de hand van
c)
ten gevolge van
d)
reputatie
53.
oorsprong en geschiedenis van woorden
a)
(de) etymologie
b)
aangestuurd
c)
toentertijd
d)
(de) slagzin
54.
geeft vorm, inhoud aan
a)
geeft invulling aan
b)
behoeften
c)
uit hoofde van
d)
stamt uit
55.
voorzien van geld
a)
gespekt
b)
(de) clubkas
c)
uitgeloofd
d)
ten aanzien van
56.
gestopt
a)
gestaakt
b)
(het) district
c)
aan de hand van
d)
ten gevolge van
57.
wegens, vanwege
a)
in het kader van
b)
(de) etymologie
c)
aangestuurd
d)
toentertijd
58.
ingezet
a)
ingeschakeld
b)
geeft invulling aan
c)
behoeften
d)
uit hoofde van
59.
klusje
a)
(het) karweitje
b)
gespekt
c)
(de) clubkas
d)
uitgeloofd
60.
was bestemd voor
a)
kwam ten goede aan
b)
gestaakt
c)
(het) district
d)
aan de hand van
61.
met
a)
met behulp van
b)
in het kader van
c)
(de) etymologie
d)
aangestuurd
62.
over
a)
met betrekking tot
b)
ingeschakeld
c)
geeft invulling aan
d)
behoeften
63.
met
a)
met gebruikmaking van
b)
(het) karweitje
c)
gespekt
d)
(de) clubkas
64.
na
a)
na verloop van
b)
kwam ten goede aan
c)
gestaakt
d)
(het) district
65.
zetten de eerste stap
a)
namen het initiatief
b)
met behulp van
c)
in het kader van
d)
(de) etymologie
66.
met
a)
onder invloed van
b)
met betrekking tot
c)
ingeschakeld
d)
geeft invulling aan
67.
overgenomen van
a)
ontleend aan
b)
met gebruikmaking van
c)
(het) karweitje
d)
gespekt
68.
vanwege
a)
op grond van
b)
na verloop van
c)
kwam ten goede aan
d)
gestaakt
69.
activiteiten tot herstel
a)
opbouwwerkzaamheden
b)
namen het initiatief
c)
met behulp van
d)
in het kader van
70.
naam
a)
reputatie
b)
onder invloed van
c)
met betrekking tot
d)
ingeschakeld
71.
slogan, leus
a)
(de) slagzin
b)
ontleend aan
c)
met gebruikmaking van
d)
(het) karweitje
72.
gaat terug op; is ontleend aan
a)
stamt uit
b)
op grond van
c)
na verloop van
d)
kwam ten goede aan
73.
over, voor
a)
ten aanzien van
b)
opbouwwerkzaamheden
c)
namen het initiatief
d)
met behulp van
74.
door
a)
ten gevolge van
b)
reputatie
c)
onder invloed van
d)
met betrekking tot
75.
wegens, vanwege
a)
ter gelegenheid van
b)
(de) slagzin
c)
ontleend aan
d)
met gebruikmaking van
76.
in die tijd, toen
a)
toentertijd
b)
stamt uit
c)
op grond van
d)
na verloop van
77.
door, wegens
a)
uit hoofde van
b)
ten aanzien van
c)
opbouwwerkzaamheden
d)
namen het initiatief
78.
aangeboden, uitgereikt
a)
uitgeloofd
b)
ten gevolge van
c)
reputatie
d)
onder invloed van
79.
Alle waar is naar zijn geld.
a)
Als je tijd verprutst, verspil je ook geld.
b)
De prijs van een product zegt vaak iets over de kwaliteit.
c)
Hij is erg rijk.
d)
Met geld kun je strafbare handelingen verdoezelen.
80.
Bankroet zijn
a)
Hij is erg rijk.
b)
failliet zijn
c)
Alle manieren om aan geld te komen zijn toegestaan.
81.
Dat is zuur verdiend geld.
a)
Hij is erg rijk.
b)
Voor dat geld is hard gewerkt.
c)
Hij geeft gemakkelijk geld uit.
d)
Geld in een hopeloze zaak steken.
82.
