wayground logo

Free Printable Worksheets

Font size

S
M
L
XL
Worksheets

MH2 Thema 5 BS1 Genotype en fenotype

Total questions: 11

Worksheet time: 6mins

Name
Class
Date
1.

Wanneer komt het genotype van een baby tot stand?

a)

Bij de vorming van de eicel

b)

Bij de bevruchting

c)

Bij de geboorte

2.

Wanneer ligt het fenotype van een iemand vast?

a)

Bij de vorming van de eicel

b)

Bij de bevruchting

c)

Bij de geboorte

d)

Nooit

3.

Het fenotype wordt bepaald door

a)

Genotype

b)

Milieu

c)

Genotype en milieu

d)

Je keuzes in het leven

4.

John heeft veel getraind. Zijn spieren zijn hierdoor beter ontwikkeld. Is het fenotype van John veranderd?

a)

Ja

b)

Nee

5.

John heeft veel getraind. Zijn spieren zijn hierdoor beter ontwikkeld. Is het genotype van John veranderd?

a)

Ja

b)

Nee

6.

Oogkleur: Genotype of fenotype?

a)

Genotype

b)

Fenotype

7.

Haarkleur: Genotype of fenotype?

a)

Genotype

b)

Fenotype

8.

Waar in de lichaamscellen liggen de chromosomen?

(a)  

9.

Hoe heet een stukje erfelijke informatie dat codeert voor één eigenschap?

a)

gen

b)

DNA

c)

eiwit

d)

genotype

10.

Hebben alle lichaamscellen hetzelfde aantal chromosomen?

a)

Ja

b)

Nee

11.

Is al het DNA in een celkern actief?

a)

Ja

b)

Nee