Wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

DU K3-K4

Total questions: 107

Worksheet time: 2hrs 47mins

Name
Class
Date
1.

de bus

(a)  

2.

de dienstregeling

(a)  

3.

de haven

(a)  

4.

de kaartjesautomaat

(a)  

5.

het perron

(a)  

6.

de plattegrond

(a)  

7.

het plein, de plaats

(a)  

8.

de rotonde

(a)  

9.

het station

(a)  

10.

de stoep

(a)  

11.

het vliegveld

(a)  

12.

de bocht

(a)  

13.

de brug

(a)  

14.

het enkeltje

(a)  

15.

de halte

(a)  

16.

de hoek

(a)  

17.

de informatie

(a)  

18.

de kant, de zijde

(a)  

19.

de kruising

(a)  

20.

de lijn

(a)  

21.

de metro

(a)  

22.

het retourtje

(a)  

23.

de richting

(a)  

24.

de trein

(a)  

25.

het stoplicht

(a)  

26.

de tram

(a)  

27.

het veer, de veerpont

(a)  

28.

de binnenstad

(a)  

29.

het perron

(a)  

30.

het schip

(a)  

31.

het vliegtuig

(a)  

32.

aankomen

(a)  

33.

afslaan, inslaan

(a)  

34.

gaan (rijden) met

(a)  

35.

halen

(a)  

36.

instappen

(a)  

37.

lopen

(a)  

38.

missen (trein, bus)

(a)  

39.

oversteken

(a)  

40.

overstappen

(a)  

41.

te voet gaan, lopen

(a)  

42.

uitstappen

(a)  

43.

vertrekken

(a)  

44.

wijzen

(a)  

45.

zoeken

(a)  

46.

achter

(a)  

47.

daarginds

(a)  

48.

dichtbij

(a)  

49.

dichtstbijzijnde, volgende

(a)  

50.

Goede reis!

(a)  

51.

Graag gedaan!

(a)  

52.

in de buurt van

(a)  

53.

laat

(a)  

54.

naar huis

(a)  

55.

naast

(a)  

56.

rechtdoor

(a)  

57.

terug

(a)  

58.

voor

(a)  

59.

vroeg

(a)  

60.

het verkeer

(a)  

61.

de Stad

(a)  

62.

de steden

(a)  

63.

de straat

(a)  

64.

het dorp

(a)  

65.

de dorpen

(a)  

66.

het ticket

(a)  

67.

de tickets

(a)  

68.

fietsen

(a)  

69.

gaan (reizen) met

(a)  

70.

nemen

(a)  

71.

vliegen

(a)  

72.

weten

(a)  

73.

bijna

(a)  

74.

weer

(a)  

75.

de kabelbaan

(a)  

76.

de soort

(a)  

77.

meteen

(a)  

78.

ongeveer

(a)  

79.

de vierkante kilometer

(a)  

80.

geweldig

(a)  

81.

de golf

(a)  

82.

het pak

(a)  

83.

jammer

(a)  

84.

geschikt

(a)  

85.

daarginds

(a)  

86.

rondkijken

(a)  

87.

benieuwd zijn naar

(a)  

88.

de envelop

(a)  

89.

of ... of

(a)  

90.

de bezienswaardigheid

(a)  

91.

de bestemming

(a)  

92.

de uitzending

(a)  

93.

de passie

(a)  

94.

vermoeiend

(a)  

95.

de uitdaging

(a)  

96.

terwijl

(a)  

97.

per se, in ieder geval

(a)  

98.

comfortabel

(a)  

99.

trots zijn op

(a)  

100.

nooit

(a)  

101.

de naam

(a)  

102.

huren

(a)  

103.

de eeuw

(a)  

104.

dat klopt

(a)  

105.

al

(a)  

106.

ten slotte

(a)  

107.

zelfs

(a)