wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Literatuurgeschiedenis

Total questions: 68

Worksheet time: 34mins

Name
Class
Date
1.
Welke uitspraak hoort bij de renaissance?
a)
Welschmerzt
b)
Carpe diem
c)
Pars pro toto
d)
Memento mori
2.
Welke periode komt er NA de renaissance?
a)
Middeleeuwen
b)
Verlichting
c)
Romantiek
d)
Sentimentalisme
3.
Welke van deze standen kwam NIET voor in de middeleeuwen?
a)
Adel
b)
Geestelijken
c)
Burgerij
d)
Heren
4.
Wie is Karel in het verhaal 'Karel ende Elegast'?
a)
Een boer
b)
Een ridder
c)
Een keizer
d)
Een leenheer
5.
Waar ontstond de renaissance?
a)
Nederland
b)
Italië
c)
Frankrijk
d)
Duitsland
6.
In welke periode staat het gevoel centraal?
a)
Middeleeuwen
b)
Renaissance
c)
Verlichting
d)
Romantiek
7.
Welk van deze factoren wordt NIET gebruikt om het karakter van de mens in het naturalisme te verklaren?
a)
Het uiterlijk van het personage
b)
De tijd waarin hij leeft
c)
De eigenschappen die hij van zijn (voor)ouders heeft geërfd
d)
Het sociale milieu waarin hij opgroeit
8.

Wie is de uitvinder van de boekdrukkunst?

a)

Gutenberg

b)

Shakespeare

c)

Edison

d)

Galilei

9.

Wie is de schrijver van De Toverberg?

(a)  

10.

Welke grote gebeurtenis vindt vlak voor het begin van de middeleeuwen plaats?

a)

Het tapijt van Bayeux wordt gemaakt

b)

De uitvinding van de boekdrukkunst

c)

De val van het West-Romeinse Rijk

d)

De kroning van Karel de Grote tot keizer

11.

Wat is het 'ware geloof' tijdens de middeleeuwen?

a)

protestantisme

b)

boeddhisme

c)

heidendom

d)

rooms-katholicisme

12.

Welke woorden zijn belangrijk in het 'hoofse levensideaal'?

a)

liefde en oorlog

b)

beschaafd gedrag en zelfbeheersing

c)

ondernemerschap en vrede

d)

schaamte en vernedering

13.

Wat is een 'mecenas'?

a)

een meesterridder

b)

de voorzitter van een rederijkerskamer

c)

een opdrachtgever voor kunstenaars en schrijvers

d)

een filosoof

14.

Wanneer werd de boekdrukkunst uitgevonden?

a)

8e eeuw

b)

14e eeuw

c)

15e eeuw

d)

16e eeuw

15.

Wat is de belangrijkste functie van kunst in de middeleeuwen?

a)

Het volk vermaken

b)

Originele taferelen tonen aan het publiek

c)

Zich afzetten tegen de gevestigde orde

d)

Het publiek iets leren

16.

Wat is géén voorbeeld van de middeleeuwse wereldlijke literatuur?

a)

Karel ende Elegast

b)

Ferguut

c)

Van den Vos Reynaerde

d)

Beatrijs

17.

Wie waren het voornaamste publiek van ridderromans?

a)

het volk in de steden

b)

de reguliere geestelijken

c)

de seculiere geestelijken

d)

ridders in opleiding

18.

Waren de meeste middeleeuwse verhalen originele teksten?

a)

Ja

b)

Nee

19.

Wat komt vanaf de tiende eeuw in West-Europa op gang?

a)

schrijfcultuur

b)

agrarische maatschappij

c)

eercultuur

d)

verstedelijking

20.

Deze vorm van literatuur is te vergelijken met wat tegenwoordig 'proza' wordt genoemd.

a)

lyriek

b)

dierverhaal

c)

epiek

d)

exempel

21.

Welke drie standen onderscheidt bisschop Adalbero in de elfde eeuw?

a)

burgerij, ridders, geestelijken

b)

adel, geestelijken, werkenden

c)

rederijkers, onderwijzers, toneelspelers

d)

adel, burgerij, geestelijken

22.

Waar zijn de levens van veel middeleeuwse schrijvers in beschreven?

a)

exempelen

b)

biografieën

c)

autobiografieën

d)

nergens

23.

Wat is geen kenmerk van de romantiek?

a)

escapisme

b)

fatalisme

c)

weltschmerz

d)

individualisme

24.

Juist of onjuist? Romantische werken zijn somber en bevatten nooit humor.

a)

Juist

b)

Onjuist

25.

