Font size
WorksheetsDictee 11-3
Total questions: 20
Worksheet time: 20mins
Typ het woord wat de leerkracht zegt.
(a)
Typ het woord wat de leerkracht zegt.
(a)
Typ het woord wat de leerkracht zegt.
(a)
Typ het woord wat de leerkracht zegt.
(a)
Typ het woord wat de leerkracht zegt.
(a)
Typ het woord wat de leerkracht zegt.
(a)
Typ het woord wat de leerkracht zegt.
(a)
Typ het woord wat de leerkracht zegt.
(a)
Typ het woord wat de leerkracht zegt.
(a)
Typ het woord wat de leerkracht zegt.
(a)
Vul de juiste vorm in van het hele werkwoord wat voor de zin staat.
verlangen Naar dit moment heb ik zo lang (a)
Vul de juiste vorm in van het hele werkwoord wat voor de zin staat.
aanraden Daarom (a) kennissen mij vorige week dit huis je aan.
Vul de juiste vorm in van het hele werkwoord wat voor de zin staat.
teleurstellen. 'Zie ik nu een (a) blik in je ogen?'
Vul de juiste vorm in van het hele werkwoord wat voor de zin staat.
verfilmen De regisseur heeft het boek fantasierijk (a) .
Vul de juiste vorm in van het hele werkwoord wat voor de zin staat.
benadrukken Hij (a) vooral de gevaren van de oorlog.
Vul de juiste vorm in van het hele werkwoord wat voor de zin staat.
herinneren Mijn vader (a) zich nu nog de aardbeving bij Bam.
Vul de juiste vorm in van het hele werkwoord wat voor de zin staat.
voorspellen Seismologen hebben er nog bijna nooit een goed (a) .
Vul de juiste vorm in van het hele werkwoord wat voor de zin staat.
gebeuren Een aardbeving (a) heel onregelmatig.
Vul de juiste vorm in van het hele werkwoord wat voor de zin staat.
herleiden In de vorige eeuw (a) enkele wetenschappers het uitsterven van de dinosauriërs tot een natuurramp.
Vul de juiste vorm in van het hele werkwoord wat voor de zin staat.
begeleiden De leraar was trots op zijn (a) studenten.
