Font size
WorksheetsVoedingsquiz - basisstof 6
Total questions: 57
Worksheet time: 42mins
Typ de naam die aangegeven staat met nummer 1.
(a)
Typ de naam die aangegeven staat met nummer 2.
(a)
Typ de naam die aangegeven staat met nummer 3.
(a)
Typ de naam die aangegeven staat met nummer 4.
(a)
Typ de naam die aangegeven staat met nummer 5.
(a)
Typ de naam die aangegeven staat met nummer 6.
(a)
Typ de naam die aangegeven staat met nummer 7.
(a)
Typ de naam die aangegeven staat met nummer 8.
(a)
Typ de naam die aangegeven staat met nummer 9.
(a)
Typ de naam die aangegeven staat met nummer 10.
(a)
Typ de naam die aangegeven staat met nummer 11.
(a)
Typ de naam die aangegeven staat met nummer 12.
(a)
Typ de naam die aangegeven staat met nummer 13.
(a)
Typ de naam die aangegeven staat met nummer 14.
(a)
Klik de voedingsstoffen aan die verteerd moeten worden.
water en mineralen
vitaminen
koolhydraten
eiwitten
vetten
Klik de voedingsstoffen aan die niet verteerd hoeven te worden.
water en mineralen
vitaminen
koolhydraten
eiwitten
vetten
Klik het juiste doel van verteren aan.
Voedingsstoffen afbreken zodat de voedingsstoffen klein genoeg zijn om opgenomen te worden in het bloed.
Voedingsmiddelen afbreken zodat de voedingsstoffen klein genoeg zijn om afgevoerd te worden via de anus.
Voedingsstoffen afbreken zodat de voedingsstoffen klein genoeg zijn om afgevoerd te worden via de anus.
Voedingsmiddelen afbreken zodat de voedingsstoffen klein genoeg zijn om opgenomen te worden in het bloed.
Kies het begrip dat het beste bij de omschrijving past.
Oppervlakte van voedsel vergroten.
mechanische vertering
chemische vertering
enzymen
verteringsklieren
Kies het begrip dat het beste bij de omschrijving past.
Voedingsstoffen in kleinere stoffen omzetten met behulp van enzymen.
mechanische vertering
chemische vertering
enzymen
verteringsklieren
Kies het begrip dat het beste bij de omschrijving past.
Soort schaartjes die voedingsstoffen klein maken.
mechanische vertering
chemische vertering
enzymen
verteringsklieren
Kies het begrip dat het beste bij de omschrijving past.
Hierin worden enzymen geproduceerd.
mechanische vertering
chemische vertering
enzymen
verteringsklieren
Hoe groter het oppervlak van voedsel, hoe ... enzymen hun werk kunnen doen.
beter
slechter
Klik aan waar mechanische vertering plaatsvindt.
Mond
Twaalfvingerige darm
Maag
Dunne darm
Dikke darm
Klik aan waar chemische vertering plaatsvindt.
Mond
Twaalfvingerige darm
Maag
Dunne darm
Dikke darm
Kies de juiste stand van het strottenklepje en de huig tijdens het doorslikken van voedsel.
strottenklepje sluit de neusholte af
strottenklepje sluit de luchtpijp af
strottenklepje sluit de slokdarm af
huig sluit de neusholte af
huig sluit de luchtpijp af
Kies de voedingsstof(fen) die in de mond wordt of worden verteerd.
Koolhydraten
Eiwitten
Vetten
Vitaminen
Mineralen en water
Kies de voedingsstof(fen) die in de slokdarm wordt of worden verteerd.
Koolhydraten
Eiwitten
Vetten
Vitaminen
Mineralen en water
Kies de voedingsstof(fen) die in de maag wordt of worden verteerd.
Koolhydraten
Eiwitten
Vetten
Vitaminen
Mineralen en water
Kies de voedingsstof(fen) die in de twaalfvingerige darm wordt of worden verteerd.
Koolhydraten
Eiwitten
Vetten
Vitaminen
Mineralen en water
Kies het orgaan dat gal produceert.
Galblaas
Lever
Alvleesklier
Maag
Kies de juiste functie van gal.
Verteert vetten
Emulgeert vetten
Verteert eiwitten
Emulgeert eiwitten
Gal bevat enzymen.
