wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

Vast voorzetsel

Total questions: 15

Worksheet time: 15mins

Name
Class
Date
1.

Vul een voorzetsel in.

1. Ik ben trots ... mijn diploma.

(a)  

2.

Vul een voorzetsel in.

2. De docent barstte (a)   lachen uit.

3.

Vul een voorzetsel in.

3. Je moet niet altijd zo (a)   hem schelden.

4.

Vul een voorzetsel in.

5. Je moet beter ... je geld passen.

(a)  

5.

Vul een voorzetsel in.

6. Die trui past goed (a)   je rok.

6.

Vul een voorzetsel in.

7. Heb jij verstand (a)   computers?

7.

Vul een voorzetsel in.

8. Ik werk liever niet (a)   de computer.

8.

Vul een voorzetsel in.

9. Ik moet nog erg wennen ... mijn nieuwe omgeving.

(a)  

9.

Vul een voorzetsel in.

10. De dief vluchtte ... de politie.

(a)  

10.

Vul een voorzetsel in.

11. Denk je eens (a)   hoe het is om doof te zijn.

11.

Vul een voorzetsel in.

4, Denk je (a)   het boek? Ik heb het nodig.

12.

Vul een voorzetsel in.

12. Denk je nog steeds ... die gemaakte fout?

(a)  

13.

Vul een voorzetsel in.

13. Ik heb niet veel (a)   mijn examen gemaakt.

14.

Vul een voorzetsel in.

14. Maakt het veel (a)   als ik niet kom?

15.

Vul een voorzetsel in.

15. Geef de betekenis van dit woord (a)