wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Havo 4 Thema 5 Regeling 5.1 t/m 5.3

Total questions: 10

Worksheet time: 8mins

Name
Class
Date
1.
Een invloed van buiten af op een organisme noemen we een:
a)
Impuls.
b)
Prikkel.
c)
Invloed.
d)
Reflex.
2.

Een uitloper die een impuls van een zenuwcel af geleidt noemen we een:

a)
Dendriet.
b)
Axon.
c)
Synaps.
d)
Neuron.
3.

Welke onderdelen horen bij het centrale zenuwstelsel?

a)

Hersenen

b)

Hersenstam

c)

Ruggenmerg

d)

Ledematen

4.
Wat is geen hormoonklier?
a)
Schildklier
b)
Bijnieren
c)
Hypofyse
d)
Borstklier
5.
Waar ligt de hypofyse?
a)
Tussen beide hersenhelften
b)
Bij de nieren
c)
In het geslachtsorgaan
d)
Bij de schildklier
6.

Hoe noem je zintuigcellen ook wel?

a)

Conductoren

b)

Effectoren

c)

Receptoren

7.

Hoe heet een conductor die van het centrale zenuwstelsel naar een effector loopt?

a)

Motorische zenuwcel

b)

Schakelcel

c)

Sensorische zenuwcel

d)

Neurotransmitter

8.

Klik op de afbeelding. Wat zijn de namen van de nummers 1 - 4 - 5?

a)

1 = axon

4 = dendriet

5 = myelineschede

b)

1 = dendriet

4 = cellichaam

5 = synaps

c)

1 = dendriet

4 = axon

5 = myelineschede

d)

1 = axon

4 = cellichaam

5 = synaps

9.

Wat is de functie van neurotransmitters?

a)

Ze binden aan receptoren op het celmembraan van dendrieten om een impuls door te geven.

b)

Ze binden aan receptoren op het celmembraan van axonen om een impuls door te geven.

c)

Ze zitten om een axon heen en laten een impuls sneller over een axon "springen".

d)

Ze zitten om een dendriet heen en laten een impuls sneller over een dendriet "springen".

10.

Welk zenuwstelsel regelt vooral bewuste reacties en de houding en beweging van het lichaam?

a)

Autonome zenuwstelsel

b)

Animale zenuwstelsel

c)

Perifere zenuwstelsel

d)

Parasympatische zenuwstelsel