Juist
Onjuist
Typ de naam van de bewegingen die in het hele darmkanaal plaatsvinden, beginnend bij de slokdarm.
(a)
Kies welke spieren in de wand van de darm zich op plek 1 samentrekken.
kringspieren
lengtespieren
Kies de juiste functies van peristaltische bewegingen.
verplaatsen van voedsel
kneden van voedsel met verteringssap(pen)
verteren van voedsel
bescherming van het lichaam tegen zuren
Kies de juiste bestanddelen van maagsap.
Enzym voor de vertering van koolhydraten
Enzym voor de vertering van eiwitten
Enzym voor de vertering van vetten
Zoutzuur
Gal
Kies de juiste functie(s) van zoutzuur.
Bacteriën doden
Zorgt voor de bruine kleur van poep
Emulgeert vetten
Zorgt voor peristaltische bewegingen in de maag
Maagsap produceren
In de twaalfvingerige darm komen twee buisjes uit.
Kies de juiste buisjes.
Buisje van de alvleesklier (afvoerbuis)
Buisje van de lever (leverbuis)
Buisje van de galblaas (galbuis)
Buisje van de maag (maagbuis)
Buisje van de dunne darm (darmbuis)
Kies de voedingsstoffen die verteerd worden in de twaalfvingerige darm.
Vetten
Koolhydraten
Eiwitten
Vitaminen en mineralen
Water
Kies de voedingsstoffen die verteerd worden in de dunne darm.
Vetten
Koolhydraten
Eiwitten
Vitaminen en mineralen
Water
Kies de voedingsstoffen die verteerd worden in de dikke darm.
Vetten
Koolhydraten
Eiwitten
Vitaminen en mineralen
Niks
Kies de voedingsstoffen die opgenomen worden in het bloed via de wand van de dunne darm.
Vetten
Koolhydraten
Eiwitten
Vitaminen en mineralen
Water
Kies de voedingsstoffen die opgenomen worden in het bloed via de wand van de dikke darm.
Vetten
Koolhydraten
Eiwitten
Vitaminen en mineralen
Water
Kies het juiste orgaan waar alle voedingsstoffen voor het grootste gedeelte worden opgenomen in het lichaam.
Slokdarm
Twaalfvingerige darm
Dunne darm
Dikke darm
Endeldarm
Kies het juiste orgaan waar het laatste gedeelte water wordt opgenomen in het lichaam.
Slokdarm
Twaalfvingerige darm
Dunne darm
Dikke darm
Endeldarm
De dunne darm heeft een groot oppervlak.
juist
onjuist
De dunne darm heeft een groot oppervlak, omdat ...
het darmplooien en darmvlokken heeft.
het veel enzymen bevat.
het veel emulgatoren bevat.
er mechanische vertering plaatsvindt.
er chemische vertering plaatsvindt.
Kies het orgaan dat zijn werk niet goed doet als je diarree hebt.
maag
dunne darm
dikke darm
endeldarm
twaalfvingerige darm
Kies de juiste functie van de endeldarm.
Productie van enzymen voor de vertering van eiwitten en koolhydraten.
Hier worden alle voedingsstoffen in het bloed opgenomen
Neemt water op waardoor ontlasting (poep) dikker wordt.
Slaat ontlasting (poep) tijdelijk op.
Kies de juiste functie van de anus.
Het legen van de endeldarm.
Hier worden alle voedingsstoffen in het bloed opgenomen
Neemt water op waardoor ontlasting (poep) dikker wordt.
Slaat ontlasting (poep) tijdelijk op.
Typ de biologische term van een 'planteneter'.
(a)
Typ de biologische term van een 'alleseter'.
(a)
Typ de biologische term van een 'vleeseter'.
(a)
Kies de diergroep met het langste darmkanaal.
carnivoor
herbivoor
omnivoor
Kies de diergroep met het kortste darmkanaal.
carnivoor
herbivoor
omnivoor
Kies de diergroep met het middelmatig lange darmkanaal.
carnivoor
herbivoor
omnivoor
Kies het juiste stofje dat er voor zorgt dat je een lang darmkanaal nodig hebt om planten te kunnen verteren.
cellulose
celwand
cellitus
cerentus
