Font size
WorksheetsGebruik er
Total questions: 12
Worksheet time: 9mins
Ik ken die stad niet.
Ik ben nooit geweest.
Ik ben er nooit geweest.
Ik ben nooit er geweest.
Ik ben daar nooit geweest.
Wanneer ga je naar de markt?
Ik ga er morgen naartoe.
Ik ga morgen ernaartoe.
Ik ga morgen er naar toe.
Ik ga morgen naartoe.
Ga je ook naar Den Haag?
Ik ga er volgend weekend naar Den Haag.
Ik ga er volgend weekend naartoe.
Ik ga volgend weekend er naar toe.
Ik ga er volgend weekend ernaartoe.
Hij is met vakantie naar Spanje geweest.
Het was er prachtig weer.
Er was het prachtig weer.
Het weer was daar prachtig.
Het was er prachtig weer in Spanje.
Hoeveel mensen waren er op dat feest?
Er waren er zeker 200 mensen.
Er waren er zeker 200.
Er waren zeker 200 er.
Daar waren er zeker 200.
Hebt u nog harde broodjes?
Ja, ik heb er nog 2.
Nee, ik er heb niets.
Nee, ik heb er geen.
Ja, ik heb 2 er.
Hoeveel Nederlandse boeken heb je gelezen?
Ik heb er 40 gelezen.
Ik las 40 er.
Ik er heb 40 boeken gelezen.
Ik er las 40.
Het boek ligt op tafel.
En mijn tas ligt eronder.
En mijn tas er ligt onder de tafel
En mijn tas ligt er onder de tafel.
En mijn tas ligt onder.
Kom je uit Nederland?
Nee, ik kom er niet vandaan.
Nee, ik kom er niet van.
Ja, daar kom ik van.
Ja, ik kom ervandaan
Wanneer was je voor het laatst in Hilversum?
Ik was daar gisteren in Hilversum.
Ik was er gisteren.
Ik gisteren was er.
Ik was daar gisteren.
Hoeveel boeken heb je nodig?
Ik er drie boeken nodig.
Ik heb er drie boeken nodig.
Ik heb er drie nodig.
Hoeveel maaltijden eet je op een dag?
Ik eet er vijf op een dag.
Ik eet er vijf maaltijden op een dag.
Ik vijf maaltijden eet.
