wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Paasviering

Total questions: 19

Worksheet time: 10mins

Name
Class
Date
1.

Welke gebeurtenis vieren wij met Pasen?

a)

Het begin van de lente

b)

Het sterven van Jezus Christus

c)

De vruchtbaarheid van de natuur

d)

Het weer levend worden van Jezus Christus

2.

Reken uit: In de supermarkt worden 560 chocolade eieren verkocht, netjes verdeeld over 80 zakjes. Hoeveel chocolade eieren zijn dat per zakje?

a)

Zes

b)

Zeven

c)

Zeventig

d)

Acht

3.

Welk gezegde met 'Pasen' erin, bestaat echt?

a)

Niets zo mooi als Pasen in de lente

b)

Pasen is het best als je op je paasbest bent

c)

Eet met Pasen niet teveel, anders zie je straks groen & geel

d)

Als Pasen en Pinksteren op één dag vallen

4.

Wie heeft Jezus verraden?

a)

Zijn volgeling Petrus

b)

Zijn volgeling Judas

c)

Zijn volgeling Thomas

d)

Zijn volgeling Johannes

5.

Hoe lang duurt Pasen?

a)

1 dag

b)

Vanaf 3 uur 's middags tot 's nachts

c)

3 dagen

d)

2 dagen

6.

Hoe heet de donderdag voor Goede Vrijdag?

a)

Witte donderdag

b)

Zwarte donderdag

c)

Gouden donderdag

d)

Zilveren donderdag

7.

Waarom eten wij eieren met Pasen? Er zijn 2 antwoorden mogelijk.

a)

Omdat er vroeger weinig voedsel was, maar wel eieren.

b)

Omdat eieren bij de lente passen.

c)

Omdat dat het vroegere symbool voor Pasen is.

d)

Omdat het voor nieuw leven staat.

8.

Uit onderzoek is gebleken dat de Paashaas behoefte heeft aan hulp. Wat betekent ergens behoefte aan hebben?

a)

Iets te weten komen

b)

Ergens met iemand over praten

c)

Iets nodig hebben.

d)

Ergens onzeker over zijn.

9.

Reken uit. De paashaas springt over de tuinhekjes met 500 eieren langs 20 tuinen. Er zit een gat in zijn paasmand en bij elke tuin verliest hij 2 eieren. Hoeveel eieren zitten er na 20 tuinen nog in?

a)

480

b)

460

c)

440

d)

420

10.

Wat is de goede volgorde van feestdagen tijdens een jaar?

a)

Pasen - Hemelvaart - Pinksteren - Kerstmis

b)

Pinksteren - Pasen - Kerstmis - Hemelvaart

c)

Hemelvaart - Pasen - Pinksteren - Kerstmis

d)

Kerstmis - Pinksteren - Pasen - Hemelvaart

11.

In 2005 is in België een paasei van 9 meter hoog gemaakt. Waar of niet waar?

a)

Waar

b)

Niet waar

12.

Als de Paashaas zijn eieren verstopt, kan hij natuurlijk met niemand overleggen over de juiste verstopplaats. Wat betekent overleggen?

a)

Praten met elkaar om zo tot een goed antwoord te komen.

b)

In groepjes samen iets maken.

c)

Iets leren.

d)

Samen een boek lezen.

13.

Uit welk land komt de paashaas oorspronkelijk?

a)

De Verenigde Staten

b)

Italië

c)

Duitsland

d)

Nederland

14.

Wat betekent het volgende spreekwoord: 'Vijgen na Pasen?'

a)

Iets doen wat te laat komt.

b)

Iets doen wat niet goed is.

c)

Iets doen wat te vroeg is.

d)

Iets doen wat leuk is.

15.

Waarom bevat paasbrood amandelspijs?

a)

Spijs was vroeger een luxeproduct, zo werd Pasen speciaal.

b)

De vorm van het spijs staat symbool voor het ei.

c)

De amandelen in het spijs staan symbool voor het voorjaar.

d)

Omdat het de kleur van Pasen heeft.

16.

Hoe is het eieren verstoppen tijdens Pasen ontstaan?

a)

Zodat er minder kippen nodig waren om te broeden.

b)

Omdat men vroeger niks te doen had tijdens Pasen.

c)

Men geloofde dat de grond hier vruchtbaarder van werd.

d)

Om de kinderen zoet te houden, meer vrije tijd voor ouders.

17.

Hoe kun je checken of een ei nog vers is?

a)

Door ermee te schudden, als je iets hoort is het ei vers.

b)

Door een ei in een pan water te leggen. Als het ei zinkt en op de bodem blijft liggen is het vers.

c)

Zout op de schil strooien, als het eraan plakt is het vers.

d)

Door het ei rond te draaien op tafel.

18.

Wat is het bijgeloof bij 'eitje tikken'?

a)

Als je ei breekt, zal je slechte kerstdagen hebben.

b)

Als je ei niet stuk gaat, heb je een jaar voorspoed en geluk.

c)

Als je ei breekt, zal je in het komende jaar een bot breken.

d)

Als je ei niet stuk gaat, mag je geen eieren eten deze Pasen.

19.

Als je eieren gaat verven heb je gekookte eieren nodig, maar ook een kwast, verf en water. Hoe noem je alle spullen die je nodig hebt samen?

a)

De inhoudsopgave

b)

De behoefte

c)

De aanleiding

d)

De benodigdheden