Wat is geen kenmerk van het naturalisme?

a)

determinisme

b)

fatalisme

c)

nerveuze, labiele hoofdpersoon

d)

gevoelsleven centraal

26.

Het modernisme was een breuk met ...

a)

de romantiek

b)

het realisme

c)

het naturalisme

d)

de verlichting

27.

Functionaliteit hoort binnen ...

a)

het expressionisme

b)

de nieuwe zakelijkheid

c)

het impressionisme

d)

het modernisme

28.

Aan welke stroming kunnen we het vrije vers koppelen?

a)

het impressionisme

b)

de romantiek

c)

het expressionisme

d)

de nieuwe zakelijkheid

29.

Welke ridderromans rekenen we tot de hoofse romans?

a)

Frankische of karelromans

b)

Brits-Keltische of Arthurromans

30.

Waar ligt de oorsprong van de ridderroman?

a)

Nederland

b)

Griekenland

c)

Duitsland

d)

Frankrijk

31.

Uit hoeveel standen bestond de Middeleeuwse maatschappij?

a)

4

b)

3

c)

2

d)

1

32.

Wat betekent het begrip hoofs?

a)

Feodaliteit

b)

Denkwijze van geleerden

c)

Aanbevolen gedragswijze aan het hof

d)

Aanbevolen standen die de maatschappij verdeelde in 1200

33.

Wanneer leefde Karel de Grote ongeveer?

a)

500 na Chr.

b)

800 na Chr.

c)

1000 na Chr.

d)

1200 na Chr.

34.

Zijn de verhalen uit de Arthurepiek hoofs?

a)

ja

b)

nee

35.

Wat is literatuur?

a)

Verzamelnaam voor fictieve teksten die een 'diepere laag' hebben.

b)

Verzamelnaam voor non fictie teksten.

c)

De manier waarop een verhaal is geschreven.

d)

Alles wat ik niet wil lezen.

36.

Wat is 'stijl' in literatuur?

a)

Een tekst op rijm, dus poëzie.

b)

Een autobiografie.

c)

De manier waarop een verhaal is geschreven.

d)

Een lang fictief verhaal.

37.

Wat is een autobiografie?

a)

De schrijver schrijft lectuur.

b)

De schrijver beschrijft zijn eigen leven.

c)

De schrijver schrijft gedichten

d)

De schrijver schrijft over alledaagse onderwerpen.

38.

Wat is fictie?

a)

Een verzonnen verhaal.

b)

Een autobiografisch verhaal.

c)

Een verhaal dat (deels) kan gaan over werkelijke gebeurtenissen.

d)

Een verhaal dat (deels) kan gaan over mensen die werkelijk hebben bestaan.

39.

Wat zijn kenmerken van literatuur?

a)

vaste opbouw, voorspelbaarheid, happy end

b)

originaliteit, complexheid, verschillende betekenissen aan de tekst toekennen

c)

veel van hetzelfde, makkelijk te lezen

d)

onvoorspelbaarheid, bijzondere stijl,

40.

Welke rijmvorm tref je aan in onderstaande zin? Gods wijze glimlach duurde 20 jaar.

a)

Eindrijm

b)

Alliteratie

c)

Assonance

d)

Elisie

41.

Zet de volgende literaire periodes in chronologische volgorde.


Barok

Renaissance

Klassiek

Verlichting

a)

Renaissance - Verlichting - Barok - Klassiek

b)

Renaissance - Barok - Verlichting - Klassiek

c)

Barok - Renaissance - Verlichting - Klassiek

d)

Verlichting - Barok - Klassiek - Renaissance

42.

Welk tijdsvak is onjuist?

a)

Hoge Middeleeuwen: 1170-1350

b)

Late Middeleeuwen: 1350-1400

c)

Barok: 1600-1700

d)

Verlichting: 1700-1780

43.

Wat is de juiste chronologische volgorde?

a)

Hoge MIddeleeuwen - Vroege Middeleeuwen - Late Middeleeuwen

b)

Late Middeleeuwen - Vroege Middeleeuwen - Hoge Middeleeuwen

c)

Vroege Middeleeuwen - Hoge Middeleeuwen - Late Middeleeuwen

d)

Vroege Middeleeuwen - Late Middeleeuwen - Hoge Middeleeuwen

44.

Welke tijdsperiode hoort bij de Hoge Middeleeuwen?

a)

750-1170

b)

1170-1350

c)

1350-1500

45.

Juist of onjuist?


In de Vroege Middeleeuwen werd het ridderwezen naar Europa overgebracht.

a)

juist

b)

onjuist

46.

