wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Taalweb

Total questions: 41

Worksheet time: 28mins

Name
Class
Date
1.

Hoe heet een tekstblokje in een gedicht?

a)

strofe

b)

vers

c)

witruimte

2.

Geef een ander woord voor 'fragment'.

a)

afbeelding

b)

stuk

c)

film

3.

Welk geluid maken wolven?

a)

huilen

b)

loeien

c)

blaten

d)

blaffen

4.

Welk geluid maken koeien?

(a)  

5.

Welk geluid maken ezels?

(a)  

6.

Geef een ander woord voor 'achterhalen'.

a)

vinden

b)

kopen

c)

ophalen

d)

afhalen

7.

Vul het ontbrekende woord in: zender - ... - ontvanger

(a)  

8.

Niet volledig dialect en ook niet 100% standaardtaal. Wat is dit?

(a)  

9.

Vervoeg het werkwoord: jij (vinden).

(a)  

10.

Vervoeg het werkwoord: (antwoorden) jij nu maar.

(a)  

11.

Is 'jongen' een zelfstandig naamwoord?

a)

ja

b)

nee

12.

Is 'antwoorden' een zelfstandig naamwoord?

a)

ja

b)

nee

13.

Wat is het zelfstandig naamwoord in de volgende zin? De regen is weer erg nat.

(a)  

14.

Wat is het zelfstandig naamwoord in de volgende zin? Weet jij wanneer zij naar huis komt?

a)

jij

b)

zij

c)

huis

d)

komt

15.

Een krantenartikel wil ons vooral...

a)

informeren

b)

ontroeren

c)

ontspannen

d)

overtuigen

16.

Een stripverhaal wil ons vooral...

a)

informeren

b)

ontroeren

c)

ontspannen

d)

overtuigen

17.

Wat is het onderwerp in de volgende zin? Zondag gaan we naar het pretpark.

a)

pretpark

b)

gaan

c)

we

d)

zondag

18.

Wat is het onderwerp in de volgende zin? Die advocaat kan het goed zeggen.

a)

het

b)

advocaat

c)

die advocaat

d)

zeggen

19.

Wat is de persoonsvorm in de volgende zin? Die advocaat kan het goed zeggen.

a)

het

b)

kan

c)

die advocaat

d)

zeggen

20.

Wat is de persoonsvorm in de volgende zin? Zondag gaan we naar het pretpark.

a)

pretpark

b)

gaan

c)

we

d)

gaan we

21.

Een ander woord voor oorsprong.

a)

pijn aan je oor

b)

begin

c)

verspringen

d)

dansen

22.

Een ander woord voor vermijden.

a)

ziek worden

b)

proberen te ontwijken

c)

breder worden

23.

Een ander woord voor verrichten.

a)

uitvoeren

b)

goed mikken

c)

oplossen

24.

De of het? ... biefstuk

a)

de

b)

het

25.

De of het? ... middel

a)

de

b)

het

26.

De of het? ... venster

a)

de

b)

het

27.

De of het? ... sneeuw

a)

de

b)

het

28.

De of het? ... scherm

(a)  

29.

De of het? ... voetbal

(a)  

30.

De of het? ... ziekte

(a)  

31.

Het kind (o)

a)

mannelijk

b)

vrouwelijk

c)

onzijdig

32.

de regen (m)

a)

mannelijk

b)

vrouwelijk

c)

onzijdig

33.

oorsprong (m) kun je vervangen door...

a)

hij

b)

zij

c)

het

34.

regering (v) kun je vervangen door...

a)

hij

b)

zij

c)

het

35.

eten (o) kun je vervangen door...

(a)  

36.

computer (m) kun je vervangen door...

(a)  

37.

voetbal (m, o) kun je vervangen door...

(a)  

38.

Een ander woord voor "zijn mening geven"

a)

uiten

b)

antwoorden

c)

roepen

39.

een reclame boodschap wil je ...

a)

informeren

b)

ontspannen

c)

overtuigen

40.

Wat is de stam van het werkwoord "vinden"?

(a)  

41.

Wat is de stam van het werkwoord "zijn"?

(a)