Eieren voor je geld kiezen.
a)
Voor iemand met geld is alles mogelijk.
b)
Met minder genoegen nemen dan je eigenlijk wilde.
c)
Hij geeft gemakkelijk geld uit.
d)
heel rijk zijn
83.
Het geld groeit hem niet op de rug.
a)
De prijs van een product zegt vaak iets over de kwaliteit.
b)
Geld komt bij hem niet zomaar binnen; hij moet er hard voor werken.
c)
Hij is erg rijk.
84.
Geen cent te makken hebben
a)
failliet zijn
b)
geen geld hebben om uit te geven
c)
Hij is erg rijk.
d)
Hij is erg rijk.
85.
Geen rooie cent hebben
a)
Voor dat geld is hard gewerkt.
b)
blut zijn
c)
Als je tijd verprutst, verspil je ook geld.
d)
Hij geeft gemakkelijk geld uit.
86.
Geld (alleen) maakt niet gelukkig.
a)
Met minder genoegen nemen dan je eigenlijk wilde.
b)
Er is meer in het leven dan rijkdom.
c)
Voor iemand met geld is alles mogelijk.
d)
Hij geeft gemakkelijk geld uit.
87.
Geld dat stom is, maakt recht wat krom is.
a)
Geld komt bij hem niet zomaar binnen; hij moet er hard voor werken.
b)
Met geld kun je strafbare handelingen verdoezelen.
c)
De prijs van een product zegt vaak iets over de kwaliteit.
d)
Hij is erg rijk.
88.
Geld stinkt niet.
a)
geen geld hebben om uit te geven
b)
Alle manieren om aan geld te komen zijn toegestaan.
c)
failliet zijn
d)
Hij is erg rijk.
89.
Goed geld naar kwaad geld gooien.
a)
blut zijn
b)
Geld in een hopeloze zaak steken.
c)
Voor dat geld is hard gewerkt.
d)
Als je tijd verprutst, verspil je ook geld.
90.
Goed in de slappe was zitten
a)
Er is meer in het leven dan rijkdom.
b)
heel rijk zijn
c)
Met minder genoegen nemen dan je eigenlijk wilde.
d)
Voor iemand met geld is alles mogelijk.
91.
Hij bulkt van het geld.
a)
Met geld kun je strafbare handelingen verdoezelen.
b)
Hij is erg rijk.
c)
Geld komt bij hem niet zomaar binnen; hij moet er hard voor werken.
d)
De prijs van een product zegt vaak iets over de kwaliteit.
92.
Hij heeft het geld voor het oprapen.
a)
Alle manieren om aan geld te komen zijn toegestaan.
b)
Hij is erg rijk.
c)
geen geld hebben om uit te geven
d)
failliet zijn
93.
Hij laat zijn geld rollen.
a)
Geld in een hopeloze zaak steken.
b)
Hij geeft gemakkelijk geld uit.
c)
blut zijn
d)
Voor dat geld is hard gewerkt.
94.
Hij smijt met geld.
a)
heel rijk zijn
b)
Hij geeft gemakkelijk geld uit.
c)
Er is meer in het leven dan rijkdom.
d)
Met minder genoegen nemen dan je eigenlijk wilde.
95.
Hij verdient geld als water.
a)
Hij is erg rijk.
b)
Hij is erg rijk.
c)
Met geld kun je strafbare handelingen verdoezelen.
d)
Geld komt bij hem niet zomaar binnen; hij moet er hard voor werken.
96.
Hij zwemt in het geld.
a)
Hij is erg rijk.
b)
Hij is erg rijk.
c)
Alle manieren om aan geld te komen zijn toegestaan.
d)
geen geld hebben om uit te geven
97.
Tijd is geld.
a)
Hij geeft gemakkelijk geld uit.
b)
Als je tijd verprutst, verspil je ook geld.
c)
Geld in een hopeloze zaak steken.
d)
blut zijn
98.
Voor geld gaan alle deuren open.
a)
Hij geeft gemakkelijk geld uit.
b)
Voor iemand met geld is alles mogelijk.
c)
heel rijk zijn
d)
Er is meer in het leven dan rijkdom.