Juist of onjuist?


Joseph van Eichendorff was een bekende schrijver in de tijd van de Aufklärung (Verlichting).

a)

juist

b)

onjuist

47.

Juist of onjuist?


Rond 1450 werd de boekdrukkunst uitgevonden.

a)

juist

b)

onjuist

48.

Juist of onjuist?


Ten tijde van het humanisme hield men zich veel bezig met de filosofie van de Oude Grieken en Romeinen.

a)

juist

b)

onjuist

49.

Juist of onjuist?


In de tijd van de Sturm en Drang vond men het verstand belangrijker dan het gevoel.

a)

juist

b)

onjuist

50.

Welk woord/ welke woordgroep in de zin is fout?


Erasmus van Rotterdam was een belangrijke vertegenwoordiger van de Reformatie.

(a)  

51.

Welk woord/ welke woordgroep in de zin is fout?


Ten tijde van het humanisme was het leven op aarde belangrijker dan het hiernamaals.

(a)  

52.

Welk woord/ welke woordgroep in de zin is fout?


Martin Luther King hing 95 stellingen aan de deur van de Rooms Katholieke kerk.

(a)  

53.

Welk woord/ welke woordgroep in de zin is fout?


Barok is veel beïnvloed door de reformatie, de strijd tussen katholieken en christenen.

(a)  

54.

Welk woord/ welke woordgroep in de zin is fout?


De toneelstukken die Schiller en Goethe schreven dienden als scholing voor de adel.

(a)  

55.

Wie schreef er alleen tijdens de Vroege Middeleeuwen?

(a)  

56.

Wat wordt er bedoeld met 'Althochdeutsch'?

a)

het eerste hoogtepunt van de Duitse literatuur

b)

de taal die in de Late Middeleeuwen gesproken werd

c)

hoge literaire kwaliteit

d)

Naam voor het dialect uit de omgeving in de Vroege Middeleeuwen

57.

Wat betekent het Duitse woord 'Sehnsucht' en in welke tijdsperiode past dit woord?

a)

verlangen - Romantiek

b)

verlangen - Barok

c)

daadkracht - Vroege Middeleeuwen

d)

daadkracht - Hoge Middeleeuwen

58.

Welk Latijns begrip is onlosmakelijk met de Renaissance verbonden?

(a)  

59.

Welke drie kenmerken horen bij de Verlichting? Let op: vink drie vakjes aan!

a)

aandacht voor het hier en nu

b)

emancipatie van onderdrukte groepen in de samenleving

c)

gebrek aan politieke vrijheid

d)

verwoorden van de persoonlijke ervaring en emotie

e)

verstand staat in verbinding persoonlijk handelen

60.

Uit welke literaire stroming komt deze tekst? Uit de ...

a)

Middeleeuwen

b)

Renaissance

c)

Barok

d)

Sturm und Drang

61.

Aan welke stroming kunnen we het boek op het plaatje koppelen?

a)

Verlichting

b)

Sturm und Drang

c)

Klassiek

d)

Romantiek

62.

Dit standbeeld van Goethe en Schiller staat in Weimar. Bij welke literaire stroming horen zij?

(a)  

63.

Wat voor doel hadden Goethe en Schiller met hun toneelstukken?

a)

mensen leren over religie en wetten

b)

de burgers scholen

c)

mensen vermaken

d)

hun gevoel overbrengen

64.

Wat is er onjuist over de Barok?

a)

De barokschrijver was meestal een geleerde.

b)

Een populair genre was de Schelmenroman.

c)

Er is anndacht voor het hier en nu.

d)

De barok is veel beïnvloed door de reformatie.

65.

Welke periode is nu nog steeds actueel (schoonheid van de natuur, verhouding tussen man en vrouw)?

a)

de Barok

b)

de Verlichting

c)

de Sturm und Drang

d)

de Klassiek

66.

Waar komt de naam verlichting vandaan?

a)

Men vond het licht uit in de 18e eeuw

b)

Men ontdekte veel op het gebied van wetenschap

c)

Het staat voor de periode van industrialisatie

d)

De mens werd een 'homo universalis'

67.

Op welke geloofsgroep was de beeldenstorm gericht?

a)

De katholieken

b)

De lutheranen

c)

De moslims

d)

De protestanten

68.

Wie leidde de Reformatie (beweging waarbij men brak met de katholieke kerk)?

a)

Maarten Luther

b)

Willem van Oranje

c)

Filips II

d)

Hiëronymus van